KENMERKEND VOOR SOW
1. Doelwitactoren
Bij de opdrachten van sociaal werkers kan je vier verschillende doelwitactoren
onderscheiden. De verschillen hebben betrekking op de aard van het
deelnemers-systeem (individuen, gezinnen, groepen, gemeenschappen) maar
ook op de doelen en hefbomen die de sociaal werker effectief acht voor sociale
verandering.
werken met individuen, gezinnen en nabije contexten: microniveau
werken met groepen, gemeenschappen, buurten: mesoniveau
werken aan en in organisaties: mesoniveau, bv vdab
werken aan en in beleid, kan lokaal, Vlaams, federaal, Europees en ook in
je eigen organisatie.
1.1 Doelwitactor 1: werken met individuen, gezinnen en nabije contexten
Vergroten van zelfredzaamheid van individu of zijn nabije context met de
hulpbronnen van de “cliënt”.
Het gaat hier in eerste instantie over hulp- en dienstverlening. Dienst gaat
eerder over info geven en administratie, bij hulp vaak emotie er bij en ga
je echt een proces aan met mensen
Noemen we vaak ‘maatschappelijk werk’
1.2 Doelwitactor 2: werken met groepen, buurten en gemeenschappen
Vertrekken van de mogelijkheid van de groep om in onderling samenspel
tussen de groepsleden tot oplossingen te komen voor problemen en
persoonlijke en maatschappelijke uitdagingen.
De groep als experimenteerplaats voor sociale verandering, door in
discussie te gaan met CAW en OCMW en ook door bewustzijn te
verspreiden i/d samenleving
Persoonlijke ontwikkeling, empowerment en emancipatieprocessen kunnen
in een groep tot stand komen. Je ziet mensen zichzelf ontplooien, ze willen
zich inzetten om iets te betekenen voor zichzelf en voor de samenleving
Kijken hoe het zit met leefbaarheid: sluikstorten, gebrek aan soc cohesive,
openbaar vervoer,…Buurtwerk is v/d stad, samenlevingsopbouw is v/d vzw
Proberen iets teweeg te brengen i/d buurt: niet perse individuele hulp,
geen hulpverleningsproces. Je gaat mensen doorverwijzen, luisteren en
nabij zijn.
Hier kan ook soc cult werk inzitten: samenkomen met groepen rond een
bepaald thema, mensen in groep gaan kijken hoe ze elkaar knn helpen,
want soc werker gaat niet zeggen hoe het moet. Je zet ze samen omdat je
, denkt dat ze elkaar beter knn helpen dan dat jij dat individueel kan doen.
Als iemand hetzelfde meemaakt, gaat persoon jou beter verstaan!
1.3 Doelwitactor 3: werken aan en in organisaties
Werken aan (verandering in) organisaties
Kan van buitenaf
Bvb. GRIP (Gelijke Rechten voor Iederen Persoon met Handicap)
geeft advies aan VDAB (Vlaamse Dienst Arbeidsbemiddeling en
Beroepsopleiding) mbt het begeleiden van personen met beperking
naar werk
Bvb.VSK (Vlaamse Scholierenkoepel) ondersteunt scholen in de
ontwikkeling van leerlingenraad met het doel leerlingenparticipatie
te bevorderen
Kan van binnenuit
Bvb. Een diversiteitsmedewerkers bij de Vlaamse overheid die
instaat voor het gelijkekansenbeleid op de werkvloer)
Jeugddienstmedewerker die instaat voor de toegankelijkheid van de
jeugddienst naar jongeren toe
Publieksmedewerker in een museum
Toegankelijkheidsambtenaar bij de dienst toerisme
1.4 Doelwitactor 4: werken aan en in beleid
Vertrekkend van een sociaal-politieke analyse van problemen en
uitdagingen zet de sow’er in op verandering in de maatschappelijke
structuren. (wetten, beleid, aanbod, steunmaatregelen..)
Kan van buitenaf: Saamo, Netwerk tegen Armoede, …
Kan van binnenuit: als signaalwerker bij stad Gent, als beleidsmedewerker
armoedebeleid in het department welzijn, als wijkregisseur, …
DOELWITACTOREN BINNEN DOMEIN ‘ARBEID’ VOORBEELD
- Werken met individuen, gezinnen en nabije context:
o VDAB die persoon X begeleidt naar werk
- Werken met groepen:
o Groep Intro (groepsvormingen…)
o Werkvloerbegeleider Kringloopwinkel
o Vakbond die groep werknemers begeleidt bij sluiting van fabriek
- Werken in en aan een organisatie:
o In: HR-medewerkers personeelsbeleid/ gelijkekansenbeleid
o Aan: SAAMO tav VDAB
- Werken aan en in beleid:
o In: beleidsmedewerker jeugdwerk binnen de jeugddienst van de stad
o Aan: vakbond die deelneemt aan de SERV (de Sociaal Economische
Raad vaan Vlaanderen)