“My favourite music is the music I haven’t yet heard” - John Cage
Inhoudstafel:
Westerse kunstmuziek tot 1950
1. Inleiding: naar nieuwe muzikale horizonten
2. De traditie van het modernisme I: Frans-Russische as & inheems modernisme
→ authenticiteit en plaatsgebondenheid
3. De traditie van het modernisme II: Tweede Weense school & Duits expressionisme
→ wat drukt muziek uit?
4. De traditie van het modernisme III: Experimentalisme
→ instrumentarium
5. Noten anno nu - te gast: Ellen Jacobs en Seppe Gebruers
6. Jazz II
7. Jazz II
Westerse kunstmuziek vanaf 1950
8. Luistersessie i.h.k.v. de Schone Week (Labo de Krook)
9. Naoorlogse avant-garde, elektronische muziek en spectralisme
→ de componist als uitvoerder
10. New complexity, minimal music & postmodernisme
→ highbrow/lowbrow
11. Experimentele muziek & muziektheater
→ hoe luisteren wij vandaag?
1. INLEIDING
Steve Reich - Music for 18 musicians 1976
- minimal music (traditie van de kunstmuziek)
- tegen het streng Europees modernisme (Berio)
- verschillende invloeden door elkaar:
- sterk beïnvloed door de popcultuur
- invloed van West-Afrikaanse muziek
- dialoog tussen generaties/culturen/genres en continenten
→ bv. in dialoog met Bartok of Berio
⇒ De 20ste eeuw is een continue fluxus tussen allerlei verschillende
generaties/genres etc (geen mooie hokjes waar je alles in kan steken)
De canon
- een geheel van werken, gedefinieerd door een bepaalde socio culturele
groep, die representatief en betekenisvol is voor een bepaalde periode
- canonvorming is een subjectieve constructie gebaseerd op waarde
- de canon maakt het ons mogelijk om iets te vertellen (kapstok)
1
,Wat en wie bepaalde de criteria waardoor bepaalde werken daartoe behoren?
6 esthetische criteria die vanaf 1800 belangrijk zijn geweest voor de canon
- Alle werken zijn op basis van dezelfde waarde geschat…
nl. coherentie
nl. complexiteit
nl. expressiviteit/zeggingskracht
nl. invloed
nl. vernieuwing (belangrijkst voor de 20ste eeuw)
nl. voortleven
Spelletje: 5 composities (wat valt er op?)
1. Barber Adagio for String: expressiviteit (emotionaliteit), doet beroep op de
muzikale taal van de romantiek (niet vernieuwend/invloedrijk, leeft wel voor)
2. Gershwin I got Rhythm: complexiteit
3. Bartok Piano concerto 2: onregelmatig Hongaars spreekritme,
spanningsvolle samenklanken (dissonanten), (alle vakjes passen hier)
4. Varèse Ionisation: muziek van het moderne stadsleven, sirene, onregelmatig
5. Berg Lyrische suite: (alle vakjes passen hier)
→ dodekafone muziek gebaseerd op een enkele toonreeks,
(12 vaste toontjes in een bepaalde andere volgorde zetten)
⇒ de werken verstrijken over 10 jaar, chronologisch (barber oudst - berg jongste)
Universele waarde:
- criterium van vernieuwing
- dit is het belangrijkst criterium waaruit we ons verhaal opbouwen
- maar die canon is niet hetzelfde als degene die uitgevoerd wordt
- het perspectief die je aanneemt geeft een ander verhaal weer
Wie maakt de canon? ⇒ de gatekeepers
- opnameindustrie speelt een belangrijke rol in de productie
- (geschreven/online) media speelt een belangrijke rol in de promotie
- operahuizen, radio, televisie etc en ook fans spelen een rol
- daarnaast ook wetenschappelijke onderwijsinstellingen
Deze constructie zal eveneens enkele perspectieven uitsluiten
- de canon wordt vooral gevormd door witte/mannelijke componisten
- zij hebben de criteria vastgezet, waardoor de cirkel blijft doorlopen
- Decanonisering: we moeten actief zoeken naar vrouwen/kleur etc en
een alternatieve canon geven, maar dit komt soms gekunsteld over
- door volgens de esthetische categorieën te gaan werken, sluit je
muziek uit bv. Afrikaanse muziek met een andere functie
2
,1.1 Naar nieuwe muzikale horizonten
20ste eeuwse muziek
- Vernieuwende periode
- Aparte tijd: revoluties, schandaalpremières etc
- Muziek die nooit toegankelijk/mainstream is geworden
- Het belangrijk criterium ‘vernieuwing’ hebben we overgenomen als
normatief voor de geschiedschrijving zelf (maar ook veel andere zaken zijn
er geweest bv. restauratieve periodes)
- Andere geladenheid in de zoektocht naar vernieuwing in de 20ste eeuw
→ het is een volledig nieuw tijdperk, het modernisme ontstaat
→ een bewuste zoektocht naar een vernieuwing van artistieke middelen om
uitdrukking te kunnen geven aan de nieuwe tijd van de 20ste eeuw
Traditie versus vernieuwing
- Modern is niet gelijk aan modernistisch
- Sterk veranderende wereldbeelden
- Muzikale mainstream ontbreekt
- Iedereen is bewust op zoek naar vernieuwing en wil antwoord geven op een
heel nieuwe tijd en duidelijk afzetten van wat er daarvóór is gebeurd
- Maximalisme ipv modernisme, uitvergroot en geïntensiveerd
Tegen wat reageren zij?
