VAK: ALGEMENE
PSYCHOLOGIE
ACADEMIEJAAR: 2020 - 2021
Jana Vanhoof
[E-mailadres]
,Algemene psychologie
B1: Situering en overzicht
Psychologie (zielenleer)
Psychologie Wetenschap van gedrag en geestelijke processen
• Breed veld, veel specialismen
• Afkorting: Griekse letter psi
Basisgebieden
Ontwikkelingspsychologie studie van het gedrag in de verschillende levensfasen van de mens
Persoonlijkheidspsychologie bestudeert de mens als individu, in datgene waarin zij verschillen
van anderen andere term: differentiële psychologie
Cognitieve psychologie studie van de afzonderlijke psychische functies en processen
andere namen: algemene of experimentele psychologie,
functieleer
Sociale psychologie studie van het gedrag van mensen in relatie tot anderen en hun
omgeving
Biologische psychologie studie van het gedrag van mensen uitgaande van principes uit de
biologie andere namen: biopsychologie of psychobiologie
Methodenleer studie van de onderzoeksmethoden van het empirisch onderzoek
(van het menselijk gedrag) andere naam: methodologie
1
,Algemene psychologie
B2 + B3: Onderzoeksmethoden
Voorbeeldonderzoek: Worden kinderen actief van suiker?
Hoe onderzoeken: (experimenteel onderzoek)
• Observatie bij meerdere kinderen.
o Gemengde groepen die zo gelijkaardig mogelijk zijn.
• Onder welke vorm suiker geven? (GEEN cola, want cafeïne)
o Suikervrije snoep vs. snoep met suiker
De wetenschappelijke methode + soorten wetenschappelijk onderzoek
De empirische cyclus:
• Theorie
• Hypothese
• Dataverzameling
− Observatie
− Interview
− Gevalstudie
− Vragenlijstonderzoek
− Correlationeel onderzoek
− Experimenteel onderzoek
• Analyseren van de data
− Beschrijvend
− Inductief
1. Wetenschappelijke theorie
Theorie Een toetsbare verklaring voor een verzameling van feiten of waarnemingen.
Het toetsen gebeurt in 4 stappen:
• Hypothese ontwikkelen
• Objectieve data verzamelen
• Resultaten analyseren
• Resultaten publiceren, bekritiseren en repliceren
Eigenschappen theorie:
• Kan feiten verklaren
• Kan worden getest
2. Hypothese
Hypothese Falsifieerbare voorspelling van de uitkomst van een wetenschappelijk onderzoek, een
bewering over de relatie tussen variabelen.
Er zijn 2 soorten hypothesen:
H0: er is GEEN verband tussen de variabelen
• Brunettes en blondines zijn even intelligent
• Kinderen die suikerhoudende drankje drinken zijn even actief als kinderen die water drinken
2
, Algemene psychologie
H1: er is WEL een verband
• Brunettes zijn intelligenter dan blondines
• Suiker maakt kinderen hyperactief
H0 wordt EERST verworpen, als het verschil in scores op de variabele (IQ/hyperactiviteit) tussen
verschillende condities groot genoeg is (als het “significant” is).
Operationele definities:
• Kinderen: van groep 3
• Suiker: zonder cafeïne, drinkbare suiker
• Hyperactief: via een schaal meten
3. Dataverzameling
Betrouwbaarheid en validiteit
Betrouwbaarheid Mate waarin een test het “echte” level van een bepaalde trait kan meten.
Response sets (antwoordneigingen) → noncontent antwoorden
• Acquiescence (ja antwoorden)
• Extreem antwoorden
• Altijd midden kiezen
• Sociaal wenselijk antwoorden
o Error (bias) → elimineren of minimaliseren
▪ 3 oplossingen:
• Corrigeren dmv schalen
• Items: geen correlatie met sociale wenselijkheid
• Gedwongen keuze
▪ Trait → meten
• Invloed op vragenlijst?
Soorten betrouwbaarheid:
• Test-hertest betrouwbaarheid
• Interne consistentie betrouwbaarheid
• Interbeoordelaarsbetrouwbaarheid
Validiteit Mate waarin een test effectief meet wat het zegt te meten.
