KENNIS VAN GEZONDHEID EN INZICHTEN IN ZIEK ZIJN:
Les 5: Shock, Sepsis en Hemostase
!! Op examen wordt er verwacht moet je de medische namen kennen!!
OVERZICHT:
- Shock
- Sepsis
- Hemostase
Shock:
Perfusie = is de doorbloeding van weefsels waardoor zuurstof (O₂) en
voedingsstoffen aan de cellen worden afgegeven en afvalstoffen (zoals CO₂ en lactaat)
worden afgevoerd
Perfusie is afhankelijk van bloeddruk: druk die de perfusie aandrijft
Voorbeeld: De CO2 gaat naar de longen en afvalstoffen bijvoorbeeld naar de lever
Bloeddruk:
Bloeddruk = hoeveelheid bloed uit ons hart * weerstand
- Grote diameter: de weerstand daalt
- Bloedvaten vernauwen: weerstand stijgt
Shock = Shock is een levensbedreigende circulatoire stoornis die leidt tot onvoldoende
weefselperfusie en daardoor cellulaire hypoxie → orgaandysfunctie:
, - Er gaat te weinig bloed naar bepaalde weefsels
Als gevolg gaat het weefsel afsterven:
➢ Bij sommige organen gevaarlijker dan bij andere:
Bv. Hersenen gaat heel snel en been trager
Hypoxie = Toestand waarbij het zuurstofgehalte in de weefsels onvoldoende is om de
cellulaire functies normaal te laten verlopen → te weinig zuurstof in de weefsels
Verschil tss slechte perfusie en hypoxie: zelfs al is er een goede perfusie → als er te
weinig zuurstof in het bloed zit gaat hypoxie nog steeds plaatsvinden
Normale perfusie:
Adequate zuurstoftoevoer is afhankelijk van:
- Cardiac Output (CO) /Bloeddruk
- Arteriële O₂-inhoud
Perfusie hangt af van:
- Circulerend volume
- Pompfunctie hart
- Vaattonus = weerstand in de bloedvaten
Probleem bij de shock:
= Verstoring van één of meerdere van deze componenten:
- ↓ Preload
➢ Gevolg: te weinig bloed dat toekomt bij het hart → volumeprobleem
- ↓ Contractiliteit
➢ Gevolg: de pomp werkt niet meer → hartprobleem
- ↓ Afterload
➢ Gevolg: geen goede doorbloeding → vasodilatatie
** preload = het volume dat toekomt bij het hart
** contractiliteit = de werking van de pomp van het hart
** afterload = de weerstand die het hart moet overwinnen om bloed uit te pompen naar
het lichaam
,Cellulaire gevolgen van shock:
- Anaeroob metabolisme:
Veel minder efficiënt => veel minder ATP gemaakt
- ATP-depletie → de ATP gaat dalen
- Iongpompfalen, celzwelling
- Metabole acidose (door toename lactaat/ melkzuur→ want lactaat wordt geproduceerd door
anaerobe metabolisme)
- Celdood → orgaanschade: hierdoor gaan de mensen sterven
**metabole acidose = het lichaam heeft te veel zuur opgeslagen
Verschillende types shock:
1. Distributieve shock: Vasculair system gaat vasodilateren => er komt veel minder
bloed in elk van de onafhankelijke takken
2. Hypovolemische shock: Het totaalvolume van bloed gaat dalen → er moet
exact hetzelfde werk gedaan worden met minder bloed
3. Cardiogene shock: De pomp gaat minder werken (bv. Hartaanval of
hartstilstand): (failure cardic output)
4. Obstructieve shock: 2 oorzaken:
Pericardiale tamponade= Bij de dubbele wandzak rond ons hart komt er heel
veel vocht (door bv. Trauma of ontsteking) → maakt een stijve structuur rond
het hart → het hard kan onvoldoende pompen
Een blokkade in de aorta of in de arteria pulmonalis: een klonter die volledig
gaat verstoppen
➔ failure cardic output
** vasodilatatie = verwijding van de bloedvaten
** aorta = de grootste slagader: hij vertrekt vanuit het hart en vertakt zich in kleinere
bloedvaten
** arteria pulmonalis = de longslagader: vervoeren bloed naar de longen
, Samengevat:
** myocardinfarct = ander woord voor hartaanval → bepaald deel van het hart krijgt geen
bloed of zuurstof meer door een plotselinge afsluiting van de kransslagader
** aritmie = stoornis in het hartritme → te snel, te langzaam of onregelmatig
Les 5: Shock, Sepsis en Hemostase
!! Op examen wordt er verwacht moet je de medische namen kennen!!
