• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 110 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Psychologie hoofdstuk 1, 3, 4, 6, 7, 8, 10 en 11 | KU Leuven | 2025/26

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 110 pagina's

Deze samenvatting omvat de hoofdstukken 1, 3, 4, 6, 7, 8, 10 en 11 van het vak dat wordt gegeven in het tweede semester van de opleiding Kinesitherapie en Revalidatiewetenschappen (eerste bachelorjaar).

Voorbeeld van de inhoud

PSYCHOLOGIE
H1: OM TE BEGINNEN

1.WHAT’S IN THE NAME

 Boek gaat over wetenschappelijke verantwoorde kennis in verband met psychologie
 Verschil tussen wetenschappelijke psychologie en psychologie die we kennen uit het dagelijks leven

Begrip psychologie

 verschillende definities:
o ‘wetenschappelijk studie van mentale processen en van het gedrag’ (Roediger)
o ‘de empirische studie van het gedrag en mentale processen’.

domein van de psychologie - verscheidenheid van disciplines in wetenschappelijke psychologie

 Tabel p. 20: 48 divisies van de American Psychological Association (APA)
 Disciplines tonen aan termen ‘gedrag’ en ‘mentale processen’ in de brede betekenis moeten opvatten
 Nog disciplines die gedrag bestuderen (vb. sociologie, rechten,…)  ander gezichtspunt
 Vergelijking disciplines  door middel van methoden + onderwerp


2. BELANG VAN KRITISCH DENKEN

 Psychologie als wetenschappelijke discipline vereist kritisch denken
 Kritische grondhouding vereist, psychologie onderscheiden andere kennis

 44-75% geloofd in telepathie, helderziendheid, bioritmen en psychische heelkunde
 Daryl Bem: evidentie gevonden voor mogelijkheid toekomst voorspellen (9 experimenten)
 Experiment:
Twee gordijnen  1 erotische scène (expliciete afbeelding heteroseksuele koppels tijdens vrijen)
Normaal 50% kans op erotische scène
 53,1% had erotische scène => mensen kunnen toekomst voorspellen
 Heranalyse: geen enkele mogelijkheid om in toekomst te kijken

3. FREUD EN PSYCHOLOGIE

 Freud (&Jung)= GEEN psychologen maar geneesheren
 Meerderheid psychologen uit wetenschappelijke wereld: bekeken zijn theorieën argwanend
 Freuds methode van onderzoek (het afleiden van wetmatigheden uit klinische gevalsstudies)  niet representatief
voor gangbare psychologische onderzoeksmethoden
 De associatie van psychologie met de psychoanalyse noemt Stanovich daarom ook het ‘Freudprobleem’.




4.EEN BEKNOPT HISTORISCH OVERZICHT

1

,  Psychologie = jonge wetenschappelijke discipline
 1879: Wilhelm Wundt  opende eerste laboratorium voor experimentele psychologie

 Filosofie + filosofie/neurologie wortels voor wetenschappelijke psychologie
 tweevoudig karakter van psychologische kennis
1) geestwetenschappelijke onderzoeksmethoden ( verklaring centraal)
2) positief-wetenschappelijke onderzoeksmethoden (predictie centraal (voorspellen van gedrag of mentale
processen))
➤ In de filosofie wordt psychologie geassocieerd met ‘studie van de geest of psyche’.


Filosofische traditie- 2 strekkingen:

1) Rationalisme
- ratio als enige toelaatbare criterium voor geldige kennis
- hield veelal dualistische visie aan
- descartisiaanse visie: geest kan principieel niet objectief bestudeerd worden

2) Angelsaksische traditie van empirisme en associationisme
- geldige kennis  verkregen via zintuigelijke kennis



=> weg vrijgemaakt voor wetenschappelijke psychologie, gebaseerd op systematisch empirisch onderzoek

Filosofie + neurologie  ontmaskering descartiaanse bewustzijn als niet-materiële substantie  begin wetenschappelijke
psychologie

Onderwerp van wetenschappelijke psychologie

Eerste experimentele Bewustzijn
psychologen
Onderbewustzijn
Na WOII Gedragswetenschappen (objectief waarneembaar gedrag)
Tot 1960 Behaviorisme = achterhalen verbanden tussen stimulus + reactie
- studie mentale processen = onwetenschappelijk beschouwd
- Skinner = vader van behaviorisme
Sinds 1960 Informatieverwerkingsmogelijkheden van mens = centraal in veel psychologisch onderzoek
- Cognitieve psychologie= De studie van de manier waarop wij informatie verwekken
Neurowetenschappen = studie van gedrag + mentale processen




