Pavlovs hond en Thorndikes kat: Over ons leergedrag en
hoe we tot leren komen
Definitie van leren:
• Een (blijvende) verandering in gedrag of mentale processen als gevolg van een bepaalde
ervaring.
reflexen, ‘instincten’
= soortspecifiek en genetisch geprogrammeerd gedrag (niet-flexibel)
Bv:
- eendkuikens volgen eerste bewegende object (Konrad Lorenz) door imprinting
- redback Australische mannetjesspin voert achterwaartse salto uit om sexueel kannibalisme
voor te schotelen voordat hij probeert te ontsnappen
het was beter voor het mannetje om opgegeten te worden dan een volgende
vrouwtjesspin te zoeken om zich voort te planten, vanwege de omgeving van de spin die zeer
gevaarlijk is
Natuurlijke selectie is gebaseerd op genen niet op voordeligheid voor een individu
Verschillende vormen van leren:
habituatie: leren om niet meer te reageren op de herhaalde aanbieding van een stimulus,
door sensorische adaptatie (bv., trein die langs huis rijdt).
mere-exposure effect: aangeleerde voorkeur voor stimuli waaraan we al eerder zijn
blootgesteld (bv., oorworm-muziek).
SR-leren (= focus van Hoofdstuk 3): vormen van leren die kunnen beschreven worden in
termen van Stimuli en Responses, zoals klassieke/pavloviaanse en operante/instrumentele
conditionering.
cognitief en sociaal leren: leren waarbij mentale/sociale processen moeten meespelen
cognitief leren = dingen leren zonder het te leren gedrag zelf uitvoeren en dus zonder
direct de consequenties (straffen) ervan te ervaren
observationeel leren: leren door het kijken naar de gevolgen van het gedrag van een model
, Hoe verklaart klassieke conditionering leren?
Klassieke (of Pavloviaanse) conditionering = Een passief proces van S-R leren waarbij een in eerste
instantie neutrale stimulus het vermogen verwerft om een aangeboren reflex (= onvoorwaardelijke
reactie) op te roepen door koppeling met een andere stimulus (= onvoorwaardelijke stimulus), die
van nature die reflex uitlokt.
Zo wordt die neutrale stimulus een voorwaardelijke stimulus die een voorwaardelijke reactie uitlokt.
Pavlov en zijn hond
Je leert iets zonder dat je er bewust moeite voor doet.
Eerst is iets neutraal (bijvoorbeeld een bel).
Die bel betekent niks voor je.
Maar als die bel steeds samenkomt met iets dat automatisch een reactie geeft (bijvoorbeeld eten →
je krijgt speeksel), dan gaat je brein een koppeling maken.
Na een tijdje gebeurt dit:
Eerst: eten → speeksel
Later: bel + eten → speeksel
Uiteindelijk: alleen de bel → speeksel
Je hebt dus geleerd dat de bel “eten aankondigt”.
Je brein koppelt twee dingen aan elkaar, waardoor iets neutraals een reactie gaat uitlokken.
Dat noemen we klassieke conditionering.
Vb rat: meisje heeft een dode rat gevonden, nam deze op en bracht deze naar de keuken moeder
begon te schreeuwen, meisje schrok, liet rat vallen en sindsdien angst voor ratten
Vb ritselend struikgewas: man aangevallen door hond tijdens joggen, maar hoorde vlak daarvoor
geritsel sindsdien een angst gecreëerd voor ritselend struikgewas met het gevoel dat je vervolgens
dus aangevallen zou worden