HANDELINGSKADER EN SPREIDSTAND
1. Handelingskader vanuit mensenrechtengedachte
Om aan mensenrechten te werken, reiken we vijf bouwstenen aan die een kader
vormen waarmee een sociaal werker kan handelen. (= een handelingskader). Is
gebaseerd op een boek.
! OPLETTEN =/ TSS 5 KRACHTLIJNEN EN EEN HANDELINGSKADER MET 5
BOUWSTENEN
Het uitgangspunt van het handelingskader is dat ‘mensenrechten’ een
sociale constructie zijn. Dat verwijst naar de onderhandelbaarheid ervan.
Versus mensenrechten als onveranderlijke, vaststaande ‘objectieve’ normen die
in de praktijk toegepast moeten worden.
Dat heeft implicaties:
- Mensenrechten kunnen op verschillende manieren ingevuld én dus
gerealiseerd worden.
- Sociaal werkers moeten een actieve actor zijn in de ontwikkeling en het
garanderen van mensenrechten.
- Onderhandelbaarheid impliceert macht en dialoog met alle betrokkenen.
De principes van het handelingskader hangen onlosmakelijk samen.
- Systeemwereldgericht handelen
- Leefwereldgericht handelen
- Participatief handelen
- Politiserend handelen
- Ontgrenzend handelen
Je moet volgens ze ALLEMAAL werken, allemaal in het handelen aanwezig zijn.
, 1.1 Systeemwereldgericht handelen
‘Systeemwereldgericht werken is werken aan/met het geheel van
geïnstitutionaliseerde maatschappelijke hulpbronnen die noodzakelijk zijn voor de
realisatie van mensenrechten én werken aan de toegankelijkheid van deze
hulpbronnen.’
Over welke hulpbronnen gaat het?
1) Materieel-economische hulpbronnen
- Institutionele aard: collectieve voorzieningen en organisaties in het sow:
OCMW, ziekenfonds, ziekenhuis, scholen, VDAB, Kind&Gezin, hulpkas,
justitiehuis…. Institutionaliseren v keuzes, bv willen meer kennis in
samenleving, dus voeren leerplicht in. Overheid steekt hier geld in, en
gaan ook iedereen bereiken. Kind en Gezin komt nr IEDEREEN.
- Materiële aard: uitkering, premies en kortingen, voedselpakket, sociale
woning, medicatie, opvang,…
Maar het bestaan ervan is vaak niet voldoende om tot garantie van
mensenrechten te komen. Kijk naar het Mattheus- effect ( = het rijker worden van
de rijken en het armer worden van de armen, doordat rijken relatief gezien meer
voordeel (kunnen) halen uit de materieel-economische bronnen dan mensen in
armoede.) Daarom moet je als sociaal werker, ook oog hebben voor:
Bij structuur praten we ook over cultuur: bv lgbtq+, hadden bepaalde rechten
niet tot jaren 70. Welke waarden en normen zijn er i/d samenleving? Om toegang
tot mensenrechten te garanderen, ook oog hebben voor:
2) Sociaal-culturele hulpbronnen
- Sociaal netwerk dat mee de ontsluiting van kennis, vaardigheden,
kansen bepaalt, ...
- Sociaal-culturele vaardigheden, kennis, attitudes, waarden en normen
(taal, op tijd komen, mondig zijn, hulpvraag kunnen formuleren, gepaste
kleding…)
Elementen waar men moet over nadenken als men systeemwereldgericht wil
handelen:
1. Wat is de rol van de overheid inzake mensenrechten? Wie is
verantwoordelijk waarvoor?
2. Gaat het over een doelgroepenbenadering of over een universele
benadering? Bv maken we groeipakket vr alle kinderen of kijken we nr
vermogen vn ouders?
3. Hoe zit het met de toegankelijkheid van maatschappelijke systemen en
hulpbronnen? Hoe toegankelijk is onderwijs vr kinderen met een
beperking bv? Die hbb weinig toegang tot regulier onderwijs?