5.METHODOLOGISCHE EISEN VOOR WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK

2

,3 belangrijke kenmerken van wetenschappelijke kennis

1.Systematische empirisme
= Wetenschappelijke kennis verzameld door het systematisch waarnemen van de werkelijkheid

- vroeger anders vb. bestaan manen rond Jupiter
- Gebrek aan systematisch onderzoek  wetenschappelijke dwalingen
o vb. epidemie geelkoorts
o Dokter stelde: koorts van elke aard dan ook kon best behandelen met aderlatingen (veel kritiek andere
dokters op deze methode)
 vele stierven maar dokter stelde: genezing door zijn behandeling + overlijden door ernst ziekte

2.(Publieke) Verifieerbare kennis
=Kennis moet repliceerbaar zijn

- systeem van peer review
 collega’s in hetzelfde onderzoeksdomein je publicatie beoordelen + vaak bijkomende controles om alternatieve
hypothesen uit te schakelen


3.Toetsbare theorieën en uitspraken
= uitspraken moeten falsifieerbaar zijn  mogelijk moet zijn om aan te tonen dat de uitspraak foutief is.

Popper

 Gaf de psychoanalyse als voorbeeld van niet-falsifieerbare theorie  verweet psychoanalytici werken met post-
hoc verklaringen (achteraf gegeven verklaringen)  problemen

o Syndroom van Gilles de Tourette
 Mensen lijden aan die ziekte  ongecontroleerde tics, grommen en vocalisaties
+ leiden aan echolatie + coprolatie (de drang om te vloeken of obscene woorden uit te spreken)

Verklaringen

 Tourette zelf: degeneratief proces in de hersenen
 Later: veel niet te falsifiëren verklaringen voor stoornis gepubliceerd
 ‘de patiënt weigert zijn tics op te geven omdat die een bron van erotisch genot vormden en
een uitdrukking waren van onbewuste seksuele neigingen’
o Gevolg  meer en meer P kwamen bij psychiaters terecht en niet bij neurologen
 Lateraal aangetoond: weldegelijk neurologisch deficit + symptomen verminderen met
medicatie

Wat wel of niet onderzoekbaar is -> verandert doorheen de tijd

 Door uitvinding visualisatietechnieken: dyslectici bij lezen de informatie op het netvlies valt  anders verwerken
in hersenen




6. VAN KENNIS TOT WETENSCHAPPELIJKE WET


3

, Theorie

= geeft relatie tussen een set van concepten die gebruikt worden om data of gegevens te verklaren en predicties te maken over
de resultaten van een empirische studie.

Hypothese

= specifieke predictie afgeleid van de theorie, toegepast in de context van concreet onderzoek.

Data spreken hypothese tegen  nieuwe theorie ontwikkelen dat data wel kan verklaren  om dichter bij werkelijkheid
komen

Wetenschappelijke wet

= wanneer een relatie tussen verschillende variabelen frequent geconfirmeerd is.

7.ONDERZOEKSMETHODEN

Kunnen op verschillende manieren ingedeeld worden

Positiefwetenschappelijke en geestwetenschappelijke onderzoeksmethoden

 Positiefwetenschappelijk: onderzoeksmethoden uit fysica model staan + variabelen gemeten worden
 Geestwetenschappelijk: interpreterende methode

Descriptieve en experimentele methoden
1.Naturalistische observatie
= een observatiestudie buiten het laboratorium, in natuurlijke situatie  vaak eerste stap richting gecontroleerd onderzoek

- potentieel nadeel: mensen/ (dieren) hun gedrag kunnen wijzigen wanneer ze zich ervan bewust zijn dat ze
geobserveerd worden.


2.Gevalstudie
= 1 persoon of 1 voorbeeld van een fenomeen wordt hierbij zeer gedetailleerd onderzocht (Freuds psychoanalyse is afgeleid
van een aantal gevalstudies).
 geen mogelijkheid om systematische manipulaties uit te voeren

 Hypothese: moeder die kind weinig ruimte laat  aanzet tot problematische partnerrelatie op latere leeftijd
o Relatie tss kind en patiënt kun je niet sturen
 Effect behandeling weinig betrouwbaar  placebo-effect: suikerpil toedienen (maar vertellen medicatie)

3.Interviews
= respondenten op een directe manier bevraagd

 Neutrale bevraging van de interviewers is wenselijk.
 Correlatie leidt niet noodzakelijk tot causaal verband

4.Surveys
= verzamelen van een steekproef van opinies over 1 of meerdere onderwerpen op basis waarvan de onderzoeker een besluit
trekt over de hele populatie (vaak in politicologisch onderzoek gebruikt).