Soorten validiteit:
• Gezichtsvaliditeit (face validity)
• Predictieve validiteit of criteriumvaliditeit
• Convergente validiteit
• Discriminerende validiteit
• Constructvaliditeit
3
PSYCHOLOGIE
ACADEMIEJAAR: 2020 - 2021
Jana Vanhoof
[E-mailadres]
,Algemene psychologie
B1: Situering en overzicht
Psychologie (zielenleer)
Psychologie Wetenschap van gedrag en geestelijke processen
• Breed veld, veel specialismen
• Afkorting: Griekse letter psi
Basisgebieden
Ontwikkelingspsychologie studie van het gedrag in de verschillende levensfasen van de mens
Persoonlijkheidspsychologie bestudeert de mens als individu, in datgene waarin zij verschillen
van anderen andere term: differentiële psychologie
Cognitieve psychologie studie van de afzonderlijke psychische functies en processen
andere namen: algemene of experimentele psychologie,
functieleer
Sociale psychologie studie van het gedrag van mensen in relatie tot anderen en hun
omgeving
Biologische psychologie studie van het gedrag van mensen uitgaande van principes uit de
biologie andere namen: biopsychologie of psychobiologie
Methodenleer studie van de onderzoeksmethoden van het empirisch onderzoek
(van het menselijk gedrag) andere naam: methodologie
1
,Algemene psychologie
B2 + B3: Onderzoeksmethoden
Voorbeeldonderzoek: Worden kinderen actief van suiker?
Hoe onderzoeken: (experimenteel onderzoek)
• Observatie bij meerdere kinderen.
o Gemengde groepen die zo gelijkaardig mogelijk zijn.
• Onder welke vorm suiker geven? (GEEN cola, want cafeïne)
o Suikervrije snoep vs. snoep met suiker
De wetenschappelijke methode + soorten wetenschappelijk onderzoek
De empirische cyclus:
• Theorie
• Hypothese
• Dataverzameling
− Observatie
− Interview
− Gevalstudie
− Vragenlijstonderzoek
− Correlationeel onderzoek
− Experimenteel onderzoek
• Analyseren van de data
− Beschrijvend
− Inductief
1. Wetenschappelijke theorie
Theorie Een toetsbare verklaring voor een verzameling van feiten of waarnemingen.
Het toetsen gebeurt in 4 stappen:
• Hypothese ontwikkelen
• Objectieve data verzamelen
• Resultaten analyseren
• Resultaten publiceren, bekritiseren en repliceren
Eigenschappen theorie:
• Kan feiten verklaren
• Kan worden getest
2. Hypothese
Hypothese Falsifieerbare voorspelling van de uitkomst van een wetenschappelijk onderzoek, een
bewering over de relatie tussen variabelen.
Er zijn 2 soorten hypothesen:
H0: er is GEEN verband tussen de variabelen
• Brunettes en blondines zijn even intelligent
• Kinderen die suikerhoudende drankje drinken zijn even actief als kinderen die water drinken
2
, Algemene psychologie
H1: er is WEL een verband
• Brunettes zijn intelligenter dan blondines
• Suiker maakt kinderen hyperactief
H0 wordt EERST verworpen, als het verschil in scores op de variabele (IQ/hyperactiviteit) tussen
verschillende condities groot genoeg is (als het “significant” is).
Operationele definities:
• Kinderen: van groep 3
• Suiker: zonder cafeïne, drinkbare suiker
• Hyperactief: via een schaal meten
3. Dataverzameling
Betrouwbaarheid en validiteit
Betrouwbaarheid Mate waarin een test het “echte” level van een bepaalde trait kan meten.
Response sets (antwoordneigingen) → noncontent antwoorden
• Acquiescence (ja antwoorden)
• Extreem antwoorden
• Altijd midden kiezen
• Sociaal wenselijk antwoorden
o Error (bias) → elimineren of minimaliseren
▪ 3 oplossingen:
• Corrigeren dmv schalen
• Items: geen correlatie met sociale wenselijkheid
• Gedwongen keuze
▪ Trait → meten
• Invloed op vragenlijst?
Soorten betrouwbaarheid:
• Test-hertest betrouwbaarheid
• Interne consistentie betrouwbaarheid
• Interbeoordelaarsbetrouwbaarheid
Validiteit Mate waarin een test effectief meet wat het zegt te meten.
Soorten validiteit:
• Gezichtsvaliditeit (face validity)
• Predictieve validiteit of criteriumvaliditeit
• Convergente validiteit
• Discriminerende validiteit
• Constructvaliditeit
3