Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 179 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Etiologische Criminologie - B001502A (14/20)

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 179 pagina's

Studiemateriaal voor Etiologische Criminologie (B001502A) aan de Universiteit Gent, academiejaar 2026/2027. Samenvatting van de hoorcolleges en zelfstudie powerpoints. Aan de hand van de deze samenvatting sloeg ik voor dit examen met een 14/20. Je mag altijd een berichtje sturen voor een word versie van dit document moesten er zaken versprongen zijn ect.

Voorbeeld van de inhoud

Etiologische criminologie

Inhoudsopgave
ETIOLOGISCHE CRIMINOLOGIE ..................................................................................................... 1
1. INLEIDENDE BEDENKINGEN OVER CRIMINOLOGIE EN ETIOLOGIE ............................................................... 1
1.1. Waar houdt de etiologische criminologie zich mee bezig? .................................................. 1
1.2. Criminaliteit als bewegend doelwit ................................................................................... 2
1.2.1. Verschillende houdingen & visies op criminaliteit ........................................................................ 2
1.2.2. Over definities is al te veel inkt gevloeid ...................................................................................... 2
1.2.3. Criminologie is een objectwetenschap ....................................................................................... 3
1.2.4. Mala in se versus mala prohibita ................................................................................................. 3
1.2.5. Sociale schadelijkheid ............................................................................................................... 3
1.2.6. Criminaliteit als sociale constructie............................................................................................ 4
1.2.7. Definitie Mario Bunge ................................................................................................................ 4
1.3. Enkele grote vraagstukken in de criminologie .................................................................... 4
1.3.1. Spreidingsvraagstuk ................................................................................................................... 4
1.3.2. Etiologische of ontstaanvraagstuk .............................................................................................. 5
1.3.3. Reactievraagstuk ....................................................................................................................... 5
1.3.4. Bestrijdingsvraagstuk ................................................................................................................. 5
2. DE VROEGE ETIOLOGISCHE BENADERINGEN IN EEN NOTENDOP ................................................................ 5
2.1. Inleiding .......................................................................................................................... 5
2.2. Empirisme als voorloper van de vroege etiologische benaderingen..................................... 6
2.3. Kritiek op het empirisme .................................................................................................. 6
2.4. Kenmerken van de vroege positivistische etiologie............................................................. 6
2.5. Diversificatie in het vroege positivisme.............................................................................. 7
2.6. Het vroege biologische positivisme ................................................................................... 8
2.7. Het vroege psychologische positivisme............................................................................. 9
2.8. Het vroege sociologische positivisme ............................................................................. 10
2.9. Is het onderscheid tussen vroeg positivisme en classicisme artificieel? ............................ 10
2.10. Globale kritieken op de positivistische benadering .......................................................... 11
2.11. Samenvattend overzicht van (conflicterende) paradigma’s ............................................... 11
2.12. Etiologisch onderzoek doorheen de tijd........................................................................... 11
2.13. Slotbeschouwing ........................................................................................................... 12
3. OVER DE ZIN VAN HET ZOEKEN NAAR OORZAKEN................................................................................. 12
3.1. Inleiding ........................................................................................................................ 12
3.2. Voorspellen is niet hetzelfde als een oorzaak aanwijzen ................................................... 13
3.3. Over noodzakelelijke, voldoende en contributieve oorzaken ............................................. 13
3.4. Geen oorzaken zonder mechanismen ............................................................................. 15
3.4.1. Verklaren is vooral een theoretisch proces ................................................................................ 15
3.5. Causale keten-denken, wisselwerkingen en tefenfeitelijk denken ..................................... 15
3.6. Gelaagde causaliteit als basis voor een interdiciplinaire etiologische criminologie ............ 16
3.7. Soorten mechanismen .................................................................................................. 17
4. VAN RISICOFACTOREN NAAR GEÏNTEGREERDE THEORIEËN?................................................................... 19
4.1. Inleiding ........................................................................................................................ 19
4.2. Niet alle risicofactoren en beschermingsfactoren zijn oorzaken........................................ 19
4.3. Wat is een etiologische theorie? ..................................................................................... 20

