ZENUWSTELSEL EN ANTISOCIAAL
GEDRAG II: DYSFUNCTIES,
NEUROFYSIOLOGIE EN EMOTIES
Wist je datje: Einstein had een kleiner brein dan de gemiddelde mens, wat leert ons dit?
Het is niet per se de grote van het brein, maar de neurale verbindingen die een rol spelen
bij intelligentie en andere kenmerken
1. INLEIDING
- Het zenuwstelsel en de affectieve neurowetenschappen:
• De relatie tussen het zenuwstelsel en crimineel gedrag is complexer dan
enkel het brein.
• Het autonome zenuwstelsel speelt hierbij een belangrijke rol.
• Zowel basisemoties als sociale emoties worden sterk beïnvloed door het
functioneren van het autonome zenuwstelsel.
- Waarom zoveel aandacht voor emoties?
• Emoties werden lange tijd verwaarloosd in de criminologie.
• Emoties zoals angstgevoeligheid en strafgevoeligheid, en sociale emoties
zoals schaamte, schuld en trots, zijn sterke voorspellers van de intentie tot
het plegen van delicten.
• In de criminologie kregen emoties lange tijd een “underdog”-positie; er was
vooral aandacht voor cognitie.
• Mensen werden lange tijd gezien als “levende rekenmachines”.
o Dit hing samen met rationele keuzemodellen die lang dominant waren.
• Emoties zijn minstens even belangrijk als cognitie bij het verklaren van
crimineel en sociaal gedrag.
• Mensen verschillen in de mate van angst en gevoeligheid voor straf.
• Sociale emoties zijn afgeleiden van basisemoties en komen vooral voor bij
sociale diersoorten.
o Bij solitaire dieren is er minder nood aan sociale emoties.
1
, o Bij de mens zijn sociale emoties zeer sterk ontwikkeld.
o Ze hebben een biologische basis, maar ook sterke culturele invloeden.
o Door de combinatie van biologische en culturele factoren kan het
systeem van sociale emoties zich sterk ontwikkelen.
o Dit beïnvloedt in sterke mate de bereidheid om regels al dan niet te
overtreden.
• Steeds meer studies tonen de onafhankelijke effecten van emoties op
verschillende vormen van crimineel gedrag.
o Vooral schaamte en schuld blijken bijzonder sterke voorspellers te zijn.
- De rol van hormonale systemen:
• HPA-as (hypothalamus-hypofyse-bijnier-as) en HPG-as (hypothalamus-
hypofyse-gonadale as).
• HPA-as: betrokken bij stresshormonen.
• HPG-as: betrokken bij geslachtshormonen.
- Stoornissen in de cortex en impulscontrole:
• Stoornissen in de cortex kunnen leiden tot gebrekkige impulscontrole.
• Trauma speelt hierbij een belangrijke rol.
2. AFFECTIEVE NEUROWETENSCHAP
- Emotionele systemen als basis voor de persoonlijkheid – Jaak Panksepp (pionier)
• Panksepp was een Zuid-Afrikaanse psycholoog die geïnteresseerd was in de
neurobiologische en evolutionaire relaties tussen emoties en het
zenuwstelsel.
• Basisstelling (waar veel onderzoekers het mee eens zijn):
o Emotionele systemen vormen, in wisselwerking met de omgeving, de
basis voor de ontwikkeling van onze persoonlijkheid.
- De 7 emotionele systemen:
• 1) Zoekgedrag
o Gaat over nieuwsgierigheid, exploratie en avontuurlijkheid.
o Werkt als belangrijke motivator van gedrag.
2
, • 2) Woede (agressiesysteem)
o Zorgt voor defensieve agressie.
o Heeft een duidelijke functionele rol.
o Dient als signaal dat er iets niet in orde is of bedreigend aanvoelt.
• 3) Vrees (angstsysteem – fight/flight/freeze)
o Reguleert reacties op gevaar.
o Activeert vecht-, vluchtof bevriesgedrag.
• 4) Paniek/verdriet
o Bestaat uit nauw verwante functies.
o Verstoort het gevoel van orde en veiligheid.
o Verdriet hangt samen met verlies.
o Paniek hangt samen met angst voor verlies of separatie.
• 5) Spel
o Bevordert speels gedrag, leren en sociale interactie.
o Door te spelen met leeftijdsgenoten worden basisvaardigheden
aangeleerd.
o In het symbolisch interactionisme: via spel leert men sociale regels en
ontwikkelt men een zelfbeeld.
• 6) Zorg (empathisch systeem)
o Empathie ligt hieraan ten grondslag.
o Essentieel bij soorten waarbij nakomelingen traag ontwikkelen en
langdurige zorg nodig hebben.
o Heeft een sterke hormonale basis.
• 7) Lust
o Betreft seksuele aandrift: voortplanting en binding.
o Bij zoogdieren en primaten is dit niet enkel gericht op voortplanting.
o Het fungeert ook als sociaal bindmiddel (bv. relaties,
verzoening/“goedmaakseks”).
- Algemene inzichten:
3