Klassieke sociologische theorie
Les 1: 02/10/2025
De klassieke sociologen (Weber, Marx, Durkheim en Comte) hebben de
grondslagen en fundamenten van de sociologie bedacht
Dit zijn sociologen die een belang hebben (algemeen, maatschappelijk,
cultureel belang) en niet enkel een sociologisch belang
Wat is dat eigenlijk, een theorie?
Theorie en model
Theorie en paradigma
Theorie, stroming, traditie
Theorie & model
Theorie: algemene verklaring van een welomschreven verzameling feiten
of gebeurtenissen, zo mogelijk bevestigd door consistente
dataverzameling of experimenten
o Theorie= iets beschouwen, bekijken, perspectief
-> afgeleid van theater??
-> in ons geval de samenleving bekijken (echte samenleving, geen
fantasie)
o In de sociale wetenschappen is het bijna nooit zo dat er een
algemene acceptatie is van een theorie
-> sociologie evolueert ook doordat mensen zaken gaan testen en in
vraag gaan stellen
Model: Visuele, verbale of wiskundige representatie van een
wetenschappelijk idee of theorie
o Bv: these -> antithese -> synthese
-> These= groep mensen zegt of denkt iets en een andere groep
denkt iets totaal anders (antithese)
-> komt samen tot een synthese en dan krijg je weer een these en
antithese en zo verder
Etymologie= studie van waar woorden nu juist vandaag komen
-> van waar komt die betekenis
Spectator: iemand die iets beschouwt/bekijkt
Contemplation= iets beschouwen, iets bekijken
Theorie en paradigma
, ‘Paradigma’ betekent letterlijk: ‘voorbeeld’ of basisvoorbeeld, ook in
didactische zin
-> -> 1 voorbeeld dat de deur openzet naar veel meer voorbeeld
Bv: vervoeging van werkwoorden: wanneer je het werkwoord aimer kan
vervoegen kan je ook de andere werkwoorden vervoegen
Theorie en paradigma
Een sociologisch paradigma, in de eenvoudigste betekenis, is een
basisvoorbeeld dat sociale fenomenen helpt te begrijpen en verklaren.
o De sociale werkelijkheid beschrijven of verklaren aan de hand van 1
basisvoorbeeld (metafoor) waarmee je andere sociale fenomenen
kan verklaren en begrijpen
Bekende sociologische paradigma’s zijn:
o Ruil
Bv: prof geeft ons kennis en wij geven aandacht
o Conflict
Bv: generatieconflict tussen de generatie van de proffen en de mensen
die de cursussen maken en de generatie van degene die de stof
moeten leren
o Samenwerking (functionalisme)
Bv: wij kunnen pas opletten als de prof de les goed geeft en hij kan de
les pas geven als wij luisteren
o Betekenis
Bv: alles wat je zegt, toont (afbeeldingen), gezichtsuitdrukkingen,…
geeft betekenis
Paradigma volgens T. Kuhn
Kritiek op ‘kennis als groeiende boom’
“Hoe groeit wetenschap?”
Kuhn verzetten zich tegen de visie dat kennis groeit zoals aan boom
-> wetenschap begint klein en groeit (lineair groeiperspectief)
-> Kuhn dacht dat het zoals politiek werkt. Er is een politiek regime, dan is
er een crisis en daardoor kan je een nieuw politiek regime krijgen van de
ene dag op de andere
Paradigma volgens T. Kuhn
Fase 1: Normale wetenschap als oplossen van puzzels
-> je legt eerst het kader en dan vervolledig je de puzzel
Fase 2: Anomalieën en wetenschappelijke ontdekkingen
-> soms komen er zaken aan bod die niet binnen het kader passen
(anomalieën)
-> aanmodderen en proberen om de puzzelstukjes wel te laten passen
-> of je zit in een grijze zone en bent onzeker over je theorie -> komt in
een crisis
Fase 3: Crisis van het paradigma
, Fase 4: Nieuwe fase van ‘normale wetenschap’
-> nieuwe generatie wetenschappers gaan de theorie vervangen of
aanpassen
Maar wat dan met de sociologie?
Sociologie = Multi-paradigmatische wetenschap
In de geschiedenis van de sociologie heb je nooit een periode gehad van
normale wetenschap (algemene acceptatie van een paradigma)
-> in de jaren 50 en 60 in de VS was er wel een normale algemeen
aanvaarde paradigmatische fase, de functionalisten (maatschappij als
geoliede machine en de verschillende onderdelen hebben een functie en
werken samen) wat dit paradigma. Maar niet volledig aanvaard.