, 2


4.4. Gescheiden theoretische ontwikkelingen in de etiologie .................................................. 21
4.5. Theorieën van middellange reikwijdte versus algemene reikwijste .................................... 22
4.6. Microtheorieën, macrotheorieën of macro-microtheorieën .............................................. 22
4.7. Oorzaken van de theoretische fragmentatie van de etiologische criminologie ................... 23
4.8. Denken over theoretische integratie................................................................................ 24
4.9. Types van theoretische integratie.................................................................................... 25
4.10. Strategieën en theoretische vereisten voor theoretische integratie ................................... 25
4.11. Naar een verenigde etiologie?......................................................................................... 26
4.12. De logische plaats van disciplines in cross-level geïntegreerde theorieën ......................... 26
4.13. Slotbeschouwingen ....................................................................................................... 26
5. IN DE BAN VAN DE BUURT? SOCIAALECOLOGISCHE THEORIEËN VOOR CRIMINALITEIT ................................... 27
5.1. Inleiding .............................................................................................................................. 27
5.2. De 19de eeuwse studies ...................................................................................................... 27
5.3. De vroege denkers van de Chicago school en de zonale theorie.............................................. 28
5.4. Frederic Thrasher over jeugdbendes in gedesorganiseerde buurten ...................................... 30
5.5. Het sociale desorganisatiemodel van Shaw and Mckay .......................................................... 31
5.6. Buurtkenmerken en de geografische concentratie van delinquente jongeren .......................... 31
5.7. Sociale desorganisatie als overkoepelend mechanisme ........................................................ 31
5.8. Kritieken op de klassieke sociaalecologische benadering....................................................... 33
5.9. De context van heropleving van de sociale desorganisatietheorie ..................................... 34
5.10. Omgaan met de ecologische fout en bias in de o`iciële statistieken ................................. 35
5.11. De theoretische herinterpretatie van Ruth R. Kornhauser ................................................. 35
5.12. Koerswijzigingen in de sociaalecologische theorie ........................................................... 36
5.13. Van desorganisatie naar sociale cohesie (1990-2000) ...................................................... 37
5.14. Naar een theorie over de collectieve weerbaarheid van buurten ....................................... 37
5.15. Het failliet van de klassieke ‘Community Criminology’ ..................................................... 37
5.16. Gen-cultuur co-evolutionaire evaluatie van de sociale ecologie ....................................... 39
5.17. Slotbedenkingen ........................................................................................................... 39
6. GELEGENHEIDSBENADERINGEN, OMGEVINGSCRIMINOLOGIE, DAGELIJKSE ROUTINES EN CRIMINALITEITSPATRONEN
40
6.1. Inleiding .............................................................................................................................. 40
6.2. Wat verklaart de omgevingscriminologie ............................................................................... 40
6.3. The “Routine Activities Theory” van Marcus Felson ................................................................ 40
6.4. Kritieken op de theorie van de routineactiviteiten ................................................................... 42
6.5. De algemene routine-activiteitentheorie van criminaliteit....................................................... 43
6.6. De patroontheorie van Paul en Patricia Brantinham ............................................................... 44
6.7. Broken windows theory ........................................................................................................ 45
6.8. Kritieken op broken window theory ....................................................................................... 46
6.2. The law of crime concentration van David Weisburd ........................................................ 46
6.3. Bedenkingen bij de opportunitietstheorieën .................................................................... 47
7. SPANNINGSBENADERINGEN EN REGELOVERTREDEND GEDRAG .............................................................. 47
7.1. Inleiding ........................................................................................................................ 47
7.2. De klassieke anomietheorieën ....................................................................................... 47
7.3. Van absolute naar relatieve deprivatie ............................................................................ 51
7.4. De subcultuurtheorie van Albert Cohen .......................................................................... 52
7.5. De di`erentiële opportuniteitstheorie van Cloward en Ohlin............................................. 53
7.6. De institutionele anomietheorie van Messner en Rosenfeld ............................................. 53
7.7. De algemene spanningstheorie van R. Agnew ................................................................. 55
7.8. Gen-cultuur co-evolutionaire evaluatie ........................................................................... 56

