INTRO
Partijen kunnen vrij overeenkomsten sluiten. Maar ze moeten wel bepalen wat ze precies
zijn overeengekomen (prijs, voorwerp, …).
Nieuw BW:
Boek 1. Algemene bepalingen (1/1/23)
Boek 2. Personen, familie & relatievermogensrecht
Boek 3. Goederen (1/9/21)
Boek 4. Nalatenschappen, schenkingen & testamenten
Boek 5. Verbintenissen (1/1/23) contracten van voor 2023, vallen onder oud BW.
Boek 6. BCA (1/1/25)
Boek 7. Bijzondere contracten (coming soon?)
Boek 8. Bewijs
Boek 9. Zekerheden
Boek 10. Verjaring
De inwerkingtreding van boek 1 en 5 BW:
o Beide Wet van 28/4/22
o Inwerkingtreding 1/1/23
o Boek 1: art 3-5
o Boek 5: art 64-65
o Eerbiedigende werking
o Tenzij partijen anders overeenkomen
o Enkel RH + Rsf na 1/1/23
o Niet:
Toekomstige gevolgen RH + Rsfeiten die dateren van voor 1/1/23
RH + Rsfeiten mbt verbintis uit RH/Rsfeit van voor 1/1/23
Boek 7 BW:
o Wetsvoorstel 16 april 2024 (DOC 55 3973)
o Wetsvoorstel 20 februari 2025 (DOC 56 0743)
o Krachtlijnen
o Herstructurering en integratie (met titels, zie hieronder)
o Coherentie
o Vereenvoudiging
o Titel 1: statuut en definities
o Titel 2: koop en ruil
o Titel 3: huur en bruiklening
o Titel 4: dienstencontracten (met aanneming)
o Titel 5: lening (aparte wet)
1
, o Titel 6: kanscontracten (met bv. lijfrente)
o Titel 7: contracten mbt geschil (dading en sekwester)
TITEL I
o Benoemde contracten
Wettelijke set regels + contract (voor zover nt dwR) = uitgangspunt, van
aanvullend recht
Wat hebben de contractspartijen geregeld? Zijn er regels van dwingend recht die
inachtgenomen moeten worden?
Ratio legis
Fall back régime
Bescherming zwakke contractpartijen
BW
Benoemde contracten: contracten die in de wet benoemd worden en een régime
krijgen.
Subsidiair (5.13 BW): verb & contractenR (met art. 5.71 BW)
o Onbenoemde contracten/sui generis
Contract zelf: hier kijk je eerst naar
Ruime zin: contracten die aan geen enkele specifieke regeling zijn onderworpen,
maar wel onderworpen zijn aan het algemeen contractenrecht
Enge zin: contracten die niet uitdrukkelijk in het (oud) BW zijn geregeld
Gemene verb & contractenR (met art. 5.71 BW)
Regels benoemd contract per analogie
Geen wettelijke set van regels
Bv: leasingovereenkomst: gedurende een bepaalde tijd wordt iets
terbeschikkinggesteld (denk aan een firmawagen). Dus welke regels
gelden: de regels volgen het contract zelf aangezien hier geen
aparte wettelijke set van regels voor is. Aan de andere kant heb je
dan nog het gemene recht of toepassing naar analogie van
benoemde contraten.
o Gemengde contracten (5.67 BW): een mix van verschillende benoemde contracten
Vertoont één of meer kenmerken van benoemde contracten, maar vormt toch
een juridische eenheid
Onbenoemd/sui generis-theorie -> we weten niet wat we exact hebben
Het gemengd contract als volwaardig onbenoemd contract nemen,
waarop principieel de regels van benoemde contracten niet worden
2
, toegepast en waarvoor bijgevolg enkel het régime van de
onbenoemde contracten geldt. (dus eigenlijk het gemene
verbintenissenrecht)
Bv. je hebt een stuk grond en iemand wil daar een huis op bouwen
is dit een contract van koop en aanneming.
Dit is vaak zo gemixt, dat we het soort contract niet meer
herkennen.
Combinatietheorie: de contracten combineren met een duidelijk onderscheid
daarin te maken. Ook cumulatietheorie genoemd. Dit is het uitgangspunt bij
gemengde contracten.
De regels van alle benoemde contracten die in het contract
vertegenwoordigd zijn, moeten naast elkaar worden toegepast op
de verschillende respectieve onderdelen van het gemengd contract.
Bv: koop bij koop en aanneming bij aanneming
Bv: bij het verkopen van een huis kan je gebruik maken van een
makelaar. Die makelaar levert prestaties (helpen bij verkoop
woning). Maar die makelaar heeft ook een
vertegenwoordigingsbevoegdheid
Absorptieleer: alle elementen samengooien, maar we zien dat één element
dominant is dat wat belangrijker is dan de andere elementen. Binnen de
absorptietheorie kunnen verschillende kleine cumullen plaatsvinden.
dus in zijn geheel wordt het overheersende/ dominerende type
contract toegepast
Bv: bouwen op andermans grond – wat is hier het belangrijkste
element? Dat er gebouwd wordt = aanneming
INLEIDING
o Burgerlijk recht
o P&F
o Vermogensrecht
FVR
3 subjectieve vermogensrecht:
IR
ZR
PR
3
, OVERZICHT: DEZE WORDEN BEHANDELD
o Deel I: contracten mbt overdracht eigendom (eigenlijk ruimer: overdracht van
zakelijke rechten)
Koop (+ruil) !! centrale contract inzake overdracht van goederen
Kanscontracten = contracten waarvan de uitkomst niet op voorhand vaststaat
o Deel II: contracten mbt gebruik & genot v/e goed
Huur
• Gewone
• Handelshuur
• Gemene huur
Lening: gaat ook over gebruik/ genot ve goed
• Bv: wagen lenen, geld lenen, …
o Deel III: dienstencontracten
Aanneming
Bewaargeving
Lastgeving
o Deel IV: vaststellingscontracten (dading)
Koop, huur en aanneming zijn de voornaamste waar we aandacht aan
besteden. Op het examen krijg je een vraag over elk contract, maar al zeker
over één van deze drie.
EXAMEN
Wat kennen?
Handboek bijzondere contracten (zie bb voor niet te kennen randnummers)
Hoorcolleges + lesnotities
Hoe kennen: inzichten, toepassingen, verbanden leggen
Boek 7 niet kennen. In het handboek is dat al verwerkt. Enkel wat we in het college zien,
wel rond boek 7 (geen toepassingen)
Examen zelf:
Drie onderdelen
Inzichtsvraag
o Bv: vergelijkingsvraag huidige en toekomstige recht
4