Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 9 van de 80 pagina's
Samenvatting

samenvatting politicologie S0A21B. KU Leuven. Marc Hooghe

Document preview thumbnail
Voorbeeld 9 van de 80 pagina's

Dit zijn aantekeningen uit het vak Politicologie aan de KU Leuven, waarin de fundamentele concepten van politieke wetenschappen worden uitgelegd. De aantekeningen behandelen kernthema's zoals de definitie van politiek, het begrip 'zoön politicon', polyarchie als ideaaltype van democratie, democratische institutionalisering met sociaal contract en rechtstaat, en het fenomeen 'democratic backsliding'. Ook komen de wetenschappelijke methode in de politieke wetenschap, politieke concepten en modellen aan bod. Deze stof is onmisbaar voor je voorbereiding op toetsen en tentamens in Politicologie, omdat alle basisconcepten helder en gestructureerd zijn uiteengezet.

Voorbeeld van de inhoud

Politieke wetenschappen




1. Politiek & Politieke wetenschappen

1.1 Politiek
 Politiek = heeft te betrekking op het sturen van de samenleving

1

, - Term politiek  komt van politika (grieks)  de zaken die met de polis
te maken hebben
 Definitie moet beperkt zijn = moet alle varianties v politiek omvatten
 politiek is alles wat te maken heeft met het besturen van een
samenleving

 Precieze definitie: het proces waarbij samenlevingen op een voor de
leden bindende wijze de regels van hun samenleving bepalen
- Het proces : dynamisch proces op meerdere niveas
- Samenlevingen : sociale groep die gemeenschappelijk territorium en
of cultuur delen  regels worden afgesproken met mensen die
gebonden zijn aan het teritorium
- Bindend  regels zijn afdwingbaaar + sanctioneerbaar  staat mag
afstraffen om regels na te laten leven = monopolie op legitiem
geweld
 Macht van land is intern: regels niet bindend voor andere landen
 Regels = wettelijke regels (geen culturele normen)

•Er zijn verschillende vormen van politiek:

Democratisch (in elk land ook andere kiessystemen) <> autoritair

Unitair <> federaal



•Kunnen we ontsnappen aan politiek? Nee want mens is een zoön politicon
(aristotoles)/sociaal wezen  enige keuze is democratisch of autoriteir



1.2 Varianties in Politiek
- Belangrijkste aspect = samenleving
 Territorium  samenleving is gebonden aan territorium  dus
verenigingen zijn geen samenleving  je kan bij een vereniging gewoon
weg gaan als je u niet aan de regels wil houden bij een samenleving niet
 Staten  de hedendaagse structuur waarin een samenleving zich in
afspeeld

 Rijkwijdte v politiek  er ontstaat een nieuw probleem  dus we willen
meer regels = meer overheid  Handhaven moeilijker door te kort
politie, ambtenaren, etc
 Verschillende vormen v politiek  regimes: democratisch <>
autoritair



Unitair federaal

 Tussenvormen ook mogelijk: bv
 In elk land ook variatie in instellingen & procedures
confederatie


2

,  Kunnen we ontsnappen aan politiek? Nee want mens is een zoön
politicon (aristotoles)/sociaal wezen  enige keuze is democratisch
of autoriteir


1.3 Politieke wetenschap
 Doelstelling Poli Wet.  politieke gebeurtenissen & instellingen
proberen te begrijpen & verklaren
 Volgen bepaalde regels v/h vak:
1) Intellectuele distantie  onderzoekers moeten afstand houden van de
samenleving  niet deelnemen aan het politieke debat
 Moeilijk maar mogelijk door de regels van de wet. Methode te
respecteren
2) Wetenschappelijke methode:
- systematisch data verzamelen over verschijnselen
- kwantitatieve & kwalitatieve benaderingen
- openheid  altijd zeggen wat je doet & waarom je het doet + bronnen
moeten altijd bekendgemaakt worden
 Peerreview ook belangrijk

1.4 De Instrumenten v/d politieke wetenschap
Instrumenten = hulpmiddelen die het mogelijk maken om de politieke
gebeurtenissen te ontleden & te classificeren + het mogelijk maken om
logisch te redeneren

 Concepten  een begrip/algemene categorie/verschijnsel dat benoemd
wrdt met de bedoeling het precies af te kunnen bakenen  dient om
denken te organiseren
- Gender
- Polyarchie  regime dat :
1) Mandatarissen controleren regering + beleid
2) Verkiezingen lopen vrij & eerlijk
3) Meeste volwassenen  stemrecht
4) Meeste volwassenen  recht om zich kanidaat te stellen
5) Burgers  vrijheid van meningsuiting
6) Burgers  vrij toegang tot info die niet door bestuur word
gecontroleerd
7) Burgers zijn vrij om zich te verenigen in belangenorganisaties + pol
Partijen
Polyarchie = Ideaaltype  iets dat niet exact in de werkelijkheid voorkomt
 Modellen
- Model = voorstelling van de realiteit  maar een gigantische reductie
v/d complexiteit v/d werkelijkheid
- Politieke kringloop  voorbeeld v/e model




