2.1: Cellen zijn georganiseerd op basis van hun interne
structuur.
Twee soorten cellen
Alle levende cellen zijn in te delen in twee
hoofdgroepen op basis van hun bouw:
Prokaryoten (bijvoorbeeld bacteriën)
Eukaryoten (bijvoorbeeld menselijke
cellen)
Alle cellen hebben een celmembraan. Dat is
een dun vliesje rond de cel dat de inhoud bij
elkaar houdt.
Binnenin zit cytoplasma: een waterige
vloeistof met stoffen die de cel nodig heeft om te leven.
Prokaryoten (bacteriën)
Kenmerken:
Hebben geen celkern
Hebben geen organellen
Het DNA ligt los in de cel
Hebben wel een celmembraan (en meestal een stevige celwand)
Belangrijk:
Bacteriën zijn de oudste levensvormen op aarde (we vinden fossielen van
oude bacteriekolonies).
Ze zijn heel eenvoudig gebouwd, maar functioneren perfect.
Ze leven overal: van extreme hitte tot extreme kou.
Zelfs als de aarde onleefbaar wordt voor mensen, kunnen bacteriën vaak
blijven bestaan.
Er is een enorme diversiteit aan bacteriesoorten.
Prokaryoten zijn dus eenvoudige, eencellige organismen zonder kern.
1
, Eukaryoten (bijvoorbeeld menselijke cellen)
Kenmerken:
Hebben wél een celkern
Hebben organellen (kleine onderdelen met speciale functies)
DNA zit in de celkern
Hebben cytoplasma en een celmembraan
Onderdelen van een eukaryote cel:
Celmembraan → buitenste laag van de cel
Celkern → bevat het DNA (het informatiecentrum van de cel)
Cytoplasma → alles in de cel behalve de kern. In het cytoplasma zitten
organellen (bijv. mitochondriën)
Voorbeelden bij mensen: levercel, niercel, hersencel etc.
Wij zijn meercellige organismen en bestaan dus uit heel veel eukaryote cellen.
Hoe zijn eukaryoten ontstaan? (Endosymbiose)
Men denkt dat eukaryote cellen zijn ontstaan doordat prokaryoten gingen
samenwerken.
Dit heet endosymbiose:
Een bacterie werd opgenomen door een andere cel.
In plaats van verteerd te worden, gingen ze samenwerken.
Zo ontstond een complexere cel.
Samen kan je meer dan alleen.
Mitochondriën: bijzondere organellen
Mitochondriën:
Lijken op kleine bacteriën
Hebben hun eigen DNA
Delen zichzelf zelfstandig
We erven mitochondriën alleen van onze moeder:
De eicel bevat mitochondriën
De zaadcel vrijwel niet
Daarom volgt mitochondriaal DNA de vrouwelijke lijn
Wetenschappers gebruiken dit mitochondriaal DNA om de vrouwelijke
afstamming te onderzoeken.
2
, 2.2: Celstructuur reflecteert celfunctie
Samenwerking tussen eukaryote cellen
Eerst ontstonden eukaryote eencellige organismen (door endosymbiose met
bacteriën).
Later gebeurde er opnieuw iets belangrijks:
Eukaryote cellen gingen met elkaar samenwerken.
In het begin:
Het was gewoon een klompje gelijke cellen
Er was weinig verschil tussen die cellen
Later:
Er kwam taakverdeling
Cellen werden gespecialiseerd
Zo ontstonden meercellige organismen (zoals mensen, honden, dieren)
Structuur weerspiegelt functie
Belangrijk principe in biologie: hoe een cel eruitziet, hangt af van wat ze moet
doen.
Alle cellen moeten:
Voedingsstoffen opnemen
Afvalstoffen verwijderen
Energie maken
Groeien
Zich voortplanten
Een cel lijkt eigenlijk op een kleine stad:
Grens = celmembraan
Informatiecentrum = kern
Energiecentrales = mitochondriën
Transport = blaasjes en cytoskelet
Afvalverwerking = lysosomen
3