Burgerlijk recht 1
Inhoud
Week 1.........................................................................................................3
Hoorcollege 1............................................................................................3
Hoorcollege 2............................................................................................5
Jurisprudentie:...........................................................................................7
Kennisclips:...............................................................................................9
Werkgroep:..............................................................................................11
Week 2.......................................................................................................14
Hoorcollege 3..........................................................................................14
Hoorcollege 4..........................................................................................15
Jurisprudentie..........................................................................................17
Kennisclips..............................................................................................18
Werkgroep:..............................................................................................19
Week 3.......................................................................................................20
Hoorcollege 5..........................................................................................20
Kennisclips..............................................................................................22
Werkgroep...............................................................................................23
Week 4.......................................................................................................25
Hoorcollege 6..........................................................................................25
Werkgroep...............................................................................................27
Week 5.......................................................................................................29
Hoorcollege 7..........................................................................................29
Hoorcollege 8..........................................................................................31
Jurisprudentie:.........................................................................................34
Werkgroep...............................................................................................38
Week 6.......................................................................................................40
Hoorcollege 9..........................................................................................40
Hoorcollege 10........................................................................................41
Jurisprudentie..........................................................................................43
, Kennisclips..............................................................................................44
Werkgroep...............................................................................................45
Week 7.......................................................................................................46
Hoorcollege 11........................................................................................46
Hoorcollege 12........................................................................................48
Jurisprudentie..........................................................................................51
Werkgroep...............................................................................................53
Week 8.......................................................................................................55
Hoorcollege 13........................................................................................55
Hoorcollege 14........................................................................................57
Jurisprudentie..........................................................................................60
Werkgroep...............................................................................................61
Week 9.......................................................................................................63
Hoorcollege 15........................................................................................63
Hoorcollege 16........................................................................................65
Jurisprudentie..........................................................................................67
Werkgroep...............................................................................................68
Week 10.....................................................................................................71
Hoorcollege 17........................................................................................71
Hoorcollege 18........................................................................................74
Jurisprudentie..........................................................................................76
Werkgroep...............................................................................................79
Week 11.....................................................................................................81
Hoorcollege 19........................................................................................81
Hoorcollege 20........................................................................................83
Kennisclips..............................................................................................84
Werkgroep...............................................................................................86
,Week 1
Colleges: 1 & 2 (object en subject)
Literatuur: H1 & H10
Jurisprudentie:
HR Dépex/curatoren Bergel c.s.
HR Portacabin
HR Woonark
HR Havenkranen
HR WKK
HR UTB/Glencore; Zalco II
Hoorcollege 1
Subject = rechtssubjecten = partijen die drager kunnen zijn van rechten en
plichten
Objecten = goederen waarop je goederenrechtelijke rechten op kan hebben
HR Blauboer Berlips: zet het verschil tussen goederenrecht en
verbintenissenrecht uiteen
Een persoon heeft 2 soorten rechten in zijn vermogen:
1: Absolute rechten = goederenrechtelijke rechten
- In te roepen jegens eenieder
- Zien altijd op goederen
- Altijd in te roepen
- Gesloten stelsel/numerus-clausus = absoluut recht ontstaat alleen als er is
voldaan aan voorwaarden die de wet hiervoor geeft
Je kan buiten de wet om dus geen absolute rechten creëren
Voldoe je niet aan alle voorwaarden, heb je slechts een relatief recht
teweeg gebracht
De soorten absolute rechten:
a. Eigendomsrecht
b. Beperkte rechten
2: Relatieve rechten
- Enkel in te roepen jegens de wederpartij deze is jegens u verbonden op
grond van contract/onrechtmatige daad
Feiten: De gebroeders Berlips hadden een stuk grond. Zij verkochten/leverden
het rechter stuk grond aan Blauboer via overdracht. Bij de overdracht hebben zij
zich verplicht een weg aan te leggen op hun eigen stuk grond Dit hebben zij
echter niet gedaan.
