1. WAT IS JEUGDDELINQUENTIE
o Criminaliteit gepleegd door kinderen en/of jongeren
1.1. BEGRIP ‘JEUGD’
o Strafbaarstelling van gedrag vanaf 12 jaar
o tot 18 jaar tot 1990 lag meerderjarigheid op 21 jaar
o Na 18 jaar : strafrecht
let op: leeftijd waarop delict gepleegd werd!
o Enkele bedenkingen bij leeftijdsbepaling
Neuropsychologische ontwikkeling en maturatie van hersenen loopt door
tot 25 jaar
Groot verschil inzake levensfase, ontwikkeling
Maturity gap
o Onder 12 jaar via integrale jeugdhulp
1.2. WAT IS DELINQUENTIE
o = alle handelingen die volgens het strafwetboek strafbaar zijn gesteld
o Bedenkingen
alle vormen van regel- of grensoverschrijdend gedrag (= brede opvatting)
wat strafbaar is
is veranderlijk doorheen de tijd: decriminalisering of invoering van
strafbaarstelling
is afhankelijk van plaats (land) en per provincie
(jeugddelinquentierecht)
Wetgeving/ strafuitvoering: nationaal vs provinciaal
Zie Jeugddelinquentierecht in VL, Jeugdbeschermingsrecht in
WA
Sommige feiten zijn niet meer strafbaar bv. landloperij
Zedenwet vandaag: toestemming is de kern van zaak
In VL strenger dan WA
2. WAT IS JEUGDCRIMINOLOGIE
o Wat is criminologie?
=wetenschap die beoogt betrouwbare kennis voort te brengen over
criminaliteit over degenen die misdaden plegen en over de reacties daarop
o Wat is criminaliteit?
Verschillende visies
Alle handelingen die volgens het strafwetboek strafbaar zijn gesteld
Alle vormen van ‘regel overschrijdend gedrag’
Bv cyberpesten pesten als fenomeen strafbaar: neen /
cyberpesten is strafbaar
Regels die geschreven staan en moet volgen, maar daarvoor niet in
strafwetboek
1
,2.1. WANNEER SPREKEN OVER CRIMINALITEIT
2.1.1. STRAFWETBOEK OF GRENSOVERSCHRIJDEND GEDRAG
o Pesten niet strafbaar de mate waarin en acties kunnen aanleiding zijn
2.1.2. DYNAMISCH KARAKTER VAN STRAFBARE FEITEN
o Opvattingen zijn veranderbaar in de tijd
4de eeuw voor Chr Aristoteles: kinderen met een beperking gaf vader het
recht om het kort na de geboorde te doden
Zie ook lessen Jeugdrecht: kindbeeld veranderde doorheen de tijd, alsook
hun rol als individu in de maatschappij
Gedrag dat vroeger als kattenkwaad gezien werd, wordt nu anders
gepercipieerd: bv vechtpartijen, kinderen die met nepwapens of
zakmessen op straat gaan geen regel overschrijdend gedrag en ook wat
strafbaar is, verandert doorheen de tijd
IFG (= intrafamiliaal geweld)
Seksueel strafrecht
Nieuwe strafwetboek
Aanzetten tot zelfdoding
Lijkschennis
Tijden en visies veranderen op wat fout is
2.2. VISIES OP JEUGDCRIMINALITEIT
o Verschillende visies / perspectieven op jeugdcriminaliteit, waarbij enkele zaken
opvallen
De wetenschappelijke benadering van jeugdcriminaliteit dient
multidisciplinair opgevat te worden
Criminologie = multidisciplinaire studie met invalshoeken uit het
recht, sociologie, psychologie, zelfs (gerechtelijke) geneeskunde
Jeugdcriminologie extra invalshoeken nodig:
ontwikkelingspsychologie, orthopedagogie, gezinsontwikkeling,
schoolloopbaan
Invloed van publieke opinie: “de jeugd van vandaag”
Rol van de media
Visie op aanpak en verantwoordelijkheid van ouders
Criminaliteit, criminologie => sensatiegehalte
Criminologische theorieën over jeugdcriminaliteit in opbloei:
Nature vs nurture
3. WAAROM JEUGDCRIMINOLOGIE
o Criminologisch perspectief op wangedrag, delictgedrag, gepleegd door
minderjarige
Zie eerder: waar ligt de grens qua leeftijd, zowel qua bovengrens als qua
ondergrens?
o Wetenschappelijke visies/ kaders over reacties en preventie van delictgedrag
gesteld door kinderen/jongeren:
Werken repressieve reacties?
2
, Wat heeft een kind nodig gezien zijn/haar ontwikkelingsnoden?
Vanaf wanneer wordt een kind verantwoordelijk gesteld voor zijn/ haar
gedrag? Wordt de fout gelegd bij het kind/jongere en/of bij de ouders?
o In de ‘vrij jonge’ geschiedenis van jeugdrecht zien we een golfbeweging van
repressie/ straffen tot bescherming tot repressie/ straffen
o Als toekomstige jeugdprofessional is het belangrijk om op wetenschappelijke wijze
stil te staan bij de
begeleiding, aanpak van grensoverschrijdend gedrag en delictgedrag,
publieke reacties, buikgevoel
3.1. BELANG VAN JEUGDCRIMINOLOGIE
o Voor de jeugdcriminologie is er echter een onmiskenbaar belang om zich
uitdrukkelijk te richten op gedrag dat valt onder een strafrechtelijke definitie van
criminaliteit. Het is goed dat criminologen een bijdrage leveren aan de beleids- en
wetgevingsdiscussies als het gaat over dergelijke onderwerpen en als ze alert zijn
op definitorische net widening.
3.2. METEN IS WETEN! OF TOCH NIET?
o Criminologisch begrip: Dark Number
= er is een groot verschil tussen de werkelijke aard en omvang van
criminaliteit en wat we daarvan terugzien in de cijfers en in de
strafrechtspleging
3.2.1. AANTAL VERKLARINGEN VOOR HET DARK NUMBER
o Aantal verklaringen
Geringe pakkans
Daders hebben de intentie om niet ‘gepakt’ te worden niet
gemakkelijk hoeveel strafbare feiten uiteindelijk zijn
Politie heeft niet de middelen/ mogelijkheden om alle misdrijven
vast te stellen en te registreren
Pakkans bij jongeren is gering: onschuld, weinig ernstige karakter
van de feiten
Selectie
Slachtoffers doen niet altijd aangifte
Selectie door politie: ernstig genoeg? oriëntatie op bepaalde
doelgroepen (etnische achtergrond, jongens)
Selectie door jeugdparket: sepot, maatregel, doorverwijzing naar
jeugdrechter?
Ook door parketcriminoloog: welke feiten beoordelen we als
misdrijf en welke niet? Wat bv met fietsdiefstal?
Veranderende wetgeving
o ! Belangrijk om te onthouden bij de interpretatie van officieel cijfermateriaal:
Criminologische uitspraken die zijn gebaseerd op officiële
politieregistraties, dienen steeds rekening te houden met het dark number
en de betrouwbaarheid van resultaten dus in vraag te stellen
Uitspraken als: “Het zijn vooral jongens die criminaliteit plegen.”
subjectief
Kritisch zijn en rekening houden met de selectie in pakkans,
aangiftebereidheid
o Vandaar ook nood aan andere meetinstrumenten
3
, Zelfrapportages
Slachtofferenquêtes
3.2.2. HOE METEN WE JEUGDCRIMINALITEIT EN WAT VERTELLEN DE CIJFERS?
o anno 2020 verdiept in de jeugdcriminaliteit stuit meteen op een merkwaardig
verschijnsel: “overal neemt de jeugdcriminaliteit af en toch lijkt er in sommige
landen sprake van een algemene, aanhoudende paniekstemming dat het de
verkeerde kant op gaat met de jeugd. Dit gaat vaal gepaard met een roep om
krachtig ingrijpen door de overheid.”
3.2.2.1. POLITIECIJFERS
o Sinds 1994 bestaat er een uniforme politiestatistiek: Geïntegreerde
Interpolitionele Criminaliteitsstatistiek
o Cijfers van politie vertellen weinig over toe- of afname
Slechts klein deel wordt ontdekt door politie zelf, maar eerder door
melding van derden (waaronder ook valse aangiftes!!!)
afhankelijk van meldingsbereidheid
Registratie door de politie is zeer afhankelijk van beleidsprioriteiten
bv. IFG vroeger geen prioriteit, nu hoog op politieke agenda
Feiten met hoge zichtbaarheid hebben meer kans om vervolgd te
worden, omwille van prioriteitstelling bv. straatcriminaliteit,
geweldscriminaliteit en daders met migratieachtergrond
Verschil in brengcriminaliteit (=bv. je brengt iets naar de politie en ze
beginnen) en haalcriminaliteit (= politie actief opzoek via campagnes)
o Tegen de achtergrond van wisselende prioriteit en selectiviteit en van wisselende
visies op strafbaar gedrag spreken criminologen daarom van de sociale
constructie van (jeugd)criminaliteit
o Tekst lezen en te kennen!
o Graduele stijging
Adder onder het gras: criminaliteit enkel stijgt niet, maar er is een stijging
doordat de VOS situaties hierin terugkomen
3.2.2.2. ZELFRAPPORTAGES
o = bieden de kans om meer zicht te krijgen op de effectieve omvang van
jeugddelinquentie
o Deze zelfrapportages maken duidelijk dat politiecijfers slechts een tiende
uitmaken van werkelijk aantal gepleegde jeugddelicten
o Zelfrapportages in NL door WODC: wetenschappelijk onderzoek- en
documentatiecentrum
o In BE (VL): JOP monitor (JeugdOnderzoeksplatform)
2 vormen:
Postenquêtes
representatieve steekproef onder Vlaamse 14-25 jaar
Delicten die bevraagd worden: diefstal, vandalisme, fysiek
geweld en wapendracht
Hoe vaak delicten gepleegd in voorbije jaar
Verschillen van leeftijd en geslacht worden in kaart gebracht
Grootstedelijk onderzoek in secundaire scholen
o Internationaal: International Self Rapport on Delinquency
o Slachtofferschap, hulpzoekgedrag en daderschap
4