Alternatieve afhandelingen voor drug
gebruikende delinquenten
1. Er bestaat eensgezindheid over de noodzaak om problematische druggebruikers
maximaal uit de strafrechtsbedeling te oriënteren naar de (drug)hulpverlening.
Licht toe.
Meer en meer beleidsmakers zijn ervan overtuigd dat detentie niet de oplossing is voor probleemgebruikers
aangezien dit de negatieve cirkel kan versterken. Bovendien is hulpverlening in de gevangenis heel schaars
waardoor beleidsmakers gestimuleerd worden alternatieven te zoeken voor deze doelgroep.
Druggebruikers hebben een andere aanpak nodig dan andere criminelen en horen niet thuis in de gevangenis
zij dienen behandeld en geholpen te worden zodanig dat zij terug het goede pad op kunnen gaan.
Drugbehandeling is effectief in het verminderen van druggebruik en criminaliteit en in het verbeteren van
gezondheid en werk voor de personen die een behandeling ondergaan. Dit is dus veel effectiever dan het
opsluiten van druggebruikers.
Sinds de jaren ’90 werd een geïntegreerd drugbeleid met een preventieve, hulpverlenings- en strafrechtelijke
component ontwikkeld er werd een drugbeleid uitgebouwd waarin alle aspecten van het drugfenomeen aan
bod komen. Het drugprobleem is in eerste instantie een volksgezondheidsprobleem hulpverlening,
risicobeperking en re-integratie staan in de federale drugsnota dan ook centraal. Probleemgebruikers dienen
bij voorkeur naar de (drug)hulpverlening doorgestuurd te worden waar een geïndividualiseerde en
gecontinueerde behandeling mogelijk is. In België bestaat, naast de vrijwillige keuze van de druggebruiker, ook
de mogelijkheid om probleemgebruikers onder dwang voor onbepaalde tijd naar de (drug)hulpverlening te
verwijzen wanneer zij een gevaar zijn voor zichzelf of voor de maatschappij.
De (drug)hulpverlening heeft zijn effectiviteit reeds bewezen er is uitvoerige wetenschappelijke evidentie
dat (drug)behandeling leidt tot een verbetering van de situatie van de probleemgebruiker.
Een aantal factoren kunnen de effectiviteit van een behandeling beïnvloeden:
Behandeltermijn: een positief resultaat is waarschijnlijker wanneer de druggebruiker een aantal
maanden in behandeling is (minstens 3 maanden dan wordt een verminderd gebruik
gerapporteerd)
Het volgen van een nazorgbehandeling versterkt tevens de positieve resultaten. De behandeling is het
meest effectief wanneer deze aangeboden wordt in een positieve en aanmoedigende omgeving
Inhoud van de behandeling een combinatie van farmacologische, psychosociale en
gedragscognitieve behandeling is het meest effectief
Andere die de effectiviteit kunnen optimaliseren:
- een integrale en uitgebreide behandeling, het aanleren van onafhankelijkheid, de behandeling
aanpassen aan de risicograad van de patiënt,…
kenmerken in hoofde van de gebruiker die kunnen zorgen voor een al dan niet effectieve behandeling
zoals betere opleiding, meer werkgelegenheid, hogere interne motivatie, goede verstandhouding met
de behandelaars, goede mentale en fysieke gezondheid, oudere leeftijd, hogere sociaaleconomische
status,…
Alhoewel er geen significante verschillen gevonden zijn in onderzoeksresultaten tussen vrijwillige en
doorverwezen druggebruikers in behandeling, zijn sommigen er toch van overtuigd dat doorverwezen
druggebruikers minder gemotiveerd zijn. Doorverwezen probleemgebruikers ervaren inderdaad een vorm van
,externe drang, maar ook zij kunnen van zichzelf gemotiveerd zijn! Bovendien ervaren ook vrijwillige cliënten
vaak een vorm van externe druk (namelijk door familie, vrienden, werkgevers,…).
Cliënten onder justitiële drang blijven langer in behandeling dan vrijwillige cliënten dit is een belangrijk
gegeven aangezien de kans op een positieve afronding van een behandeling recht evenredig verloopt met de
duur van de behandeling.
Door de drangbehandelingen die opgelegd kunnen worden krijgt een groep probleemgebruikers, die door de
reguliere hulpverlening moeilijk bereikt wordt, via justitie een behandelaanbod voorgesteld dat minder
vrijblijvend is zo kunnen ook zij geholpen worden.
2. Welke mogelijkheden heeft men in België op de verschillende echelons van de
strafrechtsbedeling om problematische druggebruikers door te verwijzen naar de
hulpverlening?