Vervolgens hebben de broeders hun perceel geleverd aan Maks.
Rechtsvraag: Blauboer spreekt gebroeders Berlips aan, maar op wie rust de
verplichting?
Rechtsregel: Dit is een persoonlijke verbintenis tussen Berlips en Blauboer,
hiervoor geldt wat uit de wet volgt. Overeenkomsten zijn alleen van kracht voor
partijen betrokken bij de overeenkomst werkt dus relatief!
De plicht is dus niet overgegaan, Berlips kun je aanspreken!
, Numerus-clausus = Als je de plicht wil laten overgaan, krijgt de verbintenis een
goederenrechtelijk karakter, en dat kan niet worden aangenomen zonder
wetsbepaling goederenrechtelijke rechten moeten uit de wet blijken.
Oud recht: Je kan geen erfdienstbaarheid (goederenrechtelijk), want dat
ziet alleen op dulden/niet doen
Nieuw recht: naar geldend recht zou het in principe zo zijn dat de nieuwe
eigenaar geen verplichtingen overneemt. Wel kan erfdienstbaarheid (art.
5:70 BW en 5:71) een oplossing geven, want je kan de last van
erfdienstbaarheid uitbreiden naast dulden/niet doen.
DUS:
Verbintenisrechtelijke rechten zijn RELATIEF, werken alleen TUSSEN
PARTIJEN.
Goederenrechtelijke rechten hebben ABSOLUTE WERKING, derdewerking
Overgang over algemene titel = Een nieuwe partij krijgt automatisch alle rechten
en plichten van rechtsvoorganger, alsof het één geheel gaat van rechtswege.
Overgang onder bijzondere titel = De overgang van (specifieke)
vermogensbestanddelen op basis van een afspraak tussen partijen.
Kwalitatieve rechten: zie artikel 6:251 BW
- Je hebt als schuldeiser een recht op een ander uit een overeenkomst
- Kwalitatief = Recht is verbonden aan hoedanigheid van het zijn van een
rechthebbende van een goed belang dat je hebt als eigenaar
- Dit gaat van rechtswege over op degene die dit goed onder bijzondere titel
verkrijgt je krijgt dus verbintenissenrecht van rechtswege erbij
Stel: X heeft een huis met een cv-ketel, hij heeft een onderhoudscontract
gesloten met Y. X verkoopt en levert het huis aan Z.
Is een uit een overeenkomst voortvloeiend recht
Is voor overdraagbaarheid vatbaar
Belang zolang hij het recht op de cv-ketel behoudt je hebt er
belang bij als je eigenaar bent
Dus Z krijgt van rechtswege onderhoudscontract erbij, omdat hij het
onder bijzondere titel heeft verkregen (koop).
Kwalitatieve verplichtingen: zie artikel 6:252 BW
- Moet onder bijzondere titel zijn verkregen
- Ziet op registergoederen/onroerende zaken
- Verplichting om te dulden of niet doen
- Bedingen bij overeenkomst en inschrijven registers/opstellen in de
notariële akte (dus niet van rechtswege!!)
Stel: Energiemaatschappij wil windmolens op de grond van anderen zetten.
Energiemaatschappij sluit overeenkomst met boer boer ‘’duldt’’
dat de windmolens op zijn grond komen
Je kan een verplichting tot het dulden opnemen in de notariële akte
Dan gaat verplichting van B over op een ander, als deze haar grond
bijvoorbeeld dus verkoopt aan C.
De verplichting rust op degene die de hoedanigheid van eigenaar
heeft van de grond.
DUS: Bij plichten moet je iets DOEN, bij rechten gaat het VANZELF
Erfdienstbaarheid: zie artikel 5:70 BW
- Erfdienstbaarheid is aan 2 kanten kwalitatief
- Plicht is gekoppeld aan een onroerend goed (niet aan het erf!)
