1
,Hoorcollege 1: Staatshervormingen
België: van eenheidsstaat naar federale staat
Startsituatie 1830: België begon als een unitaire (eenheids)staat met één parlement en één
regering. Er was onverdeeld soevereiniteitsrecht.
Voor België in 1830 betekent onverdeeld soevereiniteitsrecht iets heel concreets en historisch belangrijk.
België in 1830: één ondeelbare macht
Na de Belgische Revolutie van 1830 werd België een onafhankelijke staat.
In die beginfase koos men bewust voor het principe van onverdeelde soevereiniteit.
Wat betekent dat toen concreet?
1. Soevereiniteit lag bij de natie (het volk)
De macht lag niet meer bij een koning (zoals onder Willem I van Nederland), maar bij de Belgische natie.
Dit werd vastgelegd door het Nationaal Congres (dat de eerste grondwet opstelde).
2. Die macht was NIET verdeeld
In 1830-1831:
Geen gewesten of gemeenschappen
Geen federale structuur
Geen gedeelde bevoegdheden
→ Alle macht was gecentraliseerd op nationaal niveau.
3. De koning kreeg macht, maar niet als “absolute heerser”
Met de komst van Leopold I van België:
• werd België een constitutionele monarchie
• maar de koning regeerde niet op eigen houtje
Belangrijk: De soevereiniteit bleef bij de natie.De koning oefende macht uit binnen de grondwet.
Samengevat (zoals op examen)
In België in 1830 betekende onverdeeld soevereiniteitsrecht dat:
• de hoogste macht bij de Belgische natie lag
• deze macht niet opgesplitst was over verschillende niveaus
• en dus gecentraliseerd werd uitgeoefend via nationale instellingen
Verschil met vandaag
1830 → één centraal machtsniveau (onverdeeld) Vandaag → federale staat met verdeelde bevoegdheden
Het was officieel een Franstalig land, Nederlands (en later Duits) waren dialect. De Grondwet werd
pas in 1925 vertaald naar het Nederlands. De officiële Nederlandstalige versie kwam er pas in 1967
en de Duitse in 1991.
Taalstrijd (>) en taalwetten: Na WO I kwamen er taalwetten (1920 en 1930) die de
vernederlandsing regelden van openbare diensten, het onderwijs, de rechtbank, het leger en de
UGent. In 1962 werd de taalgrens vastgelegd en werden taalzones afgebakend:
• Brussel = tweetalig gebied.
• Andere gemeenten = ééntalig.
2
, • Faciliteitengemeenten = gemeenten waar een duidelijke anderstalige minderheid is, deze
mensen ook in hun taal bediend worden.
De zes staatshervormingen (1970–2011)
Elke staatshervorming volgde hetzelfde stramien: meer bevoegdheden voor Vlaanderen (en de
andere regio's) in ruil voor meer financiële middelen voor Wallonië.
Dit noemt men "holding together federalism" – samenblijven door bevoegdheden te verdelen.
Hervorming Jaar Kern
1ste 1970–1971 Oprichting gemeenschappen (taal/cultuur) en gewesten (economie)
2de 1980 Uitbouw gewestelijke bestuursorganen; eigen raden en regeringen
3de 1988 Onderwijs naar gemeenschappen; Brussel officieel 3e gewest
1993
4de Rechtstreeks verkozen Vlaams Parlement
Sint-Michielsakkoord
1999–2001
5de Overdracht landbouw, gemeente- en provinciewet; fiscale autonomie
Lambermontakkoord
2011
6de Splitsen BHV; arbeidsmarkt, wonen, energie, gezinsbeleid naar regio's
Vlinderakkoord
Komt er ook een zevende staatshervorming?
3
, 1970 Eerste staatshervorming
▪ Aanleiding: Leuven Vlaams
▪ Start ‘federalisering’ met dubbele structuur
▪ Oprichting gemeenschappen gebaseerd op taal
▪ Eigen beperkte bevoegdheden voor taal en cultuur
▪ Geen eigen parlement wel ‘Cultuurraden’
(bevolkt met nationale parlementsleden op basis van taalkeuze)
▪ Geen eigen regering, of inkomsten
▪ Oprichting gewesten gebaseerd op grondgebied
▪ Economische bevoegdheden / grondgebonden materies
▪ Discussie over Brussel: grondgebied, volwaardig gewest?
Zuhal Demir ook minister voor Nederlandstalige scholen in Brussel.
Minderheidsbescherming in de eerste taalwet
▪ Grendelgrondwet: ‘taalgevoelige wetten’ kunnen pas gewijzigd worden met
▪ een tweederdemeerderheid in het parlement
▪ én een meerderheid binnen elke taalgroep.
▪ Taalpariteit regering
▪ N = F (7/7)
▪ met uitzondering van premier
Taalpariteit betekent dat Nederlandstaligen en Franstaligen in bepaalde politieke organen evenveel vertegenwoordigd
zijn om evenwicht tussen de taalgroepen te garanderen.
▪ Alarmbelprocedure: in te roepen door deelstaatregering wanneer wet de belangen van haar
bevolkingsgroep schaadt.
De alarmbelprocedure laat een taalgroep (Nederlandstalig of Franstalig) toe om een wetsvoorstel tijdelijk stil te leggen
wanneer ze vinden dat het hun belangen ernstig schaadt.
Hoe werkt het?
1. Een taalgroep in het parlement (bv. Nederlandstaligen) vindt dat een voorstel gevaarlijk is voor hen
2. Minstens 3/4 van die taalgroep roept de alarmbel in
3. De behandeling van het voorstel wordt onmiddellijk geschorst
4. De zaak gaat naar de Ministerraad van België
5. Die moet binnen een bepaalde tijd (meestal 30 dagen) een oplossing zoeken
Belangrijk om te onthouden
• Het is geen veto (het blokkeert niet definitief).
• Het zorgt voor een tijdelijke pauze + overleg.
• Het beschermt de machtsbalans tussen taalgroepen.
Basisstructuur is niet meer gewijzigd tot op de dag van vandaag, 3 regeltjes ook.
→ België bestaat structureel uit: 3 gemeenschappen, 3 gewesten , een federale logica met gedeelde
bevoegdheden.
De eerste staatshervorming van 1970 legde de basisstructuur van België vast met drie gemeenschappen en drie
gewesten, een structuur die tot vandaag behouden is gebleven en enkel verder werd ingevuld.
4