Overeenkomstenrecht JMH
Leereenheid 0: Basiskennis
OVERZICHTSSCHEMA
Denk steeds in deze volgorde:
1. Rechtsfeit
2. Rechtshandeling
3. Overeenkomst
4. Geldigheid of aantastbaarheid
5. Bijzondere structuren en beginselen
1. RECHTSFEIT
Een rechtsfeit is een feit waaraan het recht een rechtsgevolg verbindt.
Dat rechtsgevolg kan bestaan uit het:
● ontstaan van een rechtsverhouding
● wijzigen van een rechtsverhouding
● tenietgaan van een rechtsverhouding
Er zijn drie soorten rechtsfeiten:
1. Rechtshandelingen
2. Andere menselijke handelingen (bijvoorbeeld onrechtmatige daad)
3. Blote feiten (bijvoorbeeld geboorte of overlijden)
Het beslissende verschil: alleen bij een rechtshandeling is het rechtsgevolg
beoogd.
2. RECHTSHANDELING
Wettelijke basis
De wet bevat geen definitie, maar uit art. 3:33 BW volgt:
Voor een rechtshandeling is vereist een op rechtsgevolg gerichte wil die zich door
een verklaring heeft geopenbaard.
Vereisten:
● Wil
, ● Verklaring
● Gerichtheid op rechtsgevolg
Een rechtshandeling is dus een handeling die naar haar aard is gericht op het doen
intreden van een rechtsgevolg.
Autonomie en positieve houding van het recht
Het recht erkent in beginsel rechtshandelingen. Dit vloeit voort uit de menselijke
autonomie: ieder individu mag zijn eigen rechtspositie bepalen.
Uitgangspunt:
● erkenning van het rechtsgevolg
● tenzij er een geldige aantastingsgrond bestaat
Toepasselijke bepalingen
Op rechtshandelingen is van toepassing:
● Titel 3.2 BW (art. 3:32–59 BW)
Via art. 3:59 BW kunnen deze regels ook buiten het vermogensrecht
overeenkomstig worden toegepast, tenzij de aard van de rechtshandeling zich
daartegen verzet.
Soorten rechtshandelingen
1. Eenzijdige rechtshandeling
Rechtsgevolg treedt in door de wilsverklaring van één persoon.
Onderdeling:
Gerichte eenzijdige rechtshandeling
● vereist een geadresseerde
● voorbeeld: aanbod, opzegging
Ongerichte eenzijdige rechtshandeling
● geen geadresseerde vereist
● voorbeeld: testament
Bij nulliteiten worden ongerichte eenzijdige rechtshandelingen soms strenger
behandeld.
,2. Meerzijdige rechtshandeling
Voor het rechtsgevolg zijn twee of meer personen nodig.
Voorbeelden:
● Overeenkomst
● Besluiten van organen van rechtspersonen
3. VERBINTENIS
Definitie
Een verbintenis is een vermogensrechtelijke rechtsbetrekking tussen twee of meer
personen waarbij:
● de ene partij gerechtigd is tot een prestatie
● de andere partij verplicht is die prestatie te verrichten
Art. 6:1 BW bepaalt dat verbintenissen slechts ontstaan indien dit uit de wet
voortvloeit.
Belangrijke bron van verbintenissen: de overeenkomst.
Natuurlijke verbintenis
Een natuurlijke verbintenis is:
● een rechtens bestaande verbintenis
● maar niet juridisch afdwingbaar
Kenmerk:
● geen rechtsvordering tot nakoming
● vrijwillige nakoming is niet onverschuldigd
4. OVEREENKOMST
Definitie (art. 6:213 lid 1 BW)
Een overeenkomst is een meerzijdige rechtshandeling waarbij een of meer partijen
jegens een of meer andere een verbintenis aangaan.
Hiërarchie:
● Rechtsfeit
● Rechtshandeling
, ● Overeenkomst
De overeenkomst is dus een species van het begrip rechtshandeling.
Gelaagde structuur van het BW
Op een overeenkomst zijn meerdere lagen van toepassing:
1. Boek 3 titel 2 BW – algemene regels rechtshandelingen
2. Boek 6 titel 5 BW – algemene regels overeenkomsten
3. Boek 7 BW – bijzondere overeenkomsten
Bij een koopovereenkomst moet je dus steeds nagaan welke regels uit welke laag
gelden.
Schakelbepalingen
Belangrijk:
● Art. 3:59 BW
● Art. 6:216 BW
Functie:
● regels overeenkomstig toepassen op gevallen waarvoor zij niet
rechtstreeks zijn geschreven
● verkleinen het verschil tussen obligatoire overeenkomsten en andere
meerzijdige rechtshandelingen
5. INDELING VAN OVEREENKOMSTEN
Wederkerig vs niet-wederkerig
Volgens art. 6:261 BW is een overeenkomst wederkerig indien:
● beide partijen een verbintenis op zich nemen
● ter verkrijging van de prestatie van de ander
Voorbeeld niet-wederkerig: schenking
Onder bezwarende titel vs om niet
Onder bezwarende titel
● prestatie staat in verband met tegenprestatie
Om niet
● geen verband met tegenprestatie