Inhoud
Week 1.........................................................................................................3
Hoorcollege 1............................................................................................3
Hoorcollege 2............................................................................................5
Jurisprudentie:...........................................................................................7
Kennisclips:...............................................................................................9
Werkgroep:..............................................................................................11
Week 2.......................................................................................................14
Hoorcollege 3..........................................................................................14
Hoorcollege 4..........................................................................................15
Jurisprudentie..........................................................................................17
Kennisclips..............................................................................................18
Werkgroep:..............................................................................................19
Week 3.......................................................................................................20
Hoorcollege 5..........................................................................................20
Kennisclips..............................................................................................22
Werkgroep...............................................................................................23
Week 4.......................................................................................................25
Hoorcollege 6..........................................................................................25
Werkgroep...............................................................................................27
Week 5.......................................................................................................29
Hoorcollege 7..........................................................................................29
Hoorcollege 8..........................................................................................31
Jurisprudentie:.........................................................................................34
Werkgroep...............................................................................................38
Week 6.......................................................................................................40
Hoorcollege 9..........................................................................................40
Hoorcollege 10........................................................................................41
Jurisprudentie..........................................................................................43
, Kennisclips..............................................................................................44
Werkgroep...............................................................................................45
Week 7.......................................................................................................46
Hoorcollege 11........................................................................................46
Hoorcollege 12........................................................................................48
Jurisprudentie..........................................................................................51
Werkgroep...............................................................................................53
Week 8.......................................................................................................55
Hoorcollege 13........................................................................................55
Hoorcollege 14........................................................................................57
Jurisprudentie..........................................................................................60
Werkgroep...............................................................................................61
Week 9.......................................................................................................63
Hoorcollege 15........................................................................................63
Hoorcollege 16........................................................................................65
Jurisprudentie..........................................................................................67
Werkgroep...............................................................................................68
Week 10.....................................................................................................71
Hoorcollege 17........................................................................................71
Hoorcollege 18........................................................................................74
Jurisprudentie..........................................................................................76
Werkgroep...............................................................................................79
Week 11.....................................................................................................81
Hoorcollege 19........................................................................................81
Hoorcollege 20........................................................................................83
Kennisclips..............................................................................................84
Werkgroep...............................................................................................86
,Week 1
Colleges: 1 & 2 (object en subject)
Literatuur: H1 & H10
Jurisprudentie:
HR Dépex/curatoren Bergel c.s.
HR Portacabin
HR Woonark
HR Havenkranen
HR WKK
HR UTB/Glencore; Zalco II
Hoorcollege 1
Subject = rechtssubjecten = partijen die drager kunnen zijn van rechten en
plichten
Objecten = goederen waarop je goederenrechtelijke rechten op kan hebben
HR Blauboer Berlips: zet het verschil tussen goederenrecht en
verbintenissenrecht uiteen
Een persoon heeft 2 soorten rechten in zijn vermogen:
1: Absolute rechten = goederenrechtelijke rechten
- In te roepen jegens eenieder
- Zien altijd op goederen
- Altijd in te roepen
- Gesloten stelsel/numerus-clausus = absoluut recht ontstaat alleen als er is
voldaan aan voorwaarden die de wet hiervoor geeft
Je kan buiten de wet om dus geen absolute rechten creëren
Voldoe je niet aan alle voorwaarden, heb je slechts een relatief recht
teweeg gebracht
De soorten absolute rechten:
a. Eigendomsrecht
b. Beperkte rechten
2: Relatieve rechten
- Enkel in te roepen jegens de wederpartij deze is jegens u verbonden op
grond van contract/onrechtmatige daad
Feiten: De gebroeders Berlips hadden een stuk grond. Zij verkochten/leverden
het rechter stuk grond aan Blauboer via overdracht. Bij de overdracht hebben zij
zich verplicht een weg aan te leggen op hun eigen stuk grond Dit hebben zij
echter niet gedaan.
