DIERGEDRAG EN
DIERENWELZIJN
0
,DIERGENEESKUNDIGE ETHIEK
RECAP DIERETHIEK
Wat is ethiek:
Ethiek = systematische studie van goed en kwaad in menselijk handelen => Ethiek is een menselijk
construct
- Komt er vooral op neer om na te denken =>binnen ethiek moet je vooral nadenken over menselijk
handelen
- Wat moet ik hier doen? A of B => het gaat over doen door mensen
Binnen de ethiek ga je intrinsiek over een menselijk construct spreken
o Ethiek bestaat niet zonder de mens
o Wijn zijn de enige diersoort die instaat is om dit te doen
- Leeuw in savanne in Afrika, leeuw ziet een antilope => leeuw bespringt de antilope en gaat deze
vermoorden en opeten => slecht voor dierenwelzijn want het is een vreselijke manier om dood te
gaan
o Ethisch verantwoord? : het is geen ethische vraag, ethiek komt daarbij niet te pas => er zit
geen mens in het verhaal =>is geen ethisch gegeven, het is ethisch neutraal
o Hoe kunnen we hier een ethisch niet neutrale situatie van maken?:
▪ Mens zit ernaar te kijken: gaat hij de antilope/leeuw helpen
Niet alles waar dierenpijn en leed bij betrokken is, heeft te maken met ethiek
- Blauwe pijl = naturalistische fout: het afleiden van wat zou moeten, van wat de heersende situatie
is
- Wij zijn enige individuen die tegen onze eigen spontane neigingen kunnen ingaan, maar we doen
het niet vaak
De morele cirkel
“Menselijke handelingen”, maar in relatie tot wie of wat?
- Antropocentrisme = enkel mens relevant
- Zoöcentrisme = alle dieren
o Jij en dieren rondom u; dieren op zelfde niveau als mens
- Biocentrisme = alle levende wezens
- Ecocentrisme = heel het milieu/ecosysteem
1
,“Uitbreiding van de morele cirkel”
- Meer entiteiten worden als ethisch relevant beschouwd (moreel object)
Het is niet omdat het niet bestaat in de fysieke zin van het woord, dat het niet relevant is
Morele relevantie
- 2 types:
o Morele agent / actor = moreel subject
▪ Enkel mensen
▪ Enkel wij kunnen onze eigen handelen te bepalen
o Morele patiënt = moreel object
▪ Degene die niet ethisch neutraal zijn
▪ Entiteiten die waarde hebben, entiteiten waartegen we onze waarden niet
zomaar mogen stellen
- Subject: mensen met volle vermogens tot het maken van ethische beslissingen
- Object: de rest van de moreel relevante entiteiten →Definitie van deze “rest” ~ morele cirkel
o Dode mensen, baby’s, mensen in coma
Hoe werkt ethiek
“Systematische reflectie”, maar welke systematiek?
- Geen absoluut antwoord
o Iedereen gaat een andere cirkel trekken
- Geen “gouden standaard”
- => diverse systemen en stromingen
Deugdenethiek
Gaat terug tot Aristoteles (350 BC)
Belangrijke elementen:
- Telos of doel van een handeling (of zelfs het leven)
- Deugden (~karaktereigenschappen)
Deugd = (rationele) midden tussen 2 passies
- 4 belangrijkste: moed (vaker relevant dan je denkt), gematigdheid, verstandigheid,
rechtvaardigheid
o Wanneer zijn mensen moedig?
▪ Brandweerman gaat iemand redden uit een brandend huis
▪ De waarheid opzeggen
o Moed en moedige acties vaak gekoppeld aan heldhaftige zaken/beroepen
▪ Moed komt op veel meer momenten te pas: waarheid vertellen, nee zeggen
▪ Moed is het midden tussen lafheid en overmoed: veel vaker nodig in u leven dan
je denkt
Het juiste om te doen komt door ervaring, oefening, meemaken => zo leer je wat de beste manier is van
iets te doen
Wat zijn de juiste dingen om te doen om een goed leven te hebben?
2
, Gevolgenethiek = consequentialisme
- Belangrijkste versie = utilitarisme (“nutsethiek”)
o Gaat terug tot Jeremy Bentham (1747 - 1832)
▪ “The greatest good for the greatest number” (J.S. Mill)
- Beslissingscriterium = gevolgen
o Pijn, lijden, vreugde, …
- Dezelfde gevolgen wegen voor iedereen hetzelfde
o “Equal consideration of interests”
- Positieve en negatieve gevolgen compenseren elkaar
o Proportionaliteit: iets is goed als het meer positieve dan negatieve gevolgen heeft
- Hetgeen dat het meeste positieve oplevert is het belangrijkste
- Zodra er dieren in de berekening betrokken zijn, wordt de vraag of belangen voor dier en mens
evenwaardig zijn (dier voor mensen en dieren weegt hetzelfde en moeten we dus zelfde belang
aan geven)
- Zo veel mogelijk positieve gevolgen voor zo veel mogelijk identiteiten
o De positieve effecten wegen zwaarder dan de negatieve => het is in orde
Zoocentrisme – capaciteit tot lijden
- Belangrijke namen: Bentham, Singer
- Basisboek: “Animal Liberation” (1975)
o “Pro mens, Pro dier” (1977) of “Dierenbevrijding” (1994) in NL
- Oorspronkelijk weinig onderscheid pijn/lijden
o “Pathocentrisme” (pathos = lijden)
o Pijn/lijden ➔ Alle gevoelige wezens (“sentient beings”) betrokken partij ‒ Centraal
zenuwstelsel?
- We moeten organismen beschermen die pijn kunnen lijden
Plichtenethiek = deontologie
- Gaat terug tot Immanuel Kant (1724 – 1804)
- Basis = intrinsieke waarde van een individu
o Diverse mogelijkheden, bv “ervaringspotentieel”
- Criterium = morele principes
o “Categorische imperatieven” (~Kant)
o Resulteren in rechten en plichten
- Rechten om op bepaalde manieren (niet) behandeld te worden
o →Zelfs als er geen lijden is, kan iets toch problematisch zijn
o →Impliceert niet noodzakelijk plichten bij hetzelfde individu!
- Behandel alle anderen zoals je zelf zou willen dat een ander u behandelt => je hebt een plicht
tegenover iemand anders
Zoocentrisme – “subjects of a life”
- Belangrijke naam: Regan
- Basisboek: “The case for animal rights” (1983)
- Basis: ervaringspotentieel van sommige levende wezens
o Ervaren = beleven leven zijn
o “Subjects* of a life” objecten
3
DIERENWELZIJN
0
,DIERGENEESKUNDIGE ETHIEK
RECAP DIERETHIEK
Wat is ethiek:
Ethiek = systematische studie van goed en kwaad in menselijk handelen => Ethiek is een menselijk
construct
- Komt er vooral op neer om na te denken =>binnen ethiek moet je vooral nadenken over menselijk
handelen
- Wat moet ik hier doen? A of B => het gaat over doen door mensen
Binnen de ethiek ga je intrinsiek over een menselijk construct spreken
o Ethiek bestaat niet zonder de mens
o Wijn zijn de enige diersoort die instaat is om dit te doen
- Leeuw in savanne in Afrika, leeuw ziet een antilope => leeuw bespringt de antilope en gaat deze
vermoorden en opeten => slecht voor dierenwelzijn want het is een vreselijke manier om dood te
gaan
o Ethisch verantwoord? : het is geen ethische vraag, ethiek komt daarbij niet te pas => er zit
geen mens in het verhaal =>is geen ethisch gegeven, het is ethisch neutraal
o Hoe kunnen we hier een ethisch niet neutrale situatie van maken?:
▪ Mens zit ernaar te kijken: gaat hij de antilope/leeuw helpen
Niet alles waar dierenpijn en leed bij betrokken is, heeft te maken met ethiek
- Blauwe pijl = naturalistische fout: het afleiden van wat zou moeten, van wat de heersende situatie
is
- Wij zijn enige individuen die tegen onze eigen spontane neigingen kunnen ingaan, maar we doen
het niet vaak
De morele cirkel
“Menselijke handelingen”, maar in relatie tot wie of wat?
