Hoofdstuk 1 – terminologie in de anatomie
L1. De anatomische positie bespreken en de anatomische termen die de gebieden van het
lichaam beschrijven benoemen, herkennen en aanduiden op een afbeelding.
De referentiepositie die we aanhouden bij anatomie is een staande positie waarbij we volledig
recht staan. Voeten staan naast elkaar, armen naast het lichaam en onze handpalmen wijzen
naar voren. Deze positie gebruiken we om verdere richtingsaanduidingen te geven.
, L2. De anatomische houdingen en richtingen benoemen, verklaren en aanduiden op een
afbeelding.
We kunnen voor de richtingsaanduidingen koppeltjes maken die elkaars tegengestelde zijn.
Anterior of ventraal Voorkant of buikzijde
Posterior of dorsaal Achterkant of rugzijde
Craniaal Craniaal is naar het cranium (hoofd) toe.
Craniaal is dus omhoog
Caudaal Caudaal is naar de tenen toe. Caudaal is dus
naar benden
Superior Superior is op een hoger niveau
Inferior Inferior is op een lager niveau
Mediaal Mediaal is naar het midden toe ofwel naar de
lengte-as toe van een mens.
Lateraal Lateraal is van de lengte-as af ofwel van het
midden weg.
Proximaal Proximaal is naar een aanhechtingspunt toe
Distaal Distaal is weg van een aanhechtingspunt
Oppervlakkig gelegen Spreekt voor zich
Diep gelegen Spreekt voor zich
, L3. De doorsneden gebruikt in de anatomie benoemen, herkennen en aanduiden op een
afbeelding.
We kunnen het lichaam ook op basis van een doorsnede bekijken. We kunnen hierbij 3
verschillende vlakken vormen:
1. Transversaal horizontale doorsnede
2. Sagittaal doorsnede waarbij het linker en rechter deel van het lichaam
gescheiden worden. Wanneer dit precies door de lengte as van ons lichaam gaat
hebben we een even groot linker als rechter stuk van ons lichaam en noemen we het
een midsagittaal vlak.
3. Frontaal doorsnede waarbij ventraal en dorsaal deel van het lichaam van
elkaar gescheiden worden. Als dit ter hoogte van het hoofd gebeurd noemen we het
een coronaal vlak.
, L4. De anatomische termen die de structuren van de mond bespreken, verklaren en
herkennen en toepassen op een afbeelding.
Als we naar het lichaam kijken zien we een aantal gebieden die we kunnen benoemen.
Als we specifiek naar het os gebied ofwel de mond gaan kijken zijn er nog een aantal extra
termen die we gebruiken.
Buccaal Aan de kant van de wang
Cervicaal In de richting van de overgang tussen kroon en
wortel van een tand. Hier loopt namelijk de
cervixlijn vandaar de naam cervicaal.
Externus Uitwendig – denk aan extern ofwel van buiten
Faciaal Dit verwijst naar het aangezicht
Mesiaal Naar het midden toe
Sub Onder
Superficialis oppervlakkig