3

,  Gatekeepers  mechanismen die uiting v politieke eisen reguleren
Bv: belangengroepen bundelen indiviuele eisen tot algemene
principes en maken ze op die manier gemakkelijker om te
behandelen

 Theorieën
- Theorie : geeft aan hoe verschijnselen met elkaar in verband staan
 Resultaat van onderzoek en sturen op hun beurt nieuw onderzoek
- Hypothese  voorspelling die word nagegaan of ze klopt of niet

2. Staat & macht
2.1 Wat is macht?
 Parsons’ redenen waarom we belangstelling hebben voor macht
1) Macht is nodig om een politieke gemeenschap zaken te realiseren
2) Door de vraag: Wanneer + onderwelke omstandigheden is de
uitoefening van macht gerechtvaardigd

 Bindende regels
- Staat legt bindende regels op aan leden van de samenleving
 Om regels op te leggen + af dwingen  oefent een politieke
gemeenschap dus macht uit: enige manier om aan de macht v/e
politiek systeem te ontsnappen is het verlaten

Bij een org is dat gemakkelijk, bij een land niet want je
komt dan gwn in een nieuw pol. Systeem met andere regels
terecht
 Leden v/e gemeenschap volgen regels meestal zonder al te veel na
te denken na
 Maar soms zien we toch burgerlijke ongehoorzaamheid:
o Burgerlijke ongerhoorzaamheid = Als een één of een groep
burgers zich principeel verzetten tegen regels

2.2 Hoe macht meten
 Max Weber
- Onderscheid macht & gezag
 Gezag = machtsuitoefening die aanvaard wordt/als legitiem wordt
gezien en in praktijk ook gevolgd wordt.
 Macht = de mogelijkheid/het vermogen die een actor heeft om in
het kader van een sociale relatie zijn wil op te leggen aan anderen,
ook tegen eventuele weerstand in
3 vormen van gezag:
1) Traditioneel gezag: berust op respect v traditie & gewoonte

4

, 2) Charismatisch gezag: berust op de persoonlijkheid v/d
machthebber aan wie bijzondere eigenschappen worden
toegeschreven
3) Retioneel-legalisitsch gezag : berust op respect voor de regels,
niet gebonden aan de persoon
 In moderne politiek zijn 1 en 2 grotendeels verdwenen

 Robert Dahl
- Wat is macht = de mogelijkheid/vermogen voor actor A om er
voor te zorgen dat actor B een handeling stelt die B anders niet
zou doen
 De mogelijkheid om dwang uit te oefenen  dwang = een
combinatie van Power (abstract vermogen) & force (een concrete
waarneembare daad)
 Zou B iets totaal anders doen als A er niet was?  hangt ervan af
van welk onderwerp  bv belastingen betalen zou niemand
vrijwillig doen

- Beperking van de vrijheid?  bv. Regels rond autos, geen wapens
mogen dragen, etc
Of
- Garandeert juist menselijke vrijheid?  beperking van de ene geeft de
andere vrijheid
- Onzichtbare macht  mensen voelen zich onvrij of beroofd van
keuzemogelijkheden zonder dat we expliciet kunnen achterhalen door
wie  Bachran & baratz vinden het te kort door de bocht

 Diffuse macht (Lukes) de oorsprong van machtsuitoefening is vaak
niet makkelijk te achterhalen of terug te brengen tot specifieke actoren
 3 gezichten v macht (Lukes)
1) Beslissen & bevelen  kan bevel + beslissingen nemen, en wie niet
luisterd bestraffen  stad maakt een nieuwe zone 30, als je meer dan
30 rijdt = boete
2) Agenda-setting  invloed hebben waarover wel of niet gepraat word
3) Ideologische hegemonie  ideeen zijn zo normaal &
vanzelfsprekend dat de sameneving ze als natuurlijk ziet en dus
worden niet ter discussie gesteld
 Circulaire macht (foucault)
- Macht is niet top down maar relationeel
- Macht circuleert tussen mensen, instellingen & discoursen: iedereen
oefent macht uit en ondergaat macht
 Er is dus machtsstrijd tussen een groot aantal factoren
 Amartya Sen
- Als mensen niet al hun capaciteiten ontplooien (lezen, cultuur
beofenen, bijscholen, etc) dan is er sprake van machtsuitvoering en
zelfs van onderdrukking




5

, 2.3 De macht van de staat
Politiek is aanwezig in bijna elk aspect v/d samenleving + heeft op die manier
ook grote invloed op de levenskwaliteit van burgers

 Process van staatsvorming: 4 stappen
1) Concentratie van machtsmiddelen
2) Verwerven v legitimiteit  aanvaard worden als geldige gezagsdrager
3) Legitiem staatsgezag in principe ook gedepersonaliseerd 
legitimiteit is niet meer afhankelijk van 1 charismatische leider
4) Homogenisering  dezelfde regels op op eenzelfde manier toe passen
op het hele grondgebied (met uitzonderingen voor deelstaten)
 Resultaat van de 4 processen = een moderne natiestaat
 Monopolie op legitiem geweld
- De staat mag als enige geweld gebriken om de regels van de
samenleving op te leggen en af te dwingen
 In sommige landen is er wel ‘privatisering v de ordehandhaving’ 
bewakingsagenten (ookal hebben die niet meer bevoegdheden dan
normale burgers)
 De natie doet veel om haar monopolie te bewaken

2.4 De grondwet
 De grondwet = De basis regels voor het functioneren v/h poltiek systeem
= wat de staat mag en niet mag + basis rechten v/d bevolking
 Wat erinstaat:
1) Legt structuur & beslissingvormen vast (structuur parl, etc)
o In beglsiche grondwet:
 Art. 1. België is een federale Staat, samengesteld uit de
gemeenschappen en de gewesten.
 Art. 2. België omvat drie gemeenschappen : de Vlaamse
Gemeenschap, de Franse Gemeenschap en de Duitstalige
Gemeenschap.
 Art. 3. België omvat drie gewesten : het Vlaamse Gewest,
het
Waalse Gewest en het Brusselse Gewest.
 Art. 4. België omvat vier taalgebieden (…)
 Art. 5. Het Vlaamse Gewest omvat de provincies Antwerpen,
Limburg, Oost-Vlaanderen, Vlaams-Brabant en West-
Vlaanderen. Het Waalse Gewest omvat de provincies
Henegouwen, Luik, Luxemburg, Namen en Waals-Brabant.

2) Bepaalt rechten v/d burger
o In de belgsiche grondwet:

 Art. 10  de belgen zijn gelijk voor de wet. De gelijkheid van
vrouwen en mannen is gewaarborgd
 Art. 11  het genot van de rechten en vrijheden aan de
belgen toegekend moet zonder discriminatie verzekerd
worden

6

,  Art. 18  De burgerlijke dood is afgeschaft en kan niet
opnieuw worden ingevoerd  (iemand die nog leeft word
dood verklaard  heeft geen rechten (eigendomsrecht,
politieke rechten) meer)

3) Symbolische zelf-identificatie van de samenleving

 bv De waarden van de europese unie
 of artikel 2 v Spanje  het land is onverdeelbaar  een
nationale eenheid


 de laatste decennia  hebben sommige landen hun grondwet
gemoderniseerd  socioeconomische rechten toegevoegd (recht op
onderwijs, kinderrechten, recht op een gezonde leefomgeving)
 Magna Carta  voorbeeld van hoe een grondwet rechten van de burger
bepaalt
- Koning engeland schonk fundamentele rechten & vrijheden aan de
bevolking zoals het recht op een gelijke en rechtvaardige behandeling
voor de rechtbank
 Onderandere een van de rechten is Rule Of Law  enkel the law of
the land of zijn peers mogen iemand gevangen zetten of andere
sancties opleggen
- Waaarom ontsond de magna carta?  de koning had geld nodig dus
de adel heeft dat gebruikt als “leverage”

2.5 De legitimiteit van de staat
 Plato
- “de staat”  ideaal politiek systeem volgens plato
Plato is: Op zoek naar perfectie: aardse werkelijkheid als afspiegeling
van het perfecte “idee”.
- Verregaande vorm van arbeidsspecialisatie
- Vrije wil is onderschikt aan het staatsbelang
- 3 functies
1) De filsofen heersers (koningen-wijsgeren)  absolute heersers,
gekenmerkt door wijsheid
2) Soldaten
3) Gewone burgers  manuele arbeid
 De 3 functies mogen niet bezondigen aan persoonlijke verrijking
maar moeten onbaatzuchtig zijn
 Aristoteles
- Positief mensbeeld
- Zet zich af tegen Plato’s absolutisme  meer democratish
- Mens is van nature een soc. Wezen ( zoön politikon) = mens heeft
gemeenschap nodig
o Eudaimonia (deugdenethiek)  volwaardig menselijk leven =
alle menselijke capaciteiten worden op een evenwichtige manier
geuit  een mens die zich enkel met prive zaken bemoeit leidt


