Psychologie van de
persoonlijkheid
H5: Interactionisme
1: Inleiding
Basisidee: waar komen verschillen in gedrag vandaan?
Vraag: waarom gedragen mensen zich verschillend?
Er zijn 3 mogelijke antwoorden:
Persoon is het belangrijkst (trekpsychologie)
Gedrag komt door persoonlijkheidstrekken
bv. iemand is angstig → dus vaak gestrest
Trekken zijn stabiel
TREK → GEDRAG
Gevolg:
Verschillen tussen mensen zijn consistent
Als An angstiger is dan Jan → dan blijft dat zo
in elke situatie
Dit noemen we:
Hoofdeffect van de persoon
Situatie is het belangrijkst (situationisme)
Gedrag komt vooral door de situatie
bv. iedereen wordt zenuwachtig op een date
Persoonlijkheid speelt minder rol
Interactionisme (meest genuanceerd)
Gedrag = combinatie van persoon én situatie
PERSOON × SITUATIE → GEDRAG
Wat betekent interactionisme concreet?
1
,Verschillen tussen mensen zijn niet altijd hetzelfde in elke situatie
Voorbeeld:
An is angstig bij: ruzie en date
Jan is angstig bij: tandarts
Dus:
Soms is An angstiger
Soms Jan
Verschil hangt af van de situatie
Belangrijk inzicht
Individuele verschillen zijn niet altijd consistent
Trekpsychologie zegt → An is altijd angstiger dan Jan
Interactionisme zegt → dat hangt af van de situatie
3 effecten samengevat
1. Hoofdeffect persoon → sommige mensen zijn gemiddeld angstiger
2. Hoofdeffect situatie → sommige situaties zijn voor iedereen stressvoller
(bv. date > tandarts)
3. Interactie (belangrijkste!) → wie het meest
stress ervaart hangt af van de situatie
Nog voorbeelden
Iemand kan: extravert zijn op feestjes, stil
op een begrafenis
Twee mensen: reageren hetzelfde bij spin, maar anders bij slang
Dus: gedrag verandert afhankelijk van context
Samenvatting
Volgens interactionisme hangen individuele verschillen in gedrag af van de
situatie, omdat gedrag ontstaat uit een interactie tussen persoonlijkheid en
omgeving, en dus niet altijd consistent is.
2: Implicaties en interactie
Kernidee: Interactie tussen Persoon en Situatie
2
, De belangrijkste drijfveer van individuele verschillen is niet alleen de persoon of
de situatie, maar hoe persoon en situatie op elkaar reageren.
Consequenties voor stabiliteit van gedrag
Type A consistentie (cross-temporele stabiliteit)
Gedrag blijft redelijk stabiel in dezelfde situatie over tijd
Voorbeeld: wie veel praat in de les deze week, zal dat vaak ook volgende
week doen
Relatief hoog
Type B consistentie (cross-situationele stabiliteit)
Gedrag verschilt sterk tussen situaties
Voorbeeld: iemand kan vriendelijk zijn op een BBQ, maar niet helpen
afwassen
Relatief laag
Type C consistentie (cross-uitingsstabiliteit)
Hoe hetzelfde gedrag zichtbaar is in verschillende situaties
Ook relatief laag
Type D consistentie (predictie van gedrag op basis van trekscores)
Trekscores voorspellen niet altijd concreet gedrag in nieuwe situaties
Je kan niet automatisch voorspellen dat iemand die vriendelijk is bij een
BBQ ook altijd vriendelijk zal zijn op het werk.
Implicatie
Individuele verschillen zijn niet noodzakelijk consistent tussen situaties
Rangorde van mensen kan per situatie veranderen
Voorbeeld: Jan is stressiger bij fysieke dreiging
An is stressiger bij sociale dreiging
Binnen één persoon is er grote variatie tussen situaties
Dit heet binnenpersoonsvariabiliteit
Methoden om persoon × situatie interactie te bestuderen
3