Prehistorie van de klassieke muziek
- De basisprincipes van de klassieke muziek
- Gebouwd in de tonaliteit, een grammaticaal systeem
belangrijk voor de westerse muziek
Tonaliteit = muzikale grammatica
- Ca. 1600 tot ca. 1910
- Toonaard (tonaliteit), is een verzameling van tonen
- Het is een muzikale taal die we zijn gaan beschouwen als onze moedertaal
- De grondtoon geeft rust en stabiliteit (vlg. onze Westerse oren)
- Afwijken van de grondtoon geeft spanning
- Heel het repertoire is hierop gebouwd ⇒ ontspanning en spanning
- De tonale spanningsboog werkt op micro en macroniveau
- Consonantie: muziek die niet wringend klinkt
- Dissonantie: muziek die onaangenaam klinkt
19e eeuw: de expansie in de romantiek
- De spanning wordt fenomenaal opgedreven
- Bv. Tristan und Isolde, wanneer Isolde sterft komt de rust
- Het ondermijnt de tonale logica en functionaliteit
3
, De vooravond van de 20ste eeuw
- De spanning is zo hoog, er moet iets aangepast worden
- Arnold Schönberg Verklärte Nacht 1899 (afgewezen)
→ je voelt de opgedreven spanning, zuiver tonaal werk, taal van
de romantiek die uitgehold wordt, naar zijn grenzen gedreven
→ los het op! als de ontspanning niet meer komt moet het stoppen
- Gustav Mahler Symfonie n.1 1899
→ soms gekunsteld/volks, hij wil de wereld tonen in zijn
muziek met een enorme esthetische ambiguïteit
→ verschillende instrumentengroepen die vanuit verschillende
idiomen komen, maar samenwerken (mixmatch van stijlen)
- Alma Mahler Fünf lieder, laue Sommernacht 1910
→ qua taal veel vernieuwender dan Gustav Mahler
→ de basstem zweeft rond, de piano geeft geen kleur
→ akkoorden vanuit het tonaal repertoire, maar ze trekken
naar andere akkoorden ipv een richting te geven
- Erik Satie Le fils des étoiles 1891
→ hij neemt ons telkens mee in een andere richting
- Claude Debussy Prélude à l’après d’un faune 1894
20ste eeuw Failliet van de tonaliteit
- Zoektocht naar alternatieven in andere tradities en toonsystemen
- Heropwaardering van andere parameters dan harmonie (toonhoogte)
zoals…
→ toonduur (tempo, ritme)
→ klankkleur
→ textuur
→ ruimte
→ vorm
→ gestiek
De beluisterde liedjes:
1) Béla Bartók Strijkkwartet nr.4 Allegro Molto
→ duidelijke korte ritmische pulsen
→ nieuwe structuur, geen rust
→ allerlei zelfstandige instrumenten die frictie veroorzaakt
→ dissonante klanken, nieuwe klanken
Een klank heeft 2 structurerende parameters
- primair: toonhoogte en toonduur (essentiële kenmerken van een toon)
- → zolang deze dezelfde blijven, herkennen we de compositie
- secundair: alle andere parameters: klankkleur, dynamiek, articulatie
4