Inleiding: historiografie en
schriftcultuur
1. Hoe gaan mensen om met hun eigen geschiedenis?
- Nadenken over verleden is universeel en onderscheid ons van
andere wezens, MAAR de intensiteit waarmee mensen dit doen kan
sterk verschillen (bv. nood aan woordenschat)
- Historisch bewustzijn: een alomtegenwoordig gegeven
o Besef dat dingen veranderen met het verstrijken van de tijd
Individueel niveau (opgroeien)
Collectieve gemeenschap is niet statisch, maar
veranderlijk
o Vermogen om daarover na te denken kan heel veel vormen
aannemen
“Historical consciousness expresses itself in many forms, not
only in scholarship, but also in imaginative literature, in the
plastic arts, in monuments and architecture, in festivals, in
song, in various intangible and unarticulated expressions of
collective memory.”
- Geschiedenis/History: het project van “samenlevingen”
o “History is the set of literary and (non-literary) forms that
contain thoughts or statements about the past, a mode of
thinking about the past as a set of events that occurred in real
time and, in modern times, a professional discipline.”
o MAAR er zijn ook gemeenschappen die zich niet bezighouden
met hoe de maatschappij zich structureel verandert doorheen
de tijd
o bv. eilandgemeenschappen: geen boodschap aan
‘geschiedschrijving’
Geschiedschrijving gaat over eigendommen, wie bezat welk
stuk land
Kan gevaarlijk zijn omdat de beperkte landbouwgrond moet
kunnen herverdeeld worden aan wie dit op het moment zelf
nodig heeft
- ‘Historiografie’
o Geschiedenis van de geschiedschrijving
o Hedendaagse subdiscipline in het historische vakgebied
waarbij historici onderzoeken hoe en waarom samenlevingen
(inclusief eerdere generaties historici) vorm geven aan het
verleden
- Drie dominante tradities
o Westerse (vanuit klassieke Grieken), Islamitische (vanaf 7de
eeuw) en Chinese
o Verschillende kleinere tradities zoals in Oud-India, prekoloniaal
Latijns-Amerika, Afrika… (niet altijd met schrift)
1
,2. De conceptuele afbakening
2.1 Een vormelijk criterium:
- Schriftgebruik
o Nadeel: kortetermijnperspectief alleen relatief recent
verleden
(ca 5.000 jaar bestaan schrift ↔ ca. 300.000 jaar bestaan
homo sapiens)
o Klassiek criterium: tot 20ste eeuw niet gezien als fundamenteel
probleem (geloof in superioriteit van het schrift als
communicatiemiddel)
Goody: “Technologie” van het schrift die leidt tot cognitieve
revolutie
Samenlevingen met en zonder schrift verschillen
fundamenteel
Schrift is duurzamer terwijl woorden vervliegen
Uitvinding van schrift boost kritisch rationeel denken
Makkelijk te vergelijken, ordenen, debatteren…
o Conceptueel buitengewoon omstreden sinds ca. 1985
Tegenreactie archeologen: samenlevingen waren al op
zeer hoog niveau, met complexe mechanismes nog voor
de uitvinding vh schrift (bv. organisatie markten, steden,
staten)
Middeleeuwen: slechts 1% geletterd, maar uit
getuigenissen blijkt dat boeren toch sterk historisch
bewustzijn hadden
In een gecontroleerde setting is het mogelijk om een
boodschap 100den keren door te geven zonder
hervormingen (als er genoeg op het spel staat
ontwikkelen samenlevingen mechanismes die zorgen dat
boodschap eeuwenlang correct bewaard blijft)
Schrift duurzamer dan oraliteit, maar mogelijk niet intrinsiek
superieur (mondelinge boodschap kan geen 1000den jaren
bewaard blijven)
- Focus op geschreven historiografie is een pragmatische keuze
- Alternatief voor de indeling ‘pre-history’ en ‘history’= deep history
integreert archeologie, antropologie, genetica en biologie om de
ontwikkeling van de mens te bestuderen lang voordat er geschreven
bronnen waren
2.2 Een geografisch criterium
Historiografie als studieobject:
- Sterk eurocentrische discipline tot ca. 2000
o “A history of the victor”
o Assumpties over superioriteit van Westerse historiografie
2
, o Westerse historiografie snel gemondialiseerd (met Grieken en
Romeinen als ‘startpunt’)
- Nu ontwikkeling tot sterk comparatieve discipline
o Kritische toetsing van de superioriteitsaanspraken van de
Westerse traditie
o Kolonialisme en toe-eigening als alternatieve verklaring voor
globalisering westerse historiografie (dus militaire superioriteit
ipv historiografische)
- Wel klemtoon op de Euraziatische tradities
o Waarom niet Afrika of Zuid-Amerika?: consensus dat als de
westerse traditie niet dominant werd, de Islamitische of
Chinese traditie dominant geworden zou zijn
o Geschiedenis gaat sneller in Euraziatische continent: snellere
uitwisseling door relatief weinig klimaatdiversiteit (dia 6)
3. De criteria voor een comparatieve analyse van
historiografische tradities
Vijf cruciale parameters!
- Conceptualisering van tijd: lineair eerder dan cyclisch (niet uniek
westers + niet perse beter)
- Kritisch empiricisme: onderzoek en toetsing met bronnen (ook niet
typisch westers)
- Professionalisering: samenleving ziet geschiedenis als zo belangrijk
dat er middelen worden vrijgemaakt om het een voltijdse bezigheid
te maken
Onderzoek + kennis doorgeven aan volgende generatie (bv.
universiteit)
- Objectiviteit: afstand van subjectieve benadering (eigen waarden)
- Geschiedenis als “wetenschap”
o Inzicht in de werkelijkheid als doel
o Breuk met functionalisme
Specifiek Westers (?) nee, opnieuw alternatieven in
andere delen van de wereld
Rond ca. 1800 ontwikkeld en geglobaliseerd in de 19e en
20e eeuw
Tot ca. 1980 breed gedragen
3
, DEEL 1 – PRE-MODERNE HISTORIOGRAFIE
Hoofdstuk 1: Historiografie in West-Eurazië:
de vroegste tradities
1. De oudste historiografische tradities in het Westen
van de Euraziatische wereld
Een praktisch begin
- Het begin van de “kenbare” historiografie
o In het zog van de neolithische revolutie (overgang van een
nomadische jager-verzamelaars naar sedentaire levenswijze)
o Ontwikkeling van het schrift als duurzame “container” van
geschiedenis (ca. 3400 BCE)
- Drie belangrijke tradities
o De Egyptische traditie
o De Mesopotamische historiografie
o De Joods-Hebreeuwse traditie
Relevant voor latere “Westerse” en “Islamitische” historiografie
1.1 De Egyptische historiografie
Basiskenmerken
- Het Oude Egypte (ca. 3200 BCE – ca. 330 BCE)
o Tiental koninkrijken rond de Nijl volgens hiërarchisch model:
farao (hoofd), priesterklasse en onderlaag
grote sociaal-economische ongelijkheid
4
schriftcultuur
1. Hoe gaan mensen om met hun eigen geschiedenis?
- Nadenken over verleden is universeel en onderscheid ons van
andere wezens, MAAR de intensiteit waarmee mensen dit doen kan
sterk verschillen (bv. nood aan woordenschat)
- Historisch bewustzijn: een alomtegenwoordig gegeven
o Besef dat dingen veranderen met het verstrijken van de tijd
Individueel niveau (opgroeien)
Collectieve gemeenschap is niet statisch, maar
veranderlijk
o Vermogen om daarover na te denken kan heel veel vormen
aannemen
“Historical consciousness expresses itself in many forms, not
only in scholarship, but also in imaginative literature, in the
plastic arts, in monuments and architecture, in festivals, in
song, in various intangible and unarticulated expressions of
collective memory.”
- Geschiedenis/History: het project van “samenlevingen”
o “History is the set of literary and (non-literary) forms that
contain thoughts or statements about the past, a mode of
thinking about the past as a set of events that occurred in real
time and, in modern times, a professional discipline.”
o MAAR er zijn ook gemeenschappen die zich niet bezighouden
met hoe de maatschappij zich structureel verandert doorheen
de tijd
o bv. eilandgemeenschappen: geen boodschap aan
‘geschiedschrijving’
Geschiedschrijving gaat over eigendommen, wie bezat welk
stuk land
Kan gevaarlijk zijn omdat de beperkte landbouwgrond moet
kunnen herverdeeld worden aan wie dit op het moment zelf
nodig heeft
- ‘Historiografie’
o Geschiedenis van de geschiedschrijving
o Hedendaagse subdiscipline in het historische vakgebied
waarbij historici onderzoeken hoe en waarom samenlevingen
(inclusief eerdere generaties historici) vorm geven aan het
verleden
- Drie dominante tradities
o Westerse (vanuit klassieke Grieken), Islamitische (vanaf 7de
eeuw) en Chinese
o Verschillende kleinere tradities zoals in Oud-India, prekoloniaal
Latijns-Amerika, Afrika… (niet altijd met schrift)
1
,2. De conceptuele afbakening
2.1 Een vormelijk criterium:
- Schriftgebruik
o Nadeel: kortetermijnperspectief alleen relatief recent
verleden
(ca 5.000 jaar bestaan schrift ↔ ca. 300.000 jaar bestaan
homo sapiens)
o Klassiek criterium: tot 20ste eeuw niet gezien als fundamenteel
probleem (geloof in superioriteit van het schrift als
communicatiemiddel)
Goody: “Technologie” van het schrift die leidt tot cognitieve
revolutie
Samenlevingen met en zonder schrift verschillen
fundamenteel
Schrift is duurzamer terwijl woorden vervliegen
Uitvinding van schrift boost kritisch rationeel denken
Makkelijk te vergelijken, ordenen, debatteren…
o Conceptueel buitengewoon omstreden sinds ca. 1985
Tegenreactie archeologen: samenlevingen waren al op
zeer hoog niveau, met complexe mechanismes nog voor
de uitvinding vh schrift (bv. organisatie markten, steden,
staten)
Middeleeuwen: slechts 1% geletterd, maar uit
getuigenissen blijkt dat boeren toch sterk historisch
bewustzijn hadden
In een gecontroleerde setting is het mogelijk om een
boodschap 100den keren door te geven zonder
hervormingen (als er genoeg op het spel staat
ontwikkelen samenlevingen mechanismes die zorgen dat
boodschap eeuwenlang correct bewaard blijft)
Schrift duurzamer dan oraliteit, maar mogelijk niet intrinsiek
superieur (mondelinge boodschap kan geen 1000den jaren
bewaard blijven)
- Focus op geschreven historiografie is een pragmatische keuze
- Alternatief voor de indeling ‘pre-history’ en ‘history’= deep history
integreert archeologie, antropologie, genetica en biologie om de
ontwikkeling van de mens te bestuderen lang voordat er geschreven
bronnen waren
2.2 Een geografisch criterium
Historiografie als studieobject:
- Sterk eurocentrische discipline tot ca. 2000
o “A history of the victor”
o Assumpties over superioriteit van Westerse historiografie
2
, o Westerse historiografie snel gemondialiseerd (met Grieken en
Romeinen als ‘startpunt’)
- Nu ontwikkeling tot sterk comparatieve discipline
o Kritische toetsing van de superioriteitsaanspraken van de
Westerse traditie
o Kolonialisme en toe-eigening als alternatieve verklaring voor
globalisering westerse historiografie (dus militaire superioriteit
ipv historiografische)
- Wel klemtoon op de Euraziatische tradities
o Waarom niet Afrika of Zuid-Amerika?: consensus dat als de
westerse traditie niet dominant werd, de Islamitische of
Chinese traditie dominant geworden zou zijn
o Geschiedenis gaat sneller in Euraziatische continent: snellere
uitwisseling door relatief weinig klimaatdiversiteit (dia 6)
3. De criteria voor een comparatieve analyse van
historiografische tradities
Vijf cruciale parameters!
- Conceptualisering van tijd: lineair eerder dan cyclisch (niet uniek
westers + niet perse beter)
- Kritisch empiricisme: onderzoek en toetsing met bronnen (ook niet
typisch westers)
- Professionalisering: samenleving ziet geschiedenis als zo belangrijk
dat er middelen worden vrijgemaakt om het een voltijdse bezigheid
te maken
Onderzoek + kennis doorgeven aan volgende generatie (bv.
universiteit)
- Objectiviteit: afstand van subjectieve benadering (eigen waarden)
- Geschiedenis als “wetenschap”
o Inzicht in de werkelijkheid als doel
o Breuk met functionalisme
Specifiek Westers (?) nee, opnieuw alternatieven in
andere delen van de wereld
Rond ca. 1800 ontwikkeld en geglobaliseerd in de 19e en
20e eeuw
Tot ca. 1980 breed gedragen
3
, DEEL 1 – PRE-MODERNE HISTORIOGRAFIE
Hoofdstuk 1: Historiografie in West-Eurazië:
de vroegste tradities
1. De oudste historiografische tradities in het Westen
van de Euraziatische wereld
Een praktisch begin
- Het begin van de “kenbare” historiografie
o In het zog van de neolithische revolutie (overgang van een
nomadische jager-verzamelaars naar sedentaire levenswijze)
o Ontwikkeling van het schrift als duurzame “container” van
geschiedenis (ca. 3400 BCE)
- Drie belangrijke tradities
o De Egyptische traditie
o De Mesopotamische historiografie
o De Joods-Hebreeuwse traditie
Relevant voor latere “Westerse” en “Islamitische” historiografie
1.1 De Egyptische historiografie
Basiskenmerken
- Het Oude Egypte (ca. 3200 BCE – ca. 330 BCE)
o Tiental koninkrijken rond de Nijl volgens hiërarchisch model:
farao (hoofd), priesterklasse en onderlaag
grote sociaal-economische ongelijkheid
4