- Antropocentrisme = enkel mens relevant
- Zoöcentrisme = alle dieren
o Jij en dieren rondom u; dieren op zelfde niveau als mens
- Biocentrisme = alle levende wezens
- Ecocentrisme = heel het milieu/ecosysteem
1
,“Uitbreiding van de morele cirkel”
- Meer entiteiten worden als ethisch relevant beschouwd (moreel object)
Het is niet omdat het niet bestaat in de fysieke zin van het woord, dat het niet relevant is
Morele relevantie
- 2 types:
o Morele agent / actor = moreel subject
▪ Enkel mensen
▪ Enkel wij kunnen onze eigen handelen te bepalen
o Morele patiënt = moreel object
▪ Degene die niet ethisch neutraal zijn
▪ Entiteiten die waarde hebben, entiteiten waartegen we onze waarden niet
zomaar mogen stellen
- Subject: mensen met volle vermogens tot het maken van ethische beslissingen
- Object: de rest van de moreel relevante entiteiten →Definitie van deze “rest” ~ morele cirkel
o Dode mensen, baby’s, mensen in coma
Hoe werkt ethiek
“Systematische reflectie”, maar welke systematiek?
- Geen absoluut antwoord
o Iedereen gaat een andere cirkel trekken
- Geen “gouden standaard”
- => diverse systemen en stromingen
Deugdenethiek
Gaat terug tot Aristoteles (350 BC)
Belangrijke elementen:
- Telos of doel van een handeling (of zelfs het leven)
- Deugden (~karaktereigenschappen)
Deugd = (rationele) midden tussen 2 passies
- 4 belangrijkste: moed (vaker relevant dan je denkt), gematigdheid, verstandigheid,
rechtvaardigheid
o Wanneer zijn mensen moedig?
▪ Brandweerman gaat iemand redden uit een brandend huis
▪ De waarheid opzeggen
o Moed en moedige acties vaak gekoppeld aan heldhaftige zaken/beroepen
▪ Moed komt op veel meer momenten te pas: waarheid vertellen, nee zeggen
▪ Moed is het midden tussen lafheid en overmoed: veel vaker nodig in u leven dan
je denkt
Het juiste om te doen komt door ervaring, oefening, meemaken => zo leer je wat de beste manier is van
iets te doen
Wat zijn de juiste dingen om te doen om een goed leven te hebben?
2
, Gevolgenethiek = consequentialisme
- Belangrijkste versie = utilitarisme (“nutsethiek”)
o Gaat terug tot Jeremy Bentham (1747 - 1832)
▪ “The greatest good for the greatest number” (J.S. Mill)
- Beslissingscriterium = gevolgen
o Pijn, lijden, vreugde, …
- Dezelfde gevolgen wegen voor iedereen hetzelfde
o “Equal consideration of interests”
- Positieve en negatieve gevolgen compenseren elkaar
o Proportionaliteit: iets is goed als het meer positieve dan negatieve gevolgen heeft
- Hetgeen dat het meeste positieve oplevert is het belangrijkste
- Zodra er dieren in de berekening betrokken zijn, wordt de vraag of belangen voor dier en mens
evenwaardig zijn (dier voor mensen en dieren weegt hetzelfde en moeten we dus zelfde belang
aan geven)
- Zo veel mogelijk positieve gevolgen voor zo veel mogelijk identiteiten
o De positieve effecten wegen zwaarder dan de negatieve => het is in orde
Zoocentrisme – capaciteit tot lijden
- Belangrijke namen: Bentham, Singer
- Basisboek: “Animal Liberation” (1975)
o “Pro mens, Pro dier” (1977) of “Dierenbevrijding” (1994) in NL
- Oorspronkelijk weinig onderscheid pijn/lijden
o “Pathocentrisme” (pathos = lijden)
o Pijn/lijden ➔ Alle gevoelige wezens (“sentient beings”) betrokken partij ‒ Centraal
zenuwstelsel?
- We moeten organismen beschermen die pijn kunnen lijden
Plichtenethiek = deontologie
- Gaat terug tot Immanuel Kant (1724 – 1804)
- Basis = intrinsieke waarde van een individu
o Diverse mogelijkheden, bv “ervaringspotentieel”
- Criterium = morele principes
o “Categorische imperatieven” (~Kant)
o Resulteren in rechten en plichten
- Rechten om op bepaalde manieren (niet) behandeld te worden
o →Zelfs als er geen lijden is, kan iets toch problematisch zijn
o →Impliceert niet noodzakelijk plichten bij hetzelfde individu!
- Behandel alle anderen zoals je zelf zou willen dat een ander u behandelt => je hebt een plicht
tegenover iemand anders
Zoocentrisme – “subjects of a life”
- Belangrijke naam: Regan
- Basisboek: “The case for animal rights” (1983)
- Basis: ervaringspotentieel van sommige levende wezens
o Ervaren = beleven leven zijn
o “Subjects* of a life” objecten
3