, 3


7.12. Slotbedenkingen ................................................................................................................ 56
8. CRIMINALITEIT ALS (SOCIAAL) LEERPROCES ...................................................................................... 57
8.1. Inleiding ........................................................................................................................ 57
8.2. de cultuurconflicttheorie als voedingsbodem voor leertheorieën ..................................... 57
8.3. De voedingsbodem voor de di`erentiële associatietheorie............................................... 57
8.4. Hoe de di`erentiële associatietheorie vorm kreeg ........................................................... 58
8.5. De di`erentiële associatietheorie (1939-1947)................................................................. 60
8.6. Fundamentele kritiek op de theorie van Sutherland ........................................................ 61
8.7. Neutralisatietechnieken als aanvulling op sutherlands model .......................................... 62
8.8. De sociale leertheorie van R. Akers ................................................................................ 63
8.9. Social Structure and Social Learning Theory: de geïntegreerde theorie van Akers .............. 65
8.10. Empirische status en kritieken op de sociale leertheorie van Akers .................................. 65
8.11. Bandura’s Sociaal Cognitieve leertheorie ....................................................................... 66
8.12. Algemene agressietheorie van Anderson en Bushman ................................................... 67
8.13. Slotbedenkingen ........................................................................................................... 68
9. VAN SIGNALEN TOT TRIBALE DYNAMIEKEN, SUBCULTRELE BENADERINGEN ................................................. 69
9.1. Inleiding ........................................................................................................................ 69
9.1.1. Gangs – subcultures ................................................................................................................ 69
9.2. Modern Gang onderzoek: Op zoek naar een geschikte definitie voor een subcultureel
fenomeen .................................................................................................................................. 70
9.3. De groepsprocessen theorie van Warr ............................................................................ 71
9.4. Over het verband tussen betrokkenheid bij een problematische jeugdgroep en
regelovertredend gedrag ............................................................................................................. 71
9.5. De straatcode-theorie van elijah anderson ...................................................................... 72
9.6. Toetredeing en groepsverlaten in empirisch onderzoek .................................................... 73
9.7. Sociaalpsychologisch en evolutionaire benaderingen ...................................................... 74
9.8. Slotbedenkingen ........................................................................................................... 74
10. CRIMINALITEIT ALS STIGMA ....................................................................................................... 75
10.1. Inleiding ........................................................................................................................ 75
10.2. De Chicago school als inspiratie voor de etiketteerbenadering ......................................... 75
10.3. Edwin Lemert en de evolutie van primaire naar secundaire deviantie ................................ 76
10.4. Howard Becker, outsiders en de labelingbenadering ........................................................ 76
10.5. Kritieken op klassieke etiketteerbenadering .................................................................... 77
10.6. Hedensdaagse etiologische relevante ontwikkelingen ..................................................... 77
10.7. Slotbedenkingen ........................................................................................................... 78
11. HET BELANG VAN BINDINGEN EN GEHOORZAAMHEID AAN DE WET....................................................... 78
11.1. Inleiding ........................................................................................................................ 78
11.2. Maatschappelijke context van sociale controletheorieën ................................................. 79
11.3. Durkheim en de chicagoschool als inspiratiebron voor controle theorieën ........................ 79
11.4. Vroege controletheorieën............................................................................................... 80
11.5. De sociale bindingstheorie van Hirschi ........................................................................... 81
11.5.1. De bindingtheorie van Hirschi ............................................................................................. 81
11.5.2. Vier soorten remmen op crimineel gedrag: ‘Elements of social bond’ ..................................... 82
11.6. Empirische status .......................................................................................................... 83
11.7. Kritieken op de sociale bindingstheorie van Hirischi ......................................................... 83
11.8. Procedurele rechtvaardigheidstheorie (PRT) van T. Tyler .................................................. 84
12. VAN ZELFCONTROLETHEORIE NAAR ‘MODERN CONTROL THEORY’ EN VERDER ........................................ 85
12.1. Inleiding ........................................................................................................................ 85
12.2. Vier stabiele bevindingen over regelovertredend gedrag ................................................... 86

, 4


12.3. De kern van de zelfcontrole theorie ................................................................................. 86
12.3.1. Zes dimensies van zelfcontrole (1ste versie van SCT) .............................................................. 87
12.4. Kritieken op de originele versie van de zelfcontrole theorie ............................................... 87
12.5. Theoretische herziening ................................................................................................. 88
12.6. Zelfcontrole als morele manager .................................................................................... 89
12.7. Zelfcontrole, zelfregulering of normen…complexere visies op zelfcontrole ........................ 89
12.8. Een evaluatie van de zelfcontrole theorie vanuit biosociaal en evolutief perspectief .......... 90
12.9. Besluit .......................................................................................................................... 90
13. CRIMINAL DECISION-MAKING, RATIONELE EN IRRATIONELE BESLISSINGSPROCESSEN ............................... 90
13.1. Inleiding ............................................................................................................................ 91
13.2. De rationele keuzebenaderingen van cornish en clarke ........................................................ 92
13.3. deterrence theory .............................................................................................................. 94
13.4. De theorie van gepercipieerde afschrikking en diens empirische status ................................ 95
13.5. problemen bij het mensbeeld van de enge verise van de RCT ............................................... 96
13.6. De brede versie van de rationele keuzetheorie van Karl-Dieter Opp ....................................... 97
13.7. Hoe keuzes gemaakt worden, de rol van de gedragseconomie .............................................. 98
13.8. Het hot-cool keuzeproces en traits versus states ................................................................. 99
13.1. Een evaluatie van criminal decision-making vanuit biosociaal en evolutief perspectief .... 100
13.2. Slotbedenkingen ......................................................................................................... 100
14. PERSOONLIJKHEID, TRAITS EN INDIVIDUELE VERSCHILLEN ...............................................................100
14.1. Enkele algemene opmerkingen .................................................................................... 100
14.2. Inleiding ...................................................................................................................... 101
14.3. De theorie van Hans Eysenck ...................................................................................... 101
14.4. De constitutionele leertheorie van Wilson en Herrnstein .............................................. 103
14.5. Het big-five model en het hexaco-model. Verfijning van de relatie intelligentie en
regelovertredend gedrag ........................................................................................................... 105
14.6. Empathie en prosociaal gedrag .................................................................................... 107
14.7. Conduct disorder, antisociale persoonlijkheid en criminaliteit........................................ 108
o Roekeloze onverschilligheid: ......................................................................................... 109
14.8. Psychopathie en betrokkenheid bij ernstige en gewelddadige criminaliteit ...................... 110
14.9. De Dark Triad............................................................................................................... 111
15. GENEN EN MILIEU: VOORBIJ HET ‘NATURE NURTURE DEBAT’..............................................................112
15.1. Inleiding ...................................................................................................................... 112
15.2. De biosociale benadering van & antisociaal gedrag ....................................................... 113
15.3. En wat is dan de rol van de evolutie............................................................................... 114
15.4. De a`aire Buikhuisen en de science war ...................................................................... 114
15.5. Genen en gedragsbeïnvloeding onder de loep ............................................................... 114
15.6. Bevindingen uit de gedragsgenetica .............................................................................. 115
15.7. Methodologie en dising van tweelingonderzoek ............................................................. 118
15.8. Beperkingen van tweelingonderzoek ............................................................................. 121
15.9. Methodologie van adoptieonderzoek ............................................................................ 122
15.10. Van kandidaat-genen naar genoom brede associatiestudies van fenotypes ................ 123
15.11. De epi-genetische revolutie ..................................................................................... 128
16. NEUROCRIMINOLOGIE ...........................................................................................................130
Even herhalen .......................................................................................................................... 130
16.1. Inleiding ...................................................................................................................... 131
16.2. Het menselijke brein .................................................................................................... 131
16.3. Neurotransmitters ....................................................................................................... 133
16.4. De psychofysiologie van antisociaal gedrag................................................................... 136

Documentinformatie

Geüpload op
10 augustus 2026
Aantal pagina's
179
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€14,76

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
0
Volgers
0
Items
4
Laatst verkocht
-


Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen