HC 3
Somnolentie= iemand die slaperig is
Narcolepsie=plotseling in slaap vallen hersenstam zet de knop plots uit,
gebeurt op heel onverwachte momenten
Syncope = flauwvallen, Kortdurende bewusteloosheid van enkele seconden tot
enkele minuten.
Locked-in syndroom= mensen zitten vast in eigen lichaam, De patiënt is
alert maar vrijwel volledig verlamd. De ogen kunnen nog worden gesloten en
verticaal worden bewogen waardoor ze voor depatiënt de enige mogelijkheid zijn
om in contact te treden met de buitenwereld.
Pervasieve vegatieve toestand= brein doet niks meer bewust, De
patiënten kunnen als reactie op een plotseling geluid of pijnprikkel de ogen
openen en vertonen motorische activiteit zoals tandenknarsen, geeuwen,
kreunen en dwanghuilen.
Coma= De patiënt bevindt zich in een slaapachtige niet-wekbare toestand. Elk
bewust besef van interne en externe prikkels is afwezig.
Klinisch hersendood= sprake v/e irreversibele beschadiging van het
hersenweefsel (met een stilstand van de intracerebrale circulatie).
Minimale bewustzijnstoestand= Geleidelijke terugkeer van een slaap-
waakritme. Gericht contact blijft wel onmogelijk of heel moeilijk. Minimaal
oogcontact en opvolgen van eenvoudige opdrachten (bv. in hand knijpen)
Sensorische hyposensitiviteit= ondergevoeligheid, te zwak aanvoelen
Sensorische hypersensitiviteit= overgevoeligheid, te veel gevoeligheid
veranderde zintuiglijke gevoeligheid of drempels, identificatie of discriminatie
van zintuiglijke stimuli waardoor niet-nociceptieve sensorische prikkels als
overweldigend of ondermaats ervaren worden
Allodynie= pijn voelen bij iets dat normaal geen pijn doet
Angst=
-Irreële, abnormale angst die leidt tot lijden of problemen in sociaal functioneren.
-Lichamelijke en psychische klachten zoals angst, rusteloosheid, buikpijn,
vermoeidheid, concentratieproblemen, prikkelbaarheid, piekeren, gespannen
spieren, slaapproblemen en vermijdingsgedrag
, Dissociatie= ontkoppeling tussen een gebeurtenis en de emotionele beleving,
vaak bij traumagerelateerde aandoeningen (bv. PTSS, borderline). (brein gaat
gedachte ontkoppelen, gaat passief ondergaan)
- Verminderde verwerking van prikkels en gevoel van onthechting dat emoties en
pijn dempt.
- Depersonalisatie en derealisatie: gevoel van afstand tot jezelf of de
werkelijkheid.
- Weinig of geen bewuste herinneringen/emoties van de traumatische
gebeurtenis.
- Lichamelijke reacties: verhoogde parasympathische activiteit, lage
arousal/aandacht, soms flauwvallen
Psychogene hyporesponsiviteit of aresponsiviteit=
-Kunnen in coma geraken niet door hersenletsel maar door allostatische
overbelasting
-Begint vaak met introvert zijn, stoppen met praten, …
-Aanwezigheid van klinische kenmerken van lethargie of stupor.
-Voelbare weerstand tegen het passief openen van de oogleden, gevolgd door het
snel sluiten van de oogleden bij geforceerd openen
Verminderde aandachtsspan=
-Onnauwkeurige onmiddellijke reproductie van informatie in afzonderlijke,
gelijkaardige informatie-eenheden.
- Relatief goede reproductie van info, behalve wanneer de laatste (één of twee)
informatie-eenheden worden toegevoegd
Stoornis in de verdeelde aandacht (divided attention)= Onvermogen
om twee taken tegelijkertijd op een accurate wijze te volbrengen.
- Betrekkelijk goede uitvoering van iedere taak afzonderlijk ,maar een
vermindering in prestatie bij de originele taak wanneer een tweede taak wordt
toegevoegd.
Patienten met stoornis in aandacht = kan niet praten en wandelen tegelijk, Die
stoppen bv als ze iets willen zeggen
Stoornis in de gerichte aandacht (focused attention)=
-Moeite om aandacht gericht te focussen op specifieke kenmerken van een
stimulus (bv. kleur, letter, positie).
-Snelle afleidbaarheid door irrelevante interne (gedachten) of externe prikkels
(geluiden, beelden).