Op elk echelon van de strafrechtsbedeling bestaat de mogelijkheid om probleemgebruikers door te verwijzen
naar de (drug)hulpverlening
de prevalentie van recidive is echter het laagst wanneer een alternatief wordt voorgesteld op het niveau van
opsporing en vervolging
Op parketniveau
de praetoriaanse probatie een van de mogelijkheden de procureur des Konings kan de
aanklacht laten vallen wanneer de verdachte enkele voorwaarden naleeft (de verdachte blijft vrij
om al dan niet in te gaan op het voorstel)
- Indien de voorwaarden niet nageleefd werden, gaat het parket automatisch over tot vervolging
- Indien de voorwaarden wel nageleefd werden, wordt het dossier zonder gevolg geklasseerd (tot
er zich eventueel nieuwe feiten voordoen)
Wanneer er sprake is van een slachtoffer, bestaat ook de mogelijkheid van bemiddeling.
Bovendien kan het parket een minnelijke schikking voorstellen (dan betaalt de verdachte een
boete dit is echter geen gewenst alternatief voor probleemgebruikers, want zo is er geen
doorverwijzing naar de (drug)hulpverlening).
vrijheid onder voorwaarden is mogelijk.
Op het niveau van de straftoemeting zijn twee vormen van probatie mogelijk:
, Probatieopschorting is een opschorting van de uitspraak van de veroordeling (hier is geen sprake
van een echte veroordeling, hoewel de feiten wel bewezen geacht worden)
Probatie-uitstel is uitstel van de tenuitvoerlegging van de straf (de straf wordt niet uitgevoerd
zolang gedurende de proeftijd de voorwaarden nageleefd worden)
Op het niveau van de strafuitvoering kunnen personen voorlopig (gezien medische redenen) of
voorwaardelijk in vrijheid gesteld worden zodat zij hun straf kunnen inkorten door het naleven van
enkele voorwaarden. De veroordeelde ondergaat (een deel van) zijn straf buiten de gevangenis, mits
het naleven van de voorwaarden die hem gedurende een bepaalde proeftijd voorgesteld worden
In tegenstelling tot de voorwaardelijke invrijheidstelling is de voorlopige invrijheidstelling geen
modaliteit van de tenuitvoerlegging van de straf, maar dient deze maatregel beschouwd te worden als
een onderbreking van de strafuitvoering waarbij de tenuitvoerlegging van de straf opgeschort wordt
Deze alternatieven kunnen voorgesteld worden aan probleemgebruikers met diverse profielen en de
voorwaarden (bijvoorbeeld behandeling, urinecontrole,…) zijn afhankelijk van de individuele situatie
van elke probleemgebruiker
In Europa bieden justitiële alternatieven, toegepast op verschillende echelons van de strafrechtsbedeling, de
mogelijkheid voor een geïndividualiseerde aanpak van druggebruikers.
3. Het samengaan van justitie en de drughulpverlening is vandaag een verworvenheid
binnen de Belgische strafrechtsbedeling. Deze interactie kan vlot verlopen mits
voorzien wordt in een aantal randvoorwaarden. Licht toe.
De doorverwijzing van probleemgebruikers naar de (drug)hulpverlening veronderstelt een ‘werkrelatie’ tussen
(drug)hulpverlening en justitie dit is noodzakelijk, maar deze samenwerking is niet vanzelfsprekend.
knelpunten
knelpunten specifiek voor justitiële ketens
- Gebrekkige doorverwijzing en opvolging door justitie
- Gebrek aan feedback vanuit justitie
Knelpunten specifiek voor de praetoriaanse probatie:
- Gebrek aan een wettelijk kader
- Afhankelijk van de persoonlijke interesse van de parketmagistraat
- Gebrek aan tijd en capaciteit bij het parket voor gedegen opvolging
- Parketmagistraten genieten geen sociale opleidingen
knelpunten specifiek voor (drug)hulpverlening
- Onvoldoende capaciteit (drug)hulpverlening
- Onvoldoende gediversifieerd (drug)hulpverleningsaanbod
- Geografische spreiding van het (drug)hulpverleningsaanbod (niet gelijk
verspreid over de verschillende arrondissementen)
- Kwaliteit van het (drug)hulpverleningsaanbod
- Gebrek aan afstemming tussen de (drug)hulpvoorzieningen
- Gebrek aan middelen
- Het beroepsgeheim
- Gebrek aan goede screeningsinstrumenten
- Cliënten met dubbele justitiële statuten
knelpunten bij de samenwerking tussen justitie en de (drug)hulpverlening
- Culturele en ideologische verschillen
- Onduidelijke terrein- en rolafbakening
- Onvoldoende kennis en vorming
- Gebrek aan dialoog
- Motivatie bij de doorverwezen gebruiker
gebruikende delinquenten
1. Er bestaat eensgezindheid over de noodzaak om problematische druggebruikers
maximaal uit de strafrechtsbedeling te oriënteren naar de (drug)hulpverlening.
Licht toe.
Meer en meer beleidsmakers zijn ervan overtuigd dat detentie niet de oplossing is voor probleemgebruikers
aangezien dit de negatieve cirkel kan versterken. Bovendien is hulpverlening in de gevangenis heel schaars
waardoor beleidsmakers gestimuleerd worden alternatieven te zoeken voor deze doelgroep.
Druggebruikers hebben een andere aanpak nodig dan andere criminelen en horen niet thuis in de gevangenis
zij dienen behandeld en geholpen te worden zodanig dat zij terug het goede pad op kunnen gaan.
Drugbehandeling is effectief in het verminderen van druggebruik en criminaliteit en in het verbeteren van
gezondheid en werk voor de personen die een behandeling ondergaan. Dit is dus veel effectiever dan het
opsluiten van druggebruikers.
Sinds de jaren ’90 werd een geïntegreerd drugbeleid met een preventieve, hulpverlenings- en strafrechtelijke
component ontwikkeld er werd een drugbeleid uitgebouwd waarin alle aspecten van het drugfenomeen aan
bod komen. Het drugprobleem is in eerste instantie een volksgezondheidsprobleem hulpverlening,
risicobeperking en re-integratie staan in de federale drugsnota dan ook centraal. Probleemgebruikers dienen
bij voorkeur naar de (drug)hulpverlening doorgestuurd te worden waar een geïndividualiseerde en
gecontinueerde behandeling mogelijk is. In België bestaat, naast de vrijwillige keuze van de druggebruiker, ook
de mogelijkheid om probleemgebruikers onder dwang voor onbepaalde tijd naar de (drug)hulpverlening te
verwijzen wanneer zij een gevaar zijn voor zichzelf of voor de maatschappij.
De (drug)hulpverlening heeft zijn effectiviteit reeds bewezen er is uitvoerige wetenschappelijke evidentie
dat (drug)behandeling leidt tot een verbetering van de situatie van de probleemgebruiker.
Een aantal factoren kunnen de effectiviteit van een behandeling beïnvloeden:
Behandeltermijn: een positief resultaat is waarschijnlijker wanneer de druggebruiker een aantal
maanden in behandeling is (minstens 3 maanden dan wordt een verminderd gebruik
gerapporteerd)
Het volgen van een nazorgbehandeling versterkt tevens de positieve resultaten. De behandeling is het
meest effectief wanneer deze aangeboden wordt in een positieve en aanmoedigende omgeving
Inhoud van de behandeling een combinatie van farmacologische, psychosociale en
gedragscognitieve behandeling is het meest effectief
Andere die de effectiviteit kunnen optimaliseren:
- een integrale en uitgebreide behandeling, het aanleren van onafhankelijkheid, de behandeling
aanpassen aan de risicograad van de patiënt,…
kenmerken in hoofde van de gebruiker die kunnen zorgen voor een al dan niet effectieve behandeling
zoals betere opleiding, meer werkgelegenheid, hogere interne motivatie, goede verstandhouding met
de behandelaars, goede mentale en fysieke gezondheid, oudere leeftijd, hogere sociaaleconomische
status,…
Alhoewel er geen significante verschillen gevonden zijn in onderzoeksresultaten tussen vrijwillige en
doorverwezen druggebruikers in behandeling, zijn sommigen er toch van overtuigd dat doorverwezen
druggebruikers minder gemotiveerd zijn. Doorverwezen probleemgebruikers ervaren inderdaad een vorm van
,externe drang, maar ook zij kunnen van zichzelf gemotiveerd zijn! Bovendien ervaren ook vrijwillige cliënten
vaak een vorm van externe druk (namelijk door familie, vrienden, werkgevers,…).
Cliënten onder justitiële drang blijven langer in behandeling dan vrijwillige cliënten dit is een belangrijk
gegeven aangezien de kans op een positieve afronding van een behandeling recht evenredig verloopt met de
duur van de behandeling.
Door de drangbehandelingen die opgelegd kunnen worden krijgt een groep probleemgebruikers, die door de
reguliere hulpverlening moeilijk bereikt wordt, via justitie een behandelaanbod voorgesteld dat minder
vrijblijvend is zo kunnen ook zij geholpen worden.
2. Welke mogelijkheden heeft men in België op de verschillende echelons van de
strafrechtsbedeling om problematische druggebruikers door te verwijzen naar de
hulpverlening?