OVERZICHT:
- Shock
- Sepsis
- Hemostase
Shock:
Perfusie = is de doorbloeding van weefsels waardoor zuurstof (O₂) en
voedingsstoffen aan de cellen worden afgegeven en afvalstoffen (zoals CO₂ en lactaat)
worden afgevoerd
Perfusie is afhankelijk van bloeddruk: druk die de perfusie aandrijft
Voorbeeld: De CO2 gaat naar de longen en afvalstoffen bijvoorbeeld naar de lever
Bloeddruk:
Bloeddruk = hoeveelheid bloed uit ons hart * weerstand
- Grote diameter: de weerstand daalt
- Bloedvaten vernauwen: weerstand stijgt
Shock = Shock is een levensbedreigende circulatoire stoornis die leidt tot onvoldoende
weefselperfusie en daardoor cellulaire hypoxie → orgaandysfunctie:
, - Er gaat te weinig bloed naar bepaalde weefsels
Als gevolg gaat het weefsel afsterven:
➢ Bij sommige organen gevaarlijker dan bij andere:
Bv. Hersenen gaat heel snel en been trager
Hypoxie = Toestand waarbij het zuurstofgehalte in de weefsels onvoldoende is om de
cellulaire functies normaal te laten verlopen → te weinig zuurstof in de weefsels
Verschil tss slechte perfusie en hypoxie: zelfs al is er een goede perfusie → als er te
weinig zuurstof in het bloed zit gaat hypoxie nog steeds plaatsvinden
Normale perfusie:
Adequate zuurstoftoevoer is afhankelijk van:
- Cardiac Output (CO) /Bloeddruk
- Arteriële O₂-inhoud
Perfusie hangt af van:
- Circulerend volume
- Pompfunctie hart
- Vaattonus = weerstand in de bloedvaten
Probleem bij de shock:
= Verstoring van één of meerdere van deze componenten:
- ↓ Preload
➢ Gevolg: te weinig bloed dat toekomt bij het hart → volumeprobleem
- ↓ Contractiliteit
➢ Gevolg: de pomp werkt niet meer → hartprobleem
- ↓ Afterload
➢ Gevolg: geen goede doorbloeding → vasodilatatie
** preload = het volume dat toekomt bij het hart
** contractiliteit = de werking van de pomp van het hart
** afterload = de weerstand die het hart moet overwinnen om bloed uit te pompen naar
het lichaam
,Cellulaire gevolgen van shock:
- Anaeroob metabolisme:
Veel minder efficiënt => veel minder ATP gemaakt
- ATP-depletie → de ATP gaat dalen
- Iongpompfalen, celzwelling
- Metabole acidose (door toename lactaat/ melkzuur→ want lactaat wordt geproduceerd door
anaerobe metabolisme)
- Celdood → orgaanschade: hierdoor gaan de mensen sterven
**metabole acidose = het lichaam heeft te veel zuur opgeslagen
Verschillende types shock:
1. Distributieve shock: Vasculair system gaat vasodilateren => er komt veel minder
bloed in elk van de onafhankelijke takken
2. Hypovolemische shock: Het totaalvolume van bloed gaat dalen → er moet
exact hetzelfde werk gedaan worden met minder bloed
3. Cardiogene shock: De pomp gaat minder werken (bv. Hartaanval of
hartstilstand): (failure cardic output)
4. Obstructieve shock: 2 oorzaken:
Pericardiale tamponade= Bij de dubbele wandzak rond ons hart komt er heel
veel vocht (door bv. Trauma of ontsteking) → maakt een stijve structuur rond
het hart → het hard kan onvoldoende pompen
Een blokkade in de aorta of in de arteria pulmonalis: een klonter die volledig
gaat verstoppen
➔ failure cardic output
** vasodilatatie = verwijding van de bloedvaten
** aorta = de grootste slagader: hij vertrekt vanuit het hart en vertakt zich in kleinere
bloedvaten
** arteria pulmonalis = de longslagader: vervoeren bloed naar de longen
, Samengevat:
** myocardinfarct = ander woord voor hartaanval → bepaald deel van het hart krijgt geen
bloed of zuurstof meer door een plotselinge afsluiting van de kransslagader
** aritmie = stoornis in het hartritme → te snel, te langzaam of onregelmatig