Er hebben altijd meerdere paradigma’s naast elkaar gestaan in de
sociologie (= multi-paradigmatische wetenschap)
-> ruil, conflict, betekenis en samenwerking zijn da basis voor de
verschillende paradigma’s (ruilparadigma, conflictparadigma,
functionalisme (=samenwerking) en symbolisch interactionisme)
Theorie, stroming en traditie
-> cf R. Nisbet, The Sociological Tradition
Stroming= je hebt een bron waaruit water komt en er gaat meer water uit
komen (meer sociologen gaan op die manier denken) en voor je het weet
krijg je een hele stroming
Traditie= Ideen, gebruiken en praktijken gebruiken die van generatie op
generatie worden doorgegeven
-> denk aan het engels woord trade
-> jongere generatie kijken naar wat ze krijgen van de oudere generaties
met een vroomheid (empatisch uitdrukken van ‘kijk eens wat de ouderen
hebben doorgegeven’) -> we zijn kritisch, maar gebruiken het als inspiratie
en respecteren het
Bv: erfgoed van je grootouders niet weggooien (want past niet meer in het
interieur) maar wel bijhouden (want ‘kijk eens wat die vroeger allemaal
hadden’)
Sociologische traditie werd gevoed door:
o erfenis van positivisme (Comte)
- sociale feiten die je gaat bewijzen (experimenten) aan de hand
van methoden uit de natuurwetenschappen
-> comte is de grondlegger van het positivisme en heeft het
woord sociologie geinstitutionaliseerd
o sociale problemen
- sociologie bestaat naar aanleiding van sociale problemen in de
samenleving
-> ontstaan in 19e eeuw en dat was een woelige tijd waarin er
net een IR was (arbeiders werden uitgebuit, kinderarbeid, slechte
woonomstandigheden)
-> doel sociologie: begrijpen, verklaren en beschrijven en
natuurlijk ook oplossen (beleidsaanbevelingen)
, -> sociologie is een crisiswetenschap (polycrisis: meerdere
crissisen die tegelijk bezig zijn)
o wens om ‘eigen tijd’ te begrijpen
- Het doel van de sociologie is: je eigen tijd in gedachten vatten ->
in wat voor tijd leven we nu?
-> het typische van onze tijd kunnen weergeven en vatten in 1
woord (etiquette of dyagnose)
Bv: digitale Maatschappij, vloeibare Maatschappij,…
Ontwikkeling van de sociologische theorie
Klassieke fase: eigenzinnige auteurs (1845-1920)
o Comte, Marx, Durkheim, Weber, Mead
o crisis fase, woelige periode
-> armoede, industrialisering, nieuwe onvoorziene technieken,
armoede, klasse ongelijkheid
-> hebben de paradigma’s bedacht
-> hadden de pretentie om te zeggen van ik zal eens zeggen wat
sociologie is en hoe we dat moeten doen
Bv: wat is de Maatschappij?
-> ze stonden tegenover elkaar en hadden andere paradigma’s
Moderne fase: paradigmata (1920-1980)
o functionalisme / conflictparadigma / ruilparadigma / symbolisch
interactionisme…
o Parsons, Merton, Dahrendorf, Homans, Blumer, Goffman …
o Basiswerken en fundamenten van ervoor krijgen vorm en krijgen een
aanwijsbare stroming of traditie
Eclecticisme en nieuwe syntheses (1980- nu)
o Elias, Berger, Giddens, Habermas, Bourdieu, Luhmann, Bauman,
Collins, Castells, Latour (ANT)
o Veelheid aan paradigma’s, stromingen en auteurs
-> elementen uit verschillende stijlen met elkaar verbinden
De hoofdparadigma’s
twee basisvragen
o Is sociaal gedrag vrij of gedetermineerd?
-> Ben je als sociale actor (individu) vrij om gedrag te stellen of is er
iets in de samenleving dat jou stuurt of aandrijft (determinisme) (bv:
door reclame, mode)
o Gaat sociaal gedrag uit van individu of collectieve actor?
-> Wat je hoort te bestuderen als socioloog is dat het collectieve (bv:
natiestaat, Universiteit, gendergroep, leeftijdsgroep, kerk, ethnie) en
dat collectieve kan ook handelen (sameleving is een levend wezen)
of kijk je als socioloog naar individuen (bv: hoe denk die persoon,
waarom handelt die zo,….)
vier paradigmata
o Ruil -> ruilparadigma
o Conflict -> conflictparadigma
Les 1: 02/10/2025
De klassieke sociologen (Weber, Marx, Durkheim en Comte) hebben de
grondslagen en fundamenten van de sociologie bedacht
Dit zijn sociologen die een belang hebben (algemeen, maatschappelijk,
cultureel belang) en niet enkel een sociologisch belang
Wat is dat eigenlijk, een theorie?