Op elk echelon van de strafrechtsbedeling bestaat de mogelijkheid om probleemgebruikers door te verwijzen
naar de (drug)hulpverlening
de prevalentie van recidive is echter het laagst wanneer een alternatief wordt voorgesteld op het niveau van
opsporing en vervolging
Op parketniveau
de praetoriaanse probatie een van de mogelijkheden de procureur des Konings kan de
aanklacht laten vallen wanneer de verdachte enkele voorwaarden naleeft (de verdachte blijft vrij
om al dan niet in te gaan op het voorstel)
- Indien de voorwaarden niet nageleefd werden, gaat het parket automatisch over tot vervolging
- Indien de voorwaarden wel nageleefd werden, wordt het dossier zonder gevolg geklasseerd (tot
er zich eventueel nieuwe feiten voordoen)
Wanneer er sprake is van een slachtoffer, bestaat ook de mogelijkheid van bemiddeling.
Bovendien kan het parket een minnelijke schikking voorstellen (dan betaalt de verdachte een
boete dit is echter geen gewenst alternatief voor probleemgebruikers, want zo is er geen
doorverwijzing naar de (drug)hulpverlening).
vrijheid onder voorwaarden is mogelijk.
Op het niveau van de straftoemeting zijn twee vormen van probatie mogelijk:
, Probatieopschorting is een opschorting van de uitspraak van de veroordeling (hier is geen sprake
van een echte veroordeling, hoewel de feiten wel bewezen geacht worden)
Probatie-uitstel is uitstel van de tenuitvoerlegging van de straf (de straf wordt niet uitgevoerd
zolang gedurende de proeftijd de voorwaarden nageleefd worden)
Op het niveau van de strafuitvoering kunnen personen voorlopig (gezien medische redenen) of
voorwaardelijk in vrijheid gesteld worden zodat zij hun straf kunnen inkorten door het naleven van
enkele voorwaarden. De veroordeelde ondergaat (een deel van) zijn straf buiten de gevangenis, mits
het naleven van de voorwaarden die hem gedurende een bepaalde proeftijd voorgesteld worden
In tegenstelling tot de voorwaardelijke invrijheidstelling is de voorlopige invrijheidstelling geen
modaliteit van de tenuitvoerlegging van de straf, maar dient deze maatregel beschouwd te worden als
een onderbreking van de strafuitvoering waarbij de tenuitvoerlegging van de straf opgeschort wordt
Deze alternatieven kunnen voorgesteld worden aan probleemgebruikers met diverse profielen en de
voorwaarden (bijvoorbeeld behandeling, urinecontrole,…) zijn afhankelijk van de individuele situatie
van elke probleemgebruiker
In Europa bieden justitiële alternatieven, toegepast op verschillende echelons van de strafrechtsbedeling, de
mogelijkheid voor een geïndividualiseerde aanpak van druggebruikers.
3. Het samengaan van justitie en de drughulpverlening is vandaag een verworvenheid
binnen de Belgische strafrechtsbedeling. Deze interactie kan vlot verlopen mits
voorzien wordt in een aantal randvoorwaarden. Licht toe.
De doorverwijzing van probleemgebruikers naar de (drug)hulpverlening veronderstelt een ‘werkrelatie’ tussen
(drug)hulpverlening en justitie dit is noodzakelijk, maar deze samenwerking is niet vanzelfsprekend.
knelpunten
knelpunten specifiek voor justitiële ketens
- Gebrekkige doorverwijzing en opvolging door justitie
- Gebrek aan feedback vanuit justitie
Knelpunten specifiek voor de praetoriaanse probatie:
- Gebrek aan een wettelijk kader
- Afhankelijk van de persoonlijke interesse van de parketmagistraat
- Gebrek aan tijd en capaciteit bij het parket voor gedegen opvolging
- Parketmagistraten genieten geen sociale opleidingen
knelpunten specifiek voor (drug)hulpverlening
- Onvoldoende capaciteit (drug)hulpverlening
- Onvoldoende gediversifieerd (drug)hulpverleningsaanbod
- Geografische spreiding van het (drug)hulpverleningsaanbod (niet gelijk
verspreid over de verschillende arrondissementen)
- Kwaliteit van het (drug)hulpverleningsaanbod
- Gebrek aan afstemming tussen de (drug)hulpvoorzieningen
- Gebrek aan middelen
- Het beroepsgeheim
- Gebrek aan goede screeningsinstrumenten
- Cliënten met dubbele justitiële statuten
knelpunten bij de samenwerking tussen justitie en de (drug)hulpverlening
- Culturele en ideologische verschillen
- Onduidelijke terrein- en rolafbakening
- Onvoldoende kennis en vorming
- Gebrek aan dialoog
- Motivatie bij de doorverwezen gebruiker