 Belangrijk dat de respondenten waarheidsgetrouw zijn (vb. over seksuele geaardheid)

5.Tests

4

Inhoudsopgave

  1. 01 H1: om te beginnen 1
    1. 1.What’s in the name 1
    2. 2. BELANG VAN KRITISCH DENKEN 1
    3. 3. FREUD EN PSYCHOLOGIE 1
    4. 4.Een beknopt historisch overzicht 1
    5. 5.Methodologische eisen voor wetenschappelijk onderzoek 2
    6. 6. Van kennis tot wetenschappelijke wet 3
    7. 7.Onderzoeksmethoden 4
    8. 8. Enkele exemplarische voorbeelden 7
    9. 9. zitten er grootmoedercellen in onze hersenen? 7
    10. 10. vragenlijsten en het voorspellen van gedrag 8
    11. 11. wat heeft dan gelukkig zijn? 9
    12. 12. komen mannen werkelijk van mars? 10
    13. 13. voelen zonder te voelen 11
    14. 14. ethische kwesties in onderzoek met mensen en dieren 11
    15. Om te onthouden: p. 51 12
  2. 02 H3: Pavlovs hond en Thorndikes kat 12
    1. 1. SPORTERS, GOKKERS EN RATTEN MET EEN GOEDE NEUS 12
    2. 2.Twee vormen van leren 12
    3. 3. wat we leerden van de honden van pavlov 13
    4. 4. geconditioneerde aversie 15
    5. 5. klassieke conditionering in het dagelijkse leven 16
    6. 6. over ratten en duiven in kooien … en over mensen 17
    7. 7. de kracht van bekrachting 18
    8. 8. secundaire bekrachtiging, shaping en chaining voor het moeilijkere werk 19
    9. 9. APOPO-ratten in actie 20
    10. 10. spaart wie zijn kind liefheeft de roede (niet)? 21
    11. 11. de bijgeoofexperimenten 21
    12. 12. operante conditionering en de behavioristische visie op gedrag: zelfherkenning bij duiven 23
    13. 13. andere soorten van leergedrag 25
    14. 14. het mentale leven van apen en ratten 25
    15. 15. leren hoe de snoepkast open kan door te kijken 26
    16. 16. behaviorisme in de jaren 2000 26
    17. 17. om te onthouden: p. 115 27
  3. 03 H4: de wortel en de stok 27
    1. 1. het monty hall-dilemma 27
    2. 2. Hoe vaak stoot een ezel zich aan dezelfde steen? 28
    3. 3. zijn duiven slimmer dan wiskundigen 28
    4. 3. falende beloningen 29
    5. 4. biologische beperkingen bij conditionering 29
    6. 5. onverwacht gedrag van kinderen en volwassen 29
    7. 6. het principe van de wortel en de stok 30
    8. 7. beloningen, stereotypie en problemen oplossen 31
    9. 8. joodse wijsheid 32
    10. 9. motivatie als drijvende kracht 32
    11. 10. punished by rewards 34
    12. 11. meer zakgeld voor een goed rapport? 34
    13. 12. betalen per prestatie 35
    14. 13. hij en zij wel, maar ik niet 36
    15. 14. wie braaf is, krijgt lekkers, wie stout is de roe 37
    16. 15. skinners principes bij duiven en bij mensen … uit verschillende culturen 38
    17. 16. skinner: voor en tegen 39
    18. 17. Om te onthouden: p. 143 40
  4. 04 H6: is daar iemand? 40
    1. 1. wie is de snelste? 40
    2. 2. werkt afvallen beter als je alleen eet? 40
    3. 3. sociale belemmering en sociale facilitatie 40
    4. 4. integratiehypothese van zajonc 43
    5. 5. sociale facilitatie op de werkvloer 46
    6. 6. de avatar als soortgenoot 47
    7. 7. sociaal parasiteren 47
    8. 8. stiekem profiteren 48
    9. 9. sociaal parasiteren begrepen vanuit de sociale-activeringstheorie 49
    10. 10. waarvoor zoek je nu best gezelschap? 49
    11. 11. een verhaal van jongens en meisjes 50
    12. om te onthouden: p. 199 50
  5. 05 H7: wat doen anderen? 50
    1. 1. over mode, een medewerkster van mcdonald’s en een gepest meisje 50
    2. 2 conformisme, of hoe ene meerderheid ons gedrag kan beïnvloeden 51
    3. 3 van sociale beïnvloeding naar innerlijke acceptatie 52
    4. 4 van sociale beïnvloeding naar ongewenste interpretaties 53
    5. 5 van sociale beïnvloeding naar openlijke volgzaamheid 54
    6. 6 omstandigheden en mate van conformisme 54
    7. 7 de invloed van het aantal 55
    8. 8 conformisme door informatieve beïnvloeding 56
