Hoofdstuk 2: fouten in chemische analyses
1. Belang van replicaten
- Onmogelijk chemische analyse uit te voeren ZONDER fouten (exacte
waarde is daarom NOOIT gekend)
o Fouten niet perse door de uitvoerder
o Vele onzekerheden verbonden met verschillende delen van de
analyse
o Niet altijd te vermijden
Resultaten van replicaten gespreid rond centrale waarde
- Resultaat analyse MOET 2 cijfers omvatten
o Centrale waarde gemiddelde
o Getal dat aangeeft hoe betrouwbaar of precies de metingen
zijn
- 2 tot 5 herhalingen uitvoeren, geven meestal verschillende
resultaten = replicaten
o Door uitvoering van replicaten zal centrale waarde dichter
liggen bij officiële waarde
- Voordeel:
o Centrale waarde (gemiddelde dus) betrouwbaarder dan elk
individueel resultaat
o Betrouwbaarheid van analyse kan ingeschat worden door te
kijken naar variatie in resultaten en wanneer die niet veel
verschillen is de centrale waarde betrouwbaar
2. Terminologie
- Precisie = beschrijft hoe dicht de 6 verschillende waarden bij elkaar
gaan liggen, hoe goed herhaalde metingen bij elkaar in de buurt
liggen — dus hoe consistent of herhaalbaar de resultaten zijn als je
iets meerdere keren op dezelfde manier meet
- Accuraatheid = nauwkeurigheid, duidt afwijking aan tussen
centrale meetwaarde en de exacte waarde
o Absolute fout E = xi - xt (Xi is de meting en Xt is de exact
aanvaarde waarde), omdat je de exacte waarde meestal niet
kent en daarom je dus de analyse doet noem je het resultaat
de exact aanvaarde waarde
o Relatieve fout
- Accuuraatheid ≠ precisie
Beiden eigenschappe, van geode
analysetechniek, waarmee je
technieken met elkaar kan
vergelijken
, Hoe hoger beiden zijn hoe beter, je kiest dus de methode met
hoogste van beiden
3. Drie types fouten in experimentele data
- Toevallige fouten: Fouten die ervoor zorgen dat uw precisie van de
techniek verlaagt, deze fouten zijn moeilijk te vermijden, kunnen pos
en neg zijn
- Systematische fouten: zorgen dat je resultaten een systematische
afwijking hebben tov het gemiddelde, al u metingen zijn het zij te
groot of het zij te klein
- Ruwe fouten: vaak menselijke fouten en geven een sterk afwijkend
resultaat maar komen niet vaak voor, outlier is een waarde die sterk
afwijkt van de
rest
3.1. Toevallige fouten
- Oorzaak ongekend en moeilijk te vermijden, maar verkleinen kan
wel
- Vaak belangrijkste bron van fouten
- Kunnen niet gemeten worden of zelfs positief geïdentificeerd worden
- Even grote kans om pos als neg te zijn
Herhaling van analyse op eenzelfde staaf gaan resultaten op
willekeurige wijze gespreid liggen rond gemiddelde
- Voorbeelden
o Waterniveau tussen 2 streepjes en moeilijk te kiezen welke je
neemt
o Vibraties en tocht kunnen metingen beïnvloeden
o Temperatuursfluctuaties
- Je wil bv gehalte aan actieve stof in een lot geneesmiddelen weten
o Niet redelijk om alle tabletten te testen dus selecteert
willekeurig aantal, dat noemen we een steekproef
o Je bepaalt gehalte van elk tablet (=replicaten)
1. Belang van replicaten
- Onmogelijk chemische analyse uit te voeren ZONDER fouten (exacte
waarde is daarom NOOIT gekend)
o Fouten niet perse door de uitvoerder
o Vele onzekerheden verbonden met verschillende delen van de
analyse
o Niet altijd te vermijden
Resultaten van replicaten gespreid rond centrale waarde
- Resultaat analyse MOET 2 cijfers omvatten
o Centrale waarde gemiddelde
o Getal dat aangeeft hoe betrouwbaar of precies de metingen
zijn
- 2 tot 5 herhalingen uitvoeren, geven meestal verschillende
resultaten = replicaten
o Door uitvoering van replicaten zal centrale waarde dichter
liggen bij officiële waarde
- Voordeel:
o Centrale waarde (gemiddelde dus) betrouwbaarder dan elk
individueel resultaat
o Betrouwbaarheid van analyse kan ingeschat worden door te
kijken naar variatie in resultaten en wanneer die niet veel
verschillen is de centrale waarde betrouwbaar
2. Terminologie
- Precisie = beschrijft hoe dicht de 6 verschillende waarden bij elkaar
gaan liggen, hoe goed herhaalde metingen bij elkaar in de buurt
liggen — dus hoe consistent of herhaalbaar de resultaten zijn als je
iets meerdere keren op dezelfde manier meet
- Accuraatheid = nauwkeurigheid, duidt afwijking aan tussen
centrale meetwaarde en de exacte waarde
o Absolute fout E = xi - xt (Xi is de meting en Xt is de exact
aanvaarde waarde), omdat je de exacte waarde meestal niet
kent en daarom je dus de analyse doet noem je het resultaat
de exact aanvaarde waarde
o Relatieve fout
- Accuuraatheid ≠ precisie
Beiden eigenschappe, van geode
analysetechniek, waarmee je
technieken met elkaar kan
vergelijken
, Hoe hoger beiden zijn hoe beter, je kiest dus de methode met
hoogste van beiden
3. Drie types fouten in experimentele data
- Toevallige fouten: Fouten die ervoor zorgen dat uw precisie van de
techniek verlaagt, deze fouten zijn moeilijk te vermijden, kunnen pos
en neg zijn
- Systematische fouten: zorgen dat je resultaten een systematische
afwijking hebben tov het gemiddelde, al u metingen zijn het zij te
groot of het zij te klein
- Ruwe fouten: vaak menselijke fouten en geven een sterk afwijkend
resultaat maar komen niet vaak voor, outlier is een waarde die sterk
afwijkt van de
rest
3.1. Toevallige fouten
- Oorzaak ongekend en moeilijk te vermijden, maar verkleinen kan
wel
- Vaak belangrijkste bron van fouten
- Kunnen niet gemeten worden of zelfs positief geïdentificeerd worden
- Even grote kans om pos als neg te zijn
Herhaling van analyse op eenzelfde staaf gaan resultaten op
willekeurige wijze gespreid liggen rond gemiddelde
- Voorbeelden
o Waterniveau tussen 2 streepjes en moeilijk te kiezen welke je
neemt
o Vibraties en tocht kunnen metingen beïnvloeden
o Temperatuursfluctuaties
- Je wil bv gehalte aan actieve stof in een lot geneesmiddelen weten
o Niet redelijk om alle tabletten te testen dus selecteert
willekeurig aantal, dat noemen we een steekproef
o Je bepaalt gehalte van elk tablet (=replicaten)