7.1 Leesvaardigheden voor begrijpend lezen
Kinderen hebben bij het leren lezen geleerd om zich eerste te richten op het
decoderen van de tekst en passen andere vaardigheden nog niet altijd
automatisch toe.
Het gaat om de volgende vaardigheden:
1. Bepalen van het leesdoel
2. Bepalen van de betekenis van woordgroepen
3. Leggen van relaties in de tekst
4. Leggen van relaties buiten de tekst
5. Herkennen van de structuur van de tekst
6. Herkennen van de tekstsoort
7. Bepalen van het thema van de tekst
8. Vaststellen van het doel van de tekst
9. Beoordelen van de tekst
(1)Een lezer leest niet zomaar een tekst. Vaak heeft een lezer een bepaald doel
voor ogen.
We onderscheiden de volgende leesdoelen:
- Informatie zoeken: gericht op namen en feiten.
- Mening vormen: gericht op het vinden van standpunten, onderscheid
tussen meningen en feiten, argumenten voor/tegen en de logische opbouw
van een redenering.
- Ontspannen: gericht op de spanningsopbouw van de tekst, identificatie
met de verhaalfiguren en de sfeertekening.
- Handeling uitvoeren: gericht op het zoeken naar aanwijzingen voor je
gedrag of een heldere beschrijving van een werkwijze.
(2)Als een tekst voor meer dan 10% onbekende woorden bevat, is de tekst voor
een lezer al niet meer te begrijpen.
(3)Bij het leggen van relaties in de tekst maken we altijd gebruik van een taal-
denkrelatie. Voorbeelden hiervan zijn:
- Vraag-antwoordstructuren.
- Chronologische volgorde.
- Voorbeelden.
- Vergelijkingen.
- Middel-doelrelaties.
- Voorwaardelijke structuren.
(4)Bij relaties buiten de tekst leggen gaat het om informatie die de lezer uit de
tekst afleidt. Meestal gebeurt dit automatisch en onbewust.
(5)Bij het opsporen van de structuur van een tekst kijk je naar de opbouw van
een tekst en probeer je relaties te leggen tussen de verschillende delen van een
tekst.
Je kunt de structuur van een tekst opsporen door te letten op:
- Vormgeving (kopjes, alinea’s)
- Signaalwoorden (in de eerste plaats, vervolgens)
- Vaste structuren (vraag-antwoord)
(6)Teksten kun je ook indelen naar hun doelstelling: waarom is de tekst
geschreven?