    9. 9 een andere dissident in de groep: wat nu? 56
    10. 10 is conformisme historisch en cultureel bepaald? 56
    11. 11 gewenste en ongewenste effecten van normatieve sociale invloed 56
    12. 12 innovatie, of hoe een minderheid toch invloed kan uitoefenen 58
    13. 13 GEHOORZAAMHEID EN autoriteit 61
    14. 14 situationele beïnvloeding 62
    15. 15 informationele beïnvloeding 63
    16. 16 de experimenten van milgram en de medewerkster van mcdonald’s 63
    17. 17 het effect van situationele factoren bij het helpen van mensen in nood 64
    18. 18 hoe meer, hoe minder… 66
    19. om te onthouden: p. 232 67
  6. 06 h8: waarom doet die dat? 67
    1. 1. worden priesters pedofielen of worden pedofielen priesters? 67
    2. 2. causale attributie of de vraag waarom iemand zich zo gedraagt 68
    3. 3. gebrek aan consensus 70
    4. 4. opvallendheid 71
    5. 5. de fundamentele attributiefout 72
    6. 6. culturele verschillen in attributiefout 73
    7. 7. het verschil tussen actor en observator 74
    8. 8. de taak van een psychotherapeut 76
    9. 9. geef de verklaring die het best in jouw kraam past 77
    10. 10. attributie en reputatie: situationele crisiscommunicatie 78
    11. 11. blaming the booze… want (enkel) mannen weten waarom 78
    12. om te onthouden: p. 254 79
  7. 07 h10: kiezen en oordelen 79
    1. 1. enkele vragen 79
    2. 2. representatativiteitsheursitiek 80
    3. 3. linda-effect 80
    4. 4. wanneer minder meer wordt 80
    5. 5. wanneer weinig niet genoeg is 81
    6. 6. the gambler’s fallacy 82
    7. 7. de beste stuurlui… kennen geen toeval 83
    8. 8. intuïtieve experts versus droge statistiek 84
    9. 9. verdelingslogica 85
    10. 10. regressie naar het gemiddelde 86
    11. 11. waaraan doet dit je denken? De kracht van de availabilityheuristiek 88
    12. 12. hoe waarschijnlijk is het? redenen met probabilteiten 89
    13. 13. omkeren van voorwaardelijke kansen 90
    14. 14. de fout van optimisten 91
    15. 15. dat kan geen toeval zijn! 91
    16. 16. self-fulfilling prophecies 93
    17. 17. verankering en aanpassing: over de beatles en vastgoedmakelaars 93
    18. 18. thinking fast and slow: de tweeprocessentheorie van stanovich en west 96
    19. om te onthouden: p. 314 97
  8. 08 H11: hoe voel je je? 97
    1. 1. hoe portefeuilles en fototoestellen veranderen in vuurwapens wanner je angstig en kwaad bent 97
    2. 2. emotie- émotion – exmovere – emovere 98
    3. 3. dierlijke emotie 98
    4. 4. emoticons, emoties en leugendetectie aan de amerikaanse grenzen 99
    5. 5. emotionele gezichten 99
    6. 6. hoorbare en voelbare emoties 100
    7. 7. een breder palet van emoties 101
    8. 8. emoties in babylonië 102
    9. 9. Mijn emoties of onze emoties 102
    10. 10. culturele verschillen bij atleten en in cartoons 103
    11. 11. reacties op onrechtvaardigheden en mislukkingen in amerika en nepal 103
    12. 12. emoties kleuren onze perceeptie in het labo… 104
    13. 13. …En elders… 105
    14. 14. En sturen onze aandacht 105
    15. 15. de risico’s als je me kwaad maakt 106
    16. 16. Wat als je je opgewonden voelt? 106
    17. 17. Kwade Jan is de baas 107
    18. 18. Emoties aan de onderhandelingstafel 108
    19. 19. Opvliegend Jantje, kwade Jan? 109
    20. 20. Wat heet dan gelukkig zijn… in verschillende landen 109
    21. 21. Gelukkig zijn, facebook & geld 109

Gekoppeld boek
 image
Uitgever: 04 februari 2025 ISBN: 9789464677065 Druk: 1

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
Onbekend
Geüpload op
9 augustus 2026
Aantal pagina's
110
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€6,99

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
1
Volgers
0
Items
2
Laatst verkocht
2 maanden geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen