KENNIS VAN GEZONDHEID EN INZICHTEN IN ZIEK ZIJN:
Les 7- Digestieve systeem en voeding:
OVERZICHT:
- Anatomie van het Digestieve system
- Digestie en absorptie
- Metabolisme
- Gezonde Voeding
Organisatie van meercellig organisme:
Belangrijke termen:
De macronutriënten: 3 hoofdcategorieën:
- Koolhydraten: zijn 1 van de drie belangrijkste macronutriënten samen met
eiwitten en vetten:
➢ Koolhydraten kunnen verdeeld worden in 3 hoofdcategorieën: suikers,
vezels en zetmeel
➢ Zit veel in granen (rijst bv), aardappelen, fruit, peulvruchten (bonen, linzen
en erwten), …
- Eiwitten/ proteïnen: voedingsstoffen die aminozuren bevatten
- Vetten
Anatomie van het Digestieve system:
Het digestieve systeem (spijsverteringsstelsel) speelt een centrale rol in de
opname van voedingsstoffen die essentieel zijn voor groei, herstel en
energieproductie
,Voedsel gaat van mond → slokdarm → maag → dunne darm → dikke darm
1. Mond: mechanische vertering (kauwen) en chemische vertering door enzymen in
speeksel (amylase = breekt zetmeel af tot suikers, lipase = breekt vetten af tot
vetzuren)
2. Slokdarm: transport van voedsel via peristaltiek (=golvende, ritmische
samentrekking van de spieren in de wanden van het spijsverteringskanaal: duwt
het voedsel door het spijsverteringsstelsel) naar de maag
3. Maag: productie van maagzuur en pepsine (= breekt eiwitten af tot kleinere
stukjes: peptiden); begin van eiwitvertering, mechanische afbraak door
peristaltiek
4. Dunne darm: vertering en opname van nutriënten
5. Dikke darm: resorptie (opname om het lichaam in balans te houden: bv. Zorgen
voor minder uitdroging) van water en zouten; microbiota fermenteren
onverteerbare koolhydraten => helpt allemaal bij de vorming van normale en
goede ontlastingvorming
6. Rectum: opslag van feces (=onverteerbare restant van ingenomen voedsel), help
bij defecatie (=onverteerbare voedselresten en afvalstoffen verlaten het lichaam
via endeldarm en anus)
7. Anus: sluitspier, voorkomt incontinentie (=iemand heeft geen controle meer over
blaas en/of darmen)
8. Speekselklieren: productie van speeksel
9. Lever: produceert gal (=> gal speelt een speciale rol bij vertering van vetten door
deze af te breken in vetzuren), verwerkt nutriënten, ontgift stoffen
, 10. Pancreas: secreteert (= proces waarbij een stof afgescheiden wordt)
spijsverteringsenzymen (lipase, amylase, proteasen) en hormonen (insuline,
glucagon)
** lipase = enzym dat verantwoordelijk is voor afbraak van vetten
** amylase = enzym dat verantwoordelijk is voor het afbreken van zetmeel in suikers
** proteasen = enzymen die verantwoordelijk zijn voor het afbreken van eiwitten
11. Darmmicrobiota:
Bestaat uit triljoenen bacteriën die:
- Onverteerbare vezels fermenteren (vorming van korteketenvetzuren zoals
butyraat)
- Immuniteit en darmbarrière versterken
- Invloed hebben op stemming en metabolisme (gut-brain axis = een
tweerichtingsnetwerk tussen het hersenstelsel en het maag-darmstelsel)
Voeding met veel vezels (groenten, peulvruchten, volkoren granen) bevordert een
gezonde microbiota
Digestie en absorptie:
DEFINITIE:
Digestie (Spijsvertering) = Digestie is het proces waarbij voedsel wordt afgebroken tot
kleinere moleculen => zodat het lichaam ze kan opnemen en gebruiken voor energie en
groei => Bestaat uit mechanische en chemische vertering
Absorptie = Het proces waarbij de afgebroken voedingsstoffen vanuit de darm in het
lichaam van het organisme worden opgenomen (bloed of lymfe)
i. Digestie/absorptie van koolhydraten:
- Koolhydraten zijn de belangrijkste energiebron van het menselijk lichaam
(ongeveer 45–65% van de dagelijkse energie-inname)
- Ze worden in het digestieve systeem afgebroken tot monosachariden (vooral
glucose) die kunnen worden opgenomen in het bloed en gebruikt voor
energieproductie
- Dunne darm: hoofdplaats van koolhydraatvertering
Enzymen van koolhydraatvertering:
Speeksel amylase
, Pancreas amylase
Maltase
Enzymen in de
Sucrase
darmwand
Lactase
** maltase = helpt bij afbreken van maltose (een vorm van suiker) in 2 glucose
moleculen
** sucrase = breekt suiker (sacharose) af in 2 eenvoudige suikers => glucose en fructose
** lactase = helpt bij de vertering van lactose in => glucose en galactose
Polysachariden → disachariden → monosachariden → absorptie
Lactose-intolerantie:
= onvermogen om lactose goed te verteren => doordat het enzym lactase onvoldoende of niet
wordt aangemaakt in de dunne darm
- lactoseproductie neemt af met de leeftijd:
=> 5% bij volwassenen in Noord-Europa
=> tot 90% in Azië en Afrika
Het is GEEN melkallergie!
Lactose-intolerantie:
Les 7- Digestieve systeem en voeding:
OVERZICHT:
- Anatomie van het Digestieve system
- Digestie en absorptie
- Metabolisme
- Gezonde Voeding
Organisatie van meercellig organisme:
Belangrijke termen:
De macronutriënten: 3 hoofdcategorieën:
- Koolhydraten: zijn 1 van de drie belangrijkste macronutriënten samen met
eiwitten en vetten:
➢ Koolhydraten kunnen verdeeld worden in 3 hoofdcategorieën: suikers,
vezels en zetmeel
➢ Zit veel in granen (rijst bv), aardappelen, fruit, peulvruchten (bonen, linzen
en erwten), …
- Eiwitten/ proteïnen: voedingsstoffen die aminozuren bevatten
- Vetten
Anatomie van het Digestieve system:
Het digestieve systeem (spijsverteringsstelsel) speelt een centrale rol in de
opname van voedingsstoffen die essentieel zijn voor groei, herstel en
energieproductie
,Voedsel gaat van mond → slokdarm → maag → dunne darm → dikke darm
1. Mond: mechanische vertering (kauwen) en chemische vertering door enzymen in
speeksel (amylase = breekt zetmeel af tot suikers, lipase = breekt vetten af tot
vetzuren)
2. Slokdarm: transport van voedsel via peristaltiek (=golvende, ritmische
samentrekking van de spieren in de wanden van het spijsverteringskanaal: duwt
het voedsel door het spijsverteringsstelsel) naar de maag
3. Maag: productie van maagzuur en pepsine (= breekt eiwitten af tot kleinere
stukjes: peptiden); begin van eiwitvertering, mechanische afbraak door
peristaltiek
4. Dunne darm: vertering en opname van nutriënten
5. Dikke darm: resorptie (opname om het lichaam in balans te houden: bv. Zorgen
voor minder uitdroging) van water en zouten; microbiota fermenteren
onverteerbare koolhydraten => helpt allemaal bij de vorming van normale en
goede ontlastingvorming
6. Rectum: opslag van feces (=onverteerbare restant van ingenomen voedsel), help
bij defecatie (=onverteerbare voedselresten en afvalstoffen verlaten het lichaam
via endeldarm en anus)
7. Anus: sluitspier, voorkomt incontinentie (=iemand heeft geen controle meer over
blaas en/of darmen)
8. Speekselklieren: productie van speeksel
9. Lever: produceert gal (=> gal speelt een speciale rol bij vertering van vetten door
deze af te breken in vetzuren), verwerkt nutriënten, ontgift stoffen
, 10. Pancreas: secreteert (= proces waarbij een stof afgescheiden wordt)
spijsverteringsenzymen (lipase, amylase, proteasen) en hormonen (insuline,
glucagon)
** lipase = enzym dat verantwoordelijk is voor afbraak van vetten
** amylase = enzym dat verantwoordelijk is voor het afbreken van zetmeel in suikers
** proteasen = enzymen die verantwoordelijk zijn voor het afbreken van eiwitten
11. Darmmicrobiota:
Bestaat uit triljoenen bacteriën die:
- Onverteerbare vezels fermenteren (vorming van korteketenvetzuren zoals
butyraat)
- Immuniteit en darmbarrière versterken
- Invloed hebben op stemming en metabolisme (gut-brain axis = een
tweerichtingsnetwerk tussen het hersenstelsel en het maag-darmstelsel)
Voeding met veel vezels (groenten, peulvruchten, volkoren granen) bevordert een
gezonde microbiota
Digestie en absorptie:
DEFINITIE:
Digestie (Spijsvertering) = Digestie is het proces waarbij voedsel wordt afgebroken tot
kleinere moleculen => zodat het lichaam ze kan opnemen en gebruiken voor energie en
groei => Bestaat uit mechanische en chemische vertering
Absorptie = Het proces waarbij de afgebroken voedingsstoffen vanuit de darm in het
lichaam van het organisme worden opgenomen (bloed of lymfe)
i. Digestie/absorptie van koolhydraten:
- Koolhydraten zijn de belangrijkste energiebron van het menselijk lichaam
(ongeveer 45–65% van de dagelijkse energie-inname)
- Ze worden in het digestieve systeem afgebroken tot monosachariden (vooral
glucose) die kunnen worden opgenomen in het bloed en gebruikt voor
energieproductie
- Dunne darm: hoofdplaats van koolhydraatvertering
Enzymen van koolhydraatvertering:
Speeksel amylase
, Pancreas amylase
Maltase
Enzymen in de
Sucrase
darmwand
Lactase
** maltase = helpt bij afbreken van maltose (een vorm van suiker) in 2 glucose
moleculen
** sucrase = breekt suiker (sacharose) af in 2 eenvoudige suikers => glucose en fructose
** lactase = helpt bij de vertering van lactose in => glucose en galactose
Polysachariden → disachariden → monosachariden → absorptie
Lactose-intolerantie:
= onvermogen om lactose goed te verteren => doordat het enzym lactase onvoldoende of niet
wordt aangemaakt in de dunne darm
- lactoseproductie neemt af met de leeftijd:
=> 5% bij volwassenen in Noord-Europa
=> tot 90% in Azië en Afrika
Het is GEEN melkallergie!
Lactose-intolerantie: