Cognitieve ontwikkeling Piaget: formeel operationeel
stadium
Nieuwe manier van denken in de adolescentie
In de puberteit opent zich een nieuwe “denkwereld”.
Jongeren kunnen nu:
Denken over dingen die je niet kan zien
Werken met abstracte ideeën
Verder denken dan het hier en nu
Dit noemen we (volgens Jean Piaget): formeel-operationeel denken
Wat betekent dat concreet?
1. Abstract denken
Niet alleen concrete dingen (zoals een appel)
Maar ook ideeën zoals: vrijheid, rechtvaardigheid, economie
Je hoeft het niet te zien om erover na te denken
2. Werken met symbolen
Bijvoorbeeld in wiskunde (algebra): letters zoals x of y
Deze staan niet voor iets tastbaars
Je denkt dus puur theoretisch
3. Begrippen zonder concreet beeld
Sommige woorden kan je niet letterlijk voorstellen:
“Arbeidsmarkt” (geen echte markt)
“Koningshuis” (geen huis)
Je begrijpt nu figuurlijke taal
Logisch redeneren
1
, Jongeren leren redeneren met formele logica:
Belangrijk: niet de inhoud, maar de logica bepaalt of iets klopt
Voorbeeld:
FOUTE redenering:
Olifanten > muizen
Honden > muizen
→ Dus olifanten > honden (niet logisch bewezen)
JUISTE redenering (logisch correct, ook al is het niet
realistisch):
Muizen > honden
Honden > olifanten
→ Dus muizen > olifanten (logisch klopt de structuur)
Jongeren kunnen dus nadenken over hypothetische situaties (zelfs als ze niet
echt zijn)
Nieuwe denkprocessen
1. Hypothetisch-deductief denken
Denken zoals een wetenschapper:
Stappen:
1. Vraag stellen
2. Hypothese bedenken
3. Voorspelling maken
4. Testen
5. Conclusie
Voorbeeld: slingerprobleem
Je hebt een slinger met: een gewicht + een touw + een kracht waarmee je
loslaat
Vraag: wat bepaalt de snelheid?
Een adolescent: test één factor per keer (bv. alleen lengte veranderen) en
denkt systematisch
Jongere kinderen doen dit minder gestructureerd
2. Experimenteel denken
Dingen echt uittesten
Systematisch variëren
3. Combinatorisch denken
2