INTEGRATIEF RAAMWERK VOOR DE
STUDIE VAN ANTISOCIALE
GEDRAGSSTRATEGIEËN
1. INLEIDING
Evolutionaire theorieën
• Toepassingen van evolutionaire inzichten binnen de criminologie.
• Verschillende theorieën bestaan naast elkaar, maar er is weinig sprake van
kennisaccumulatie (het systematisch opbouwen van kennis).
• Het veld bestaat uit een soort lappendeken van ideeën en benaderingen.
• Niet alle theorieën en ideeën zijn echter voldoende uitgewerkt of verder
ontwikkeld.
Theorieën over ultieme oorzaken
• Deze theorieën zijn minder bekend binnen de criminologie.
• De meeste criminologische theorieën richten zich vooral op:
o de ontwikkeling van individuen;
o de situationele context waarin gedrag plaatsvindt.
• Een persoon kan een neiging hebben tot crimineel gedrag, maar het is vaak de
situationele context die bepaalt of dit gedrag daadwerkelijk wordt gesteld.
• Een belangrijke vraag is hoe een geïntegreerd raamwerk eruit kan zien waarin
zowel proximate als ultieme oorzaken worden opgenomen.
• Proximate oorzaken richten zich op vragen zoals:
o Waarom ontwikkelt een persoon een bepaalde moraliteit?
o Waarom overtreedt iemand met een bepaalde moraliteit toch de geldende
regels?
• Als klassiek voorbeeld wordt de EET (Evolutionaire Ecologische Theorie /
gedragsecologie) aangehaald.
1
, • Ook binnen deze benadering is het werk nog niet volledig afgerond.
• Veel onderzoekers hebben deze theorieën niet volledig verder uitgewerkt omdat
zij vertrokken vanuit een geïntegreerde visie, waarbij verschillende
verklaringsniveaus samen worden beschouwd.
Toekomst van biosociale en evolutionaire integratie
• Hoe kan de integratie van biosociale en evolutionaire inzichten binnen de
criminologie verder worden ontwikkeld?
• Op welke manier kunnen inzichten over zowel proximate als ultieme oorzaken
worden samengebracht in één samenhangend theoretisch kader?
• Welke verdere theoretische en empirische uitwerking is nodig om deze integratie
te versterken?
2. DE GEDRAGSECOLOGIE
= Studie van de verbanden tussen dieren, menselijke primaten en hun
huidige omgeving waarin ze nu leven, andere dieren inbegrepen,
waarbij het effect van hun gedrag wordt bestudeerd, alsook de
veranderingen in het gedrag door omgevingsfactoren en door
interacties met dieren van hun eigen soort.
- Omgevingen zenden signalen uit, die door de individuen worden
opgenomen en kan bepaalde zaken gaan triggeren
- Onderzoek binnen soorten en buiten die gelijkaardig zijn
Wisselwerking tussen ecologie en evolutie
Er zijn twee belangrijke inzichten over de relatie tussen ecologie en evolutie:
• Ecologische omstandigheden vormen de basis voor selectiedruk.
o Individuen worden gesocialiseerd binnen een bepaalde omgeving.
2
, o Ze maken kennis met hun omgeving, andere organismen en de interacties
die daarin plaatsvinden.
o De omgeving oefent druk uit op de beschikbare hulpbronnen (resources).
o In sommige ecologische omstandigheden zijn deze hulpbronnen beperkt,
waardoor organismen moeten concurreren om te overleven en zich voort
te planten.
• Ecologie beïnvloedt evolutie.
o De selectiedruk die voortkomt uit ecologische omstandigheden kan,
wanneer deze langdurig aanwezig blijft, leiden tot evolutionaire
veranderingen.
o Evolutie verwijst hierbij naar veranderingen in allelfrequenties binnen een
populatie over generaties heen.
o Ecologie kan dus worden gezien als een van de motoren die evolutionaire
processen aandrijft.
• Culturele evolutie verloopt veel sneller dan biologische evolutie.
o Hierdoor ontstaat soms een kloof tussen onze biologische aanpassingen
en de snel veranderende culturele omgeving.
o Dit proces is niet deterministisch: ecologische omstandigheden bepalen
gedrag niet volledig.
o Toch vormen ze een belangrijke realiteit waarmee individuen en
populaties moeten omgaan.
• Er bestaat een voortdurende terugkoppeling tussen ecologie en evolutie.
o Ecologische omstandigheden beïnvloeden evolutionaire veranderingen.
o Wanneer een populatie door evolutie verandert, kan dit op zijn beurt de
omgeving beïnvloeden.
o Veranderingen in de omgeving hebben vervolgens opnieuw gevolgen voor
de populatie.
o Ecologie en evolutie beïnvloeden elkaar dus wederzijds in een dynamisch
proces van voortdurende interactie.
3