Vervolgens hebben de broeders hun perceel geleverd aan Maks.
Rechtsvraag: Blauboer spreekt gebroeders Berlips aan, maar op wie rust de
verplichting?
Rechtsregel: Dit is een persoonlijke verbintenis tussen Berlips en Blauboer,
hiervoor geldt wat uit de wet volgt. Overeenkomsten zijn alleen van kracht voor
partijen betrokken bij de overeenkomst werkt dus relatief!
De plicht is dus niet overgegaan, Berlips kun je aanspreken!
, Numerus-clausus = Als je de plicht wil laten overgaan, krijgt de verbintenis een
goederenrechtelijk karakter, en dat kan niet worden aangenomen zonder
wetsbepaling goederenrechtelijke rechten moeten uit de wet blijken.
Oud recht: Je kan geen erfdienstbaarheid (goederenrechtelijk), want dat
ziet alleen op dulden/niet doen
Nieuw recht: naar geldend recht zou het in principe zo zijn dat de nieuwe
eigenaar geen verplichtingen overneemt. Wel kan erfdienstbaarheid (art.
5:70 BW en 5:71) een oplossing geven, want je kan de last van
erfdienstbaarheid uitbreiden naast dulden/niet doen.
DUS:
Verbintenisrechtelijke rechten zijn RELATIEF, werken alleen TUSSEN
PARTIJEN.
Goederenrechtelijke rechten hebben ABSOLUTE WERKING, derdewerking
Overgang over algemene titel = Een nieuwe partij krijgt automatisch alle rechten
en plichten van rechtsvoorganger, alsof het één geheel gaat van rechtswege.
Overgang onder bijzondere titel = De overgang van (specifieke)
vermogensbestanddelen op basis van een afspraak tussen partijen.
Kwalitatieve rechten: zie artikel 6:251 BW
- Je hebt als schuldeiser een recht op een ander uit een overeenkomst
- Kwalitatief = Recht is verbonden aan hoedanigheid van het zijn van een
rechthebbende van een goed belang dat je hebt als eigenaar
- Dit gaat van rechtswege over op degene die dit goed onder bijzondere titel
verkrijgt je krijgt dus verbintenissenrecht van rechtswege erbij
Stel: X heeft een huis met een cv-ketel, hij heeft een onderhoudscontract
gesloten met Y. X verkoopt en levert het huis aan Z.
Is een uit een overeenkomst voortvloeiend recht
Is voor overdraagbaarheid vatbaar
Belang zolang hij het recht op de cv-ketel behoudt je hebt er
belang bij als je eigenaar bent
Dus Z krijgt van rechtswege onderhoudscontract erbij, omdat hij het
onder bijzondere titel heeft verkregen (koop).
Kwalitatieve verplichtingen: zie artikel 6:252 BW
- Moet onder bijzondere titel zijn verkregen
- Ziet op registergoederen/onroerende zaken
- Verplichting om te dulden of niet doen
- Bedingen bij overeenkomst en inschrijven registers/opstellen in de
notariële akte (dus niet van rechtswege!!)
Stel: Energiemaatschappij wil windmolens op de grond van anderen zetten.
Energiemaatschappij sluit overeenkomst met boer boer ‘’duldt’’
dat de windmolens op zijn grond komen
Je kan een verplichting tot het dulden opnemen in de notariële akte
Dan gaat verplichting van B over op een ander, als deze haar grond
bijvoorbeeld dus verkoopt aan C.
De verplichting rust op degene die de hoedanigheid van eigenaar
heeft van de grond.
DUS: Bij plichten moet je iets DOEN, bij rechten gaat het VANZELF
Erfdienstbaarheid: zie artikel 5:70 BW
- Erfdienstbaarheid is aan 2 kanten kwalitatief
- Plicht is gekoppeld aan een onroerend goed (niet aan het erf!)