Theorie en model
Theorie en paradigma
Theorie, stroming, traditie
Theorie & model
Theorie: algemene verklaring van een welomschreven verzameling feiten
of gebeurtenissen, zo mogelijk bevestigd door consistente
dataverzameling of experimenten
o Theorie= iets beschouwen, bekijken, perspectief
-> afgeleid van theater??
-> in ons geval de samenleving bekijken (echte samenleving, geen
fantasie)
o In de sociale wetenschappen is het bijna nooit zo dat er een
algemene acceptatie is van een theorie
-> sociologie evolueert ook doordat mensen zaken gaan testen en in
vraag gaan stellen
Model: Visuele, verbale of wiskundige representatie van een
wetenschappelijk idee of theorie
o Bv: these -> antithese -> synthese
-> These= groep mensen zegt of denkt iets en een andere groep
denkt iets totaal anders (antithese)
-> komt samen tot een synthese en dan krijg je weer een these en
antithese en zo verder
Etymologie= studie van waar woorden nu juist vandaag komen
-> van waar komt die betekenis
Spectator: iemand die iets beschouwt/bekijkt
Contemplation= iets beschouwen, iets bekijken
Theorie en paradigma
, ‘Paradigma’ betekent letterlijk: ‘voorbeeld’ of basisvoorbeeld, ook in
didactische zin
-> -> 1 voorbeeld dat de deur openzet naar veel meer voorbeeld
Bv: vervoeging van werkwoorden: wanneer je het werkwoord aimer kan
vervoegen kan je ook de andere werkwoorden vervoegen
Theorie en paradigma
Een sociologisch paradigma, in de eenvoudigste betekenis, is een
basisvoorbeeld dat sociale fenomenen helpt te begrijpen en verklaren.
o De sociale werkelijkheid beschrijven of verklaren aan de hand van 1
basisvoorbeeld (metafoor) waarmee je andere sociale fenomenen
kan verklaren en begrijpen
Bekende sociologische paradigma’s zijn:
o Ruil
Bv: prof geeft ons kennis en wij geven aandacht
o Conflict
Bv: generatieconflict tussen de generatie van de proffen en de mensen
die de cursussen maken en de generatie van degene die de stof
moeten leren
o Samenwerking (functionalisme)
Bv: wij kunnen pas opletten als de prof de les goed geeft en hij kan de
les pas geven als wij luisteren
o Betekenis
Bv: alles wat je zegt, toont (afbeeldingen), gezichtsuitdrukkingen,…
geeft betekenis
Paradigma volgens T. Kuhn
Kritiek op ‘kennis als groeiende boom’
“Hoe groeit wetenschap?”
Kuhn verzetten zich tegen de visie dat kennis groeit zoals aan boom
-> wetenschap begint klein en groeit (lineair groeiperspectief)
-> Kuhn dacht dat het zoals politiek werkt. Er is een politiek regime, dan is
er een crisis en daardoor kan je een nieuw politiek regime krijgen van de
ene dag op de andere
Paradigma volgens T. Kuhn
Fase 1: Normale wetenschap als oplossen van puzzels
-> je legt eerst het kader en dan vervolledig je de puzzel
Fase 2: Anomalieën en wetenschappelijke ontdekkingen
-> soms komen er zaken aan bod die niet binnen het kader passen
(anomalieën)
-> aanmodderen en proberen om de puzzelstukjes wel te laten passen
-> of je zit in een grijze zone en bent onzeker over je theorie -> komt in
een crisis
Fase 3: Crisis van het paradigma
, Fase 4: Nieuwe fase van ‘normale wetenschap’
-> nieuwe generatie wetenschappers gaan de theorie vervangen of
aanpassen
Maar wat dan met de sociologie?
Sociologie = Multi-paradigmatische wetenschap
In de geschiedenis van de sociologie heb je nooit een periode gehad van
normale wetenschap (algemene acceptatie van een paradigma)
-> in de jaren 50 en 60 in de VS was er wel een normale algemeen
aanvaarde paradigmatische fase, de functionalisten (maatschappij als
geoliede machine en de verschillende onderdelen hebben een functie en
werken samen) wat dit paradigma. Maar niet volledig aanvaard.
