5.1: Spieren produceren beweging of genereren
spanning
Spieren in het lichaam
Spierweefsel zit in bijna elk orgaan.
Spieren zijn nodig voor alle bewegingen.
Spieren vormen een groot deel van je lichaamsgewicht:
Mannen: ongeveer 40%
Vrouwen: ongeveer 32%
→ Mannen hebben gemiddeld meer spiermassa.
Drie soorten spieren
Skeletspieren
Vastgehecht aan botten
Zorgen voor kracht en beweging
Kun je bewust aansturen (willekeurig)
Bijvoorbeeld: arm optillen, lopen
Hartspier
Zit alleen in het hart
Werkt onbewust
Pompt bloed rond
Gladde spieren
Zitten in: darmwand, bloedvaten, baarmoeder en urineleiders
Werken onbewust
Regelen o.a. bloeddruk en vertering
1
, Wat doen spieren?
1: Beweging maken
Er zijn twee soorten beweging:
Vrijwillig (voluntary)
Bewust gecontroleerd
Bijvoorbeeld een pen oppakken
Onvrijwillig (involuntary)
Zonder dat je erover nadenkt
Bijvoorbeeld hartslag of bloedvatvernauwing
2: Beweging tegenwerken (weerstand geven)
Spieren zorgen niet alleen voor beweging, maar ook voor:
Houding behouden (rechtop staan)
Bloeddruk stabiel houden
Niet omvallen (als je flauwvalt verslappen je spieren → je zakt in)
3: Warmte produceren
Spieren maken veel warmte.
Bij kou ga je rillen → snelle samentrekkingen → warmteproductie.
Tijdens sporten komt ook veel warmte vrij.
Zonder spieractiviteit zou je lichaamstemperatuur dalen.
Spieren en bloedsomloop
Spieren helpen het bloed rond te pompen.
Het hart pompt bloed weg.
Maar voor de terugkeer via aders is spierbeweging belangrijk.
Spieren werken als een pomp.
Daarom krijg je:
Opgezwollen voeten bij lange autoritten of vluchten
Mensen die weinig bewegen kunnen vochtophoping (oedeem) krijgen
Beweging helpt dus tegen zwelling.
2
, Opbouw van een skeletspier (van groot naar klein)
Laten we inzoomen op de structuur.
1: Hele spier
Zit vast aan botten via een pees
(tendon)
Omgeven door bindweefsel
(fascia)
2: Spierbundels (fasciculi)
De spier bestaat uit bundels
3: Spiervezels (spiercellen)
Lange cilindervormige cellen
Hebben meerdere kernen
Kunnen tot 30 cm lang zijn!
4: Myofibrillen
Liggen binnenin elke spiercel
Bevatten de contractiele eiwitten
5: Sarcomeer (belangrijk!)
Kleinste contractiele eenheid
Ligt tussen twee Z-lijnen
Bestaat uit:
Dunne filamenten → actine
Dikke filamenten → myosine
3