Menselijke fysiologie – CH17 Breathing
Inhoudstafel
1. Respiratoir systeem functies ..................................................................................................1
2. Respiratoire systeem werkt hard ...........................................................................................1
3. Gelijkenissen en verschillen met het cardiovasculair systeem ..............................................1
4. Soorten ademhaling ...............................................................................................................2
4.1 Cellulaire ademhaling ......................................................................................................2
4.2 Externe respiratie (externe ademhaling) .........................................................................2
5. Componenten van het respiratoire systeem..........................................................................4
6. Indeling van het respiratoire systeem ....................................................................................4
6.1 Bovenste respiratoire systeem .........................................................................................4
6.2 Onderste respiratoire systeem .........................................................................................4
7. De longen ...............................................................................................................................8
7.1 Doorsnede long ................................................................................................................8
8. De uitwisseling .................................................................................................................... 10
9. Conditioneren van de lucht ................................................................................................. 12
10. Stroming van de lucht ....................................................................................................... 15
11. Lucht is een mengsel van gassen ...................................................................................... 15
11.1 De ideale gaswet ......................................................................................................... 16
11.2 De wet van Boyle......................................................................................................... 16
11.3 De wet van Dalton....................................................................................................... 17
DE VENTILATIE ......................................................................................................................... 17
12. De spirometer ................................................................................................................... 17
13. Longvolumes ..................................................................................................................... 19
13.1 Teugvolume (VT) .......................................................................................................... 19
13.2 Inspiratoir reserve volume (IRV) ................................................................................. 19
13.3 Expiratoir reserve volume (ERV) ................................................................................. 19
13.4 Residueel volume (RV) ................................................................................................ 19
14. Longcapaciteiten: som van volumes ................................................................................. 19
14.1 De vitale capaciteit (VC) .............................................................................................. 19
14.2 Totale longcapaciteit (TLC) .......................................................................................... 20
, lOMoARcPSD|64256483
14.3 Inspiratoire capaciteit (IC) ........................................................................................... 20
14.4 Functionele residuele capaciteit (FRC)........................................................................ 20
14.5 Scematische voorstelling ............................................................................................. 20
15. Luchtstroom (Air Flow)...................................................................................................... 22
16. Het volume ........................................................................................................................ 22
18. Visceraal en pariëtaal pleura (longvlies en borstvlies)...................................................... 25
COMPLIANCE EN ELASTICITEIT................................................................................................ 27
19. Compliance ....................................................................................................................... 27
20. De elasticiteit .................................................................................................................... 29
21. Surfactant .......................................................................................................................... 29
ADEMHALINGSEFFICIËNTIE ..................................................................................................... 31
22. Termen .............................................................................................................................. 33
22.1 Hypoventilatie en hyperventilatie............................................................................... 33
HET CONTROLE MECHANISME................................................................................................ 34
AANDOENINGEN EN ZIEKTEN ................................................................................................. 35
23. Snurken ............................................................................................................................. 35
24. Longaandoeningen ............................................................................................................ 36
24.1 Bronchitis .................................................................................................................... 36
24.2 Astma .......................................................................................................................... 37
24.3 COPD (Chronic obstructive pulmonary disease) ......................................................... 37
24.4 Longkanker .................................................................................................................. 39
24.5 Pneumonie (longontsteking) ....................................................................................... 39
24.6 Slaapapneu .................................................................................................................. 39
25. Roken ................................................................................................................................. 40
, lOMoARcPSD|64256483
Menselijke fysiologie: H17 – Mechanics of breathing
RESPIRATOIRE SYSTEEM
1. Respiratoir systeem functies
▪ De uitwisseling van gassen (tussen de atmosfeer en het bloed)
▪ Homeostatische regulatie van de pH-waarde van het lichaam
▪ Bescherming tegen ingeademde pathogenen (ziektekiemen) en irriterende stoffen
▪ Vocalisatie (stemvorming)
▪ Water- en warmteverlies
Het feit dat we kunnen staan en klanken kunnen uitbrengen dat heeft ook te maken met ons
ademhalingsstelsel.
2. Respiratoire systeem werkt hard
Het respiratoire systeem werkt zeer efficiënt.
