Hoofdstuk 2: Atomen: bouwstenen van de materie
2.1 atoomtheorie van Dalton
Wet van behoud van massa (Lavoisier):
In een chemische reactie wordt geen massa gevormd, noch vernietigd
= in een gesloten systeem, blijft de totale massa constant, ongeacht hier
chemische reacties doorgaan
Wet van de constante samenstelling (Proust):
Een zuivere verbinding bevat steeds exact dezelfde elementen in exact dezelfde
massaverhouding, ongeacht zijn oorsprong
= wanneer stoffen reageren gebeurt dit steeds in een constante
massaverhouding
In 1808: Dalton stelt een theorie voor (atoomtheorie) om deze chemische wetten
de verklaren, gebaseerd op volgende postulaten:
1. Elementen zijn opgebouwd uit zeer kleine, ondeelbare en niet
vernietigbare deeltjes, atomen
2. Atomen van een bepaald element zijn identiek in massa en in andere
eigenschappen en zijn verschillend van de atomen van andere elementen
3. Verbindingen zijn het resultaat van een combinatie van 2 of meerdere
atoomsoorten in een vaste en constante verhouding
4. Atomen van één element kunnen via chemische reacties niet omgezet
worden in atomen van een andere element
Chemische reactie = reorganisatie van atomen, verandering in onderlinge
combinatie
Wet van veelvuldige verhoudingen (Dalton):
Wanneer 2 elementen A en B combineren om meer dan één verbinding te
vormen zullen de massa’s van B die reageren met een vaste hoeveelheid A zich
altijd tot elkaar verhouden als verhoudingen van kleine gehele getallen
2.2 chemische elementen
118 verschillende elementen
90 natuurlijk voorkomen
klein gedeelte: essentieel voor menselijk lichaam
2.3 atoomtheorieën
2.3.1 atoomtheorie van Dalton
massa: fundamentele atoomeigenschap
19de eeuw: bepalen atoommassa van elementen
kon alleen relatief tegenover atoommassa van andere elementen
water: eerst ‘HO’ => H2O
, Dr. Prof K. Van hecke Chemie Jente Mares
2.3.2 het elektron
negatief geladen deeltjes
elementair deeltje aanwezig in alle atomen
aangezien atoom in geheel neutraal geladen is => moeten er ook een
positieve deeltjes zijn
Thomson: plumpudding model
atoom: sferisch homogene diffuse wolk van positieve materie
negatieve elektronen lukraak ingebed
Millikan: bepaalt elektrische lading en massa van het elektron
2.3.3 het nucleaire atoom
Rutherford (1911) kwam met nieuw atoommodel: het nucleaire atoommodel
3 basisconcepten:
1) grootste deel van massa en alle positieve lading is geconcentreerd in een
kern met hoge dichtheid
2) negatieve elektronen bevinden zich buiten de kern en bewegen hier zeer
snel omheen in ijle ruimte die relatief zeer groot is tov de atoomkern
3) aangezien atoom elektrisch neutraal is: evenveel elektronen als protonen
neutronen: neutrale ongeladen deeltjes
nucleonen: protonen + neutronen
2.3.4 atoommodel van Rutherford-Bohr
atomen: kern + elektronenmantel
kern: bevat bijna alle massa, is het centrum en bevat massarijke protonen en
neutronen
elektronenmantel: grote ijle ruimte met daarin alle mogelijke banen rond de kern
E-inhoud van atoom: afhankelijk van plaats elektron
wanneer elektron van hogere => lagere energietoestand: uitzenden van straling
met een golflengte en een frequentie (E = h . f)
7 hoofdenergieniveaus of schillen
K =1 2 . 12 = 2 elektronen
L =2 2. 22 = 8 elektronen
M =3 2. 32 = 18 elektronen maximum aantal elektronen per
niveau: 2n2
N =4 2. 42 = 32 elektronen
O =5 32
P =6 32
Q =7 32
elektronenconfiguratie
zo dicht mogelijk tegen de kern => opgevuld van binnen naar buiten
buitenste schil: maximum 8 elektronen
voorlaatste schil: maximum 18 elektronen