Vraag 1: Welk principe van Jeremy Bentham en Cesare Beccaria stelt dat daders
rationeel kiezen voor misdaad als de voordelen opwegen tegen de straf?
A) Biologisch determinisme
B) Nutsmaximalisatie
C) Sociaal-darwinisme
D) Atavisme
Vraag 2: Waar ligt de primaire focus van het psychologisch positivisme bij het
verklaren van crimineel gedrag?
A) De invloed van economische status
B) De fysieke bouw van het skelet
C) De psyche of persoonlijkheidsstructuur
D) De genetische overerving van eigenschappen
Vraag 3: Welke vroege misvatting ontstond uit het extreme biologisch
determinisme?
A) Dat criminelen fundamenteel anders zijn dan normale burgers
B) Dat criminaliteit volledig door armoede wordt veroorzaakt
C) Dat de vrije wil de enige factor is bij een misdaad
D) Dat straf geen preventieve werking heeft
Vraag 4: Wat wordt in de vroege criminologie bedoeld met het begrip
'degeneratie'?
A) De verbetering van de psyche door opvoeding
B) De biologische achteruitgang van families over generaties heen
C) De sociale uitsluiting van minderheden
D) Het aanleren van criminele gewoontes
Vraag 5: Wat is het kernonderdeel van de transhumanistische beweging zoals
beschreven door Julian Huxley?
A) Het bestuderen van schedelvormen om karakter te bepalen
B) Het toepassen van eugenetica op landlopers
C) Het verbeteren van de menselijke natuur via wetenschap en technologie
D) De terugkeer naar een natuurlijke oerstaat
Vraag 6: Waarop baseert de fysionomie de criminele aanleg van een persoon?
A) De sociale omgeving en opvoeding
B) De bobbels op de schedel
C) De gelaatstrekken en lichaamsbouw
D) De intelligentiescore
Vraag 7: Hoe probeerden vroege aanhangers van de frenologie, zoals Gall en
Spurzheim, criminaliteit te voorspellen?
A) Door de polsslag van de dader te meten
2
, B) Door cranioscopie (schedelonderzoek)
C) Door de stamboom van de familie te analyseren
D) Door het meten van de bloeddruk onder stress
Vraag 8: Wat verstaat Cesare Lombroso onder de term 'stigmata' bij een dader?
A) De psychologische trauma's uit de kindertijd
B) Uiterlijke lichamelijke kenmerken zoals grote kaken
C) Het sociale stigma van een strafblad
D) De morele tekortkomingen in het geweten
Vraag 9: Hoe wordt een 'passionele dader' gekarakteriseerd in de typologie van
Enrico Ferri?
A) Handelend vanuit extreme emoties of acute psychische druk
B) Gedreven door biologische atavistische kenmerken
C) Voortkomend uit een vastgeroest patroon van de opvoeding
D) Lijdend aan een klinisch vaststelbare mentale ziekte
Vraag 10: Welk type dader gaat volgens Enrico Ferri de fout in door slechte sociale
omstandigheden zonder inherente biologische afwijking?
A) De geboren crimineel
B) De geesteszieke dader
C) De gelegenheidscrimineel
D) De gewoontedader
Vraag 11: Wat is volgens Enrico Ferri de oorzaak van het gedrag van een
'gewoontedader'?
A) Een eenmalige emotionele uitbarsting
B) Een atavistische terugslag
C) Een aangeleerd patroon voortkomend uit het sociale milieu
D) Een defect in het zenuwstelsel
Vraag 12: Welk instinct vormt volgens Garofalo de basis voor het respecteren van
de fysieke integriteit van anderen?
A) Pity (Medelijden)
B) Arousal (Alertheid)
C) Probity (Eerlijkheid)
D) Dispositie (Aanleg)
Vraag 13: Hoe definieert Garofalo het basisgevoel 'probity'?
A) Het instinct om anderen geen pijn te doen
B) Het natuurlijke respect voor eigendommen van anderen
C) De rationele afweging van strafmaten
D) Het verlangen naar sociale acceptatie
Vraag 14: Wat hield de sociaal-darwinistische visie van Garofalo in met betrekking
tot misdaad?
A) De omgeving moet worden aangepast om de zwakkeren te helpen
3