▪ Als je de longen en het volledige ademhalingsstelsel volledig zou openplooien, kom je aan een
oppervlakte van ongeveer 75 m2.
Dat is vrij groot. Dat toont ook aan dat ons lichaam er heel efficiënt mee om gaat. Want op een
heel klein volume gaan we eigenlijk een heel groot oppervlakte steken. Deze grote oppervlakte
is belangrijk omdat:
o Er zo meer gasuitwisseling kan plaatsvinden
o En dus meer zuurstof kan opgenomen worden
Zuurstof is essentieel voor het lichaam. Hoe efficiënter we zuurstof kunnen opnemen, hoe beter
het lichaam kan functioneren.
▪ Ademhalingsfrequentie: gemiddeld ademen we:
o Ongeveer 15 keer per minuut
o Ongeveer 900 keer per uur
o Ongeveer 21.600 keer per dag
o Ongeveer 7.884.000 keer per jaar
o Wanneer iemand ongeveer 70 jaar wordt, heeft die persoon meer dan 550 miljoen keer
geademd
3. Gelijkenissen en verschillen met het cardiovasculair systeem
Het ademhalingsstelsel vertoont een aantal belangrijke gelijkenissen met het cardiovasculair systeem.
Ook hier werken we namelijk met drukverschillen om stroming mogelijk te maken.
Gelijkenissen met het cardiovasculair systeem:
▪ Stroming van hoge naar lage druk
Net zoals bloed zich verplaatst van gebieden met een hogere durk naar gebieden met een lagere
druk, zal ook lucht zich verplaatsen volgens een drukgradiënt. Lucht stroomt dus van een gebied
met hogere druk naar een gebied met lagere druk.
▪ Gebruik van een spierpomp (masculaire pomp)
Om die drukverschillen te creëren, gebruikt het ademhalingsstelsel een musculaire pomp.
1
, lOMoARcPSD|64256483
▪ Weerstand tegen stroming
Ook in het ademhalingsstelsel is er sprake van weerstand tegen de stroming van lucht.
Die weerstand wordt onder andere bepaald door:
o De diameter van de buizen (luchtwegen)
— smallere luchtwegen geven meer weerstand
o De compliance (rekbaarheid) van de longen
— dit is de mate waarin de longen kunnen uitrekken
Bv.: longen met veel littekenweefsel hebben een lagere compliance, daardoor zijn ze
moeilijker uit te rekken.
Verschillen met het cardiovasculair systeem:
▪ Lucht is samendrukbaar, bloed niet
▪ Het ademhalingsstelsel is een open systeem, terwijl het cardiovasculair systeem een gesloten
systeem is.
4. Soorten ademhaling
We onderscheiden twee vormen van ademhaling:
4.1 Cellulaire ademhaling
Dit is de ademhaling die binnenin de weefsels en cellen plaatsvindt.de ademhaling gebeurt dus
binnenin het lichaam.
Hier reageert zuurstof in de cellen (bijvoorbeeld in de spieren) om energie te produceren maar ook
afvalstoffen zoals CO2.
4.2 Externe respiratie (externe ademhaling)
Dit is de ademhaling waarbij we lucht uit de omgeving inademen, zuurstof opnemen, en CO2 terug
uitademen.
We kunnen het ademhalingssysteem opdelen in verschillende stappen van gasuitwisseling:
1. Tussen de atmosfeer en de longen
In- en uitademing van lucht
2. Ter hoogte van de longen
Uitwisseling van zuurstof en CO2 tussen de longen en het bloed
3. Transport via het bloed
Het bloed vervoert zuurstof doorheen het lichaam
4. Uitwisseling tussen bloed en weefsels
Zuurstof gaat naar de weefsels, CO2 komt terug in het bloed
Eerste uitwisseling: tussen de atmosfeer en de longen
De eerste belangrijke uitwisseling gebeurt tussen de atmosfeer en de longen. Daarna vindt in de longen
de uitwisseling plaats met het bloed. Dit toont aan hoe belangrijk de samenwerking is tussen het
respiratoire systeem en het cardiovasculaire systeem.
De longen en bloedvaten moeten namelijk goed op elkaar afgestemd zijn om een efficiënte
zuurstofopname mogelijk te maken.
2