Er hebben altijd meerdere paradigma’s naast elkaar gestaan in de
sociologie (= multi-paradigmatische wetenschap)
-> ruil, conflict, betekenis en samenwerking zijn da basis voor de
verschillende paradigma’s (ruilparadigma, conflictparadigma,
functionalisme (=samenwerking) en symbolisch interactionisme)
Theorie, stroming en traditie
-> cf R. Nisbet, The Sociological Tradition
Stroming= je hebt een bron waaruit water komt en er gaat meer water uit
komen (meer sociologen gaan op die manier denken) en voor je het weet
krijg je een hele stroming
Traditie= Ideen, gebruiken en praktijken gebruiken die van generatie op
generatie worden doorgegeven
-> denk aan het engels woord trade
-> jongere generatie kijken naar wat ze krijgen van de oudere generaties
met een vroomheid (empatisch uitdrukken van ‘kijk eens wat de ouderen
hebben doorgegeven’) -> we zijn kritisch, maar gebruiken het als inspiratie
en respecteren het
Bv: erfgoed van je grootouders niet weggooien (want past niet meer in het
interieur) maar wel bijhouden (want ‘kijk eens wat die vroeger allemaal
hadden’)
Sociologische traditie werd gevoed door:
o erfenis van positivisme (Comte)
- sociale feiten die je gaat bewijzen (experimenten) aan de hand
van methoden uit de natuurwetenschappen
-> comte is de grondlegger van het positivisme en heeft het
woord sociologie geinstitutionaliseerd
o sociale problemen
- sociologie bestaat naar aanleiding van sociale problemen in de
samenleving
-> ontstaan in 19e eeuw en dat was een woelige tijd waarin er
net een IR was (arbeiders werden uitgebuit, kinderarbeid, slechte
woonomstandigheden)
-> doel sociologie: begrijpen, verklaren en beschrijven en
natuurlijk ook oplossen (beleidsaanbevelingen)
, -> sociologie is een crisiswetenschap (polycrisis: meerdere
crissisen die tegelijk bezig zijn)
o wens om ‘eigen tijd’ te begrijpen
- Het doel van de sociologie is: je eigen tijd in gedachten vatten ->
in wat voor tijd leven we nu?
-> het typische van onze tijd kunnen weergeven en vatten in 1
woord (etiquette of dyagnose)
Bv: digitale Maatschappij, vloeibare Maatschappij,…
Ontwikkeling van de sociologische theorie
Klassieke fase: eigenzinnige auteurs (1845-1920)
o Comte, Marx, Durkheim, Weber, Mead
o crisis fase, woelige periode
-> armoede, industrialisering, nieuwe onvoorziene technieken,
armoede, klasse ongelijkheid
-> hebben de paradigma’s bedacht
-> hadden de pretentie om te zeggen van ik zal eens zeggen wat
sociologie is en hoe we dat moeten doen
Bv: wat is de Maatschappij?
-> ze stonden tegenover elkaar en hadden andere paradigma’s
Moderne fase: paradigmata (1920-1980)
o functionalisme / conflictparadigma / ruilparadigma / symbolisch
interactionisme…
o Parsons, Merton, Dahrendorf, Homans, Blumer, Goffman …
o Basiswerken en fundamenten van ervoor krijgen vorm en krijgen een
aanwijsbare stroming of traditie
Eclecticisme en nieuwe syntheses (1980- nu)
o Elias, Berger, Giddens, Habermas, Bourdieu, Luhmann, Bauman,
Collins, Castells, Latour (ANT)
o Veelheid aan paradigma’s, stromingen en auteurs
-> elementen uit verschillende stijlen met elkaar verbinden
De hoofdparadigma’s
twee basisvragen
o Is sociaal gedrag vrij of gedetermineerd?
-> Ben je als sociale actor (individu) vrij om gedrag te stellen of is er
iets in de samenleving dat jou stuurt of aandrijft (determinisme) (bv:
door reclame, mode)
o Gaat sociaal gedrag uit van individu of collectieve actor?
-> Wat je hoort te bestuderen als socioloog is dat het collectieve (bv:
natiestaat, Universiteit, gendergroep, leeftijdsgroep, kerk, ethnie) en
dat collectieve kan ook handelen (sameleving is een levend wezen)
of kijk je als socioloog naar individuen (bv: hoe denk die persoon,
waarom handelt die zo,….)
vier paradigmata
o Ruil -> ruilparadigma
o Conflict -> conflictparadigma