7

, geen volwaardig leven (want we hebben de capaciteit om met
anderen te beraadslagen + de capaciteit om te oordelen)
 politiek waardevol op zich, niet louter instrumenteel + bij deugden
ethiek is politiek niet beperkent maar helpt ons een echt menselijk
leven te leiden + te ontsnappen aan de beperkingen v ons prive
leven
 gaat enkel over vrije mannelijke burgers
- Directe democratie
o Enkel mogelijk in kleine stadsstaten  Polis
o Polis = niet enkel een stadsstaat maar ook morele
leefgemeenschap + politieke gemeenschap
- De polis word bestuurd door de burgers zonder inmenging/dwang van
buitenaf
- Typologie van staatsvormen:

Typologie van staatsvormen
1 persoon Klein aantal Groot aantal
personen
Ten gunste van Tyrannie Oligarchie Democratie (uit
elite machtswellust)
Ten gunste van Monarchie Aristocratie Polis
allen

 Polis = beste  polis is een samengevormde gemeenschap die
werkt voor alle
 Bij democratie de volledige massa niet enkel de burgers en dus te
gemakkelijk manipuleerbaar (bv bij verkiezingen) terwijl de polis
goed is omdat het debat openlijk is en directe democratie
plaatsvind

 Van god gegeven (Augustinus)
- Somber mensbeeld  mens is besmet met de erfzonde dus hij is
geneigd het kwade op te zoeken
 De ‘aardse stad’ = die door de mens gemaakt word  kan dus nooit
perfect zijn
 De ‘hemelse stad’ = die door god gemaakt word  is dus wel
perfect
- In de aardse stad: bestuur dient ervoor te zorgen dat:
o Bewoners zich niet overgeven aan idolatrie & zondig gedrag
 Drm voorstander van relatief strakke regels
 Kerk moet aan passen aan de wereldlijke macht MAAR zijn werk
word toch vaak gebruikt als pleidooi voor theorcratische
staatsordening.

2.6 De staat als contract
 Contract denken  burgers zijn vrij & soeverein geboren maar geven
vrijwillig hun mach en autonomie af aan een overheid en het bredere poli
systeem  contract is impliciet


8

,  Hobbes
- Negatief mensbeeld
- Mens is van nature egoistisch
- Natuurtoestand = een eeuwig conflict ‘een oorlog van alleen tegen
allen’  geweldadige organisaties kunnen de macht nemen zoals IS, of
andere terroristische groepen (eg Somalie, oost congo, Syrie)
 Rationele oplossing: instellen van een Leviathan die de orde
en vrede bewaakt
 Leviathan ontleent zijn macht dus van het volk  hij heeft absoluut
gezag
 Alles moet gedaan worden om de leviathan in stand te houden
anders disastreuze gevolgen
= bewaren orde staat centraal, individuele vrijheid is eraan ondergeschikt
 John Locke
- Psitiever mensbeeld dan Hobbes
- Mens is in godsbeeld geschapen en beschikt dus over de mogelijkheid
tot rationeel denken
- Natuurtoestand  niet even erg als die van Hobbes maar nog steeds
geen utopie: mensen kunnen elkaars eigendom afnemen etc  er is
geen overkoepelende autoriteit dus slachtoffers moeten zelf streven
naar rechtvaardigheid
 Mensen zijn rationeel en Drm onderwerpen mensen zich aan een
overheid

- Overheid  verzekerd vrijheid + eigendom EN is ook een neutrale
arbiter om geschillen op te lossen
 Burger moet zich niet totaal onderwerpen  er is een publieke sfeer
en prive sfeer  in de publieke zijn mensen gebonden aan de regels
v/d staat, in de prive sfeer zijn ze vrij
 Jean-Jacques Rousseau
- Natuurtoestand
o Mens is vrij & gelijk geboren
o Geen slechte of agressieve natuur  basis van handelen ligt aan
het behalen van basisbenodigdheden
o oorsprong van de staat in het overwinnen van interne conflicten
en het creëren van sociale orde.

- Sociaal contract: We delegeren macht aan de overheid = sociaal
contract
 Geven individuele vrijheid op en krijgen collectieve vrijheid
& bescherming

o Geen eenmalige gebeurtenis
o Volkssoevereniteit  legitieme macht wordt van onderaf
gegeven en berust bij het volk  de volonte general dient
doorslag te geven bij politieke beslissingen
 Volonte generale  het gemeenschappelijk belang, wat
goed is voor iedereen: volonte general is is één &

9

Gekoppeld boek
 image
Marc Hooghe, Silvia Erzeel Studieboeken bestuur en beleid - Politiek
Uitgever: 15 augustus 2025 ISBN: 9789047302537 Druk: 1

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
11 augustus 2026
Aantal pagina's
80
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€4,99

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
0
Volgers
0
Items
3
Laatst verkocht
-




Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen