HEMATO-ONCO: ERFELIJKE
KANKER
PROF. DENAYER
ERFELIJKE KANKER
1. ONTSTAAN VAN KANKER
Basisprincipe
Kanker ontstaat door accumulatie van genetische mutaties in cellen, die
essentieel zijn voor het normale gedrag van de cel
o meestal sporadisch, zonder voorbeschikkende factor
o soms wel al met familiale factor waarbij er al bepaalde mutaite is
overgeërfd die met bijkomende mutaties sneller kan leiden tot kanker
o in somatische cellen
Dit is een meerstappenproces (carcinogenese)
o doorheen het leven van een persoon treden er continu somatische
mutaties op
o passenger mutaties = mutaties die niet boeien
o ook mutaties die leiden tot resistentie van chemotherapieutica
Oorzaken van mutaties
Type Voorbeelden
Inter fouten in DNA-replicatie/herstel
n
Exter mutagenen (rook, straling,
n carcinogenen)
Kenmerken van kankercellen (hallmarks)
Kankercellen kunnen:
autonoom prolifereren
groeiremming negeren
apoptose vermijden
onbeperkt delen
angiogenese induceren
invasie en metastasen vormen
immuunsysteem ontwijken
Belangrijke genklassen
, Genklasse Effect van Voorbeelde
mutatie n
Proto-oncogenen activatie → RAS
oncogen
Tumor suppressor inactivatie BRCA1/2,
genen TP53
DNA repair genen defect herstel MLH1, MSH2
Two-hit hypothese (Knudson’s hypothesis)
Tumorsuppressorgenen moeten 2x geïnactiveerd worden
Erfelijk:
o 1e hit = kiembaanmutatie
o 2e hit = somatische mutatie
→ verklaart vroegere onset bij familiale kanker
Voorbeeld: retinoblastoma
o zeldzaam, maar lang gekend
o in netvlies van oog bij jonge kinderen
o sporadisch: gewoonlijk één oog
o familiaal: vaak beide ogen of multifocaal en jongere leeftijd
overerving = autosomaal dominant; op cellulair niveau = recessief
ook verhoogd risico op andere maligniteiten
Toepassing: functie van tumor-suppressorgenen = onderdrukken van
ongaangepaste groei- en celdeling
2. SPORADISCH VS FAMILIAAL VS ERFELIJK
Type Kenmerk
Sporadisch meeste gevallen, geen familiale
clustering
Familiair clustering, multifactorieel
Erfelijk kiembaanmutatie in 1 gen
(monogeen)
Belangrijk:
→ Familiaal ≠ erfelijk
3. FAMILIALE KANKERSYNDROMEN
Overzicht
niet-syndromaal
Aandoening Belangrijkste genen
Hereditary breast and ovarian cancer (HBOC) BRCA1, BRCA2, CHEK2, PALB2,
ATM
Hereditary non-polyposis colon cancer (HNPCC / MLH1, MSH2, MSH6, PMS2
Lynch)
Familial adenomatous polyposis (FAP) APC (MUTYH)
Familiair melanoom CDKN2A
Li-Fraumeni syndroom TP53
syndromaal
o autosomaal dominant
, PTEN hamartoma tumor syndroom
neurofibromatose type 1
Birt-Hogg-Dubé syndroom
Peutz-Jeghers syndroom
Tubereuze sclerose
o Autosomaal recessief
ataxia telangiectasia
fanconi anemie
Kenmerken
Jongere leeftijd bij diagnose
Meerdere primaire kankers
Bilateraal/multifocaal
Zelfde kanker in familie
Autosomaal dominante overerving
o maar: niet altijd
de novo mutatie
verminderde penetrantie (niet alle dragers zullen het uiten)
o variabele expressie
vb: borst- vs ovariumkanker in BRCA mutatie: bij ene familielid
borstkanker, bij andere familielid ovariumkanker
Hoger risico voor bepaalde typees/combinaties van kanker
Oorzaak
monogene oorzaak
o germline mutatie in 1 gen
o orgaanspecifiek
o soms deel van herkenbaar syndroom
multifactoriële oorzaak
o complexe interactie tussen verschillende genen = polygeen
o EN omgevingsfactoren, levensstijl
Wanneer eraan denken?
≥2 verwanten (1ste of 2de graads) met zelfde kanker
Verschillende dichte verwanten met verwante kankers
o vb: borst- en ovariumkanker
o vb: dikkedarm- en baarmoederslijmvlieskanker
2 familieleden met zelfdezeldzame kanker
vroege leeftijd bij diagnose
bilaterale tumoren
synchrone (op zelfde moment) of opeenvolgende tumoren bij 1 persoon
meerdere primaire tumoren in een ander
orgaanstelsel bij 1 persoon
Penetrantie
= % dragers die kanker ontwikkelen
Leeftijdsafhankelijk
Hoog vs matig vs laag risico
Grafiek
KANKER
PROF. DENAYER
ERFELIJKE KANKER
1. ONTSTAAN VAN KANKER
Basisprincipe
Kanker ontstaat door accumulatie van genetische mutaties in cellen, die
essentieel zijn voor het normale gedrag van de cel
o meestal sporadisch, zonder voorbeschikkende factor
o soms wel al met familiale factor waarbij er al bepaalde mutaite is
overgeërfd die met bijkomende mutaties sneller kan leiden tot kanker
o in somatische cellen
Dit is een meerstappenproces (carcinogenese)
o doorheen het leven van een persoon treden er continu somatische
mutaties op
o passenger mutaties = mutaties die niet boeien
o ook mutaties die leiden tot resistentie van chemotherapieutica
Oorzaken van mutaties
Type Voorbeelden
Inter fouten in DNA-replicatie/herstel
n
Exter mutagenen (rook, straling,
n carcinogenen)
Kenmerken van kankercellen (hallmarks)
Kankercellen kunnen:
autonoom prolifereren
groeiremming negeren
apoptose vermijden
onbeperkt delen
angiogenese induceren
invasie en metastasen vormen
immuunsysteem ontwijken
Belangrijke genklassen
, Genklasse Effect van Voorbeelde
mutatie n
Proto-oncogenen activatie → RAS
oncogen
Tumor suppressor inactivatie BRCA1/2,
genen TP53
DNA repair genen defect herstel MLH1, MSH2
Two-hit hypothese (Knudson’s hypothesis)
Tumorsuppressorgenen moeten 2x geïnactiveerd worden
Erfelijk:
o 1e hit = kiembaanmutatie
o 2e hit = somatische mutatie
→ verklaart vroegere onset bij familiale kanker
Voorbeeld: retinoblastoma
o zeldzaam, maar lang gekend
o in netvlies van oog bij jonge kinderen
o sporadisch: gewoonlijk één oog
o familiaal: vaak beide ogen of multifocaal en jongere leeftijd
overerving = autosomaal dominant; op cellulair niveau = recessief
ook verhoogd risico op andere maligniteiten
Toepassing: functie van tumor-suppressorgenen = onderdrukken van
ongaangepaste groei- en celdeling
2. SPORADISCH VS FAMILIAAL VS ERFELIJK
Type Kenmerk
Sporadisch meeste gevallen, geen familiale
clustering
Familiair clustering, multifactorieel
Erfelijk kiembaanmutatie in 1 gen
(monogeen)
Belangrijk:
→ Familiaal ≠ erfelijk
3. FAMILIALE KANKERSYNDROMEN
Overzicht
niet-syndromaal
Aandoening Belangrijkste genen
Hereditary breast and ovarian cancer (HBOC) BRCA1, BRCA2, CHEK2, PALB2,
ATM
Hereditary non-polyposis colon cancer (HNPCC / MLH1, MSH2, MSH6, PMS2
Lynch)
Familial adenomatous polyposis (FAP) APC (MUTYH)
Familiair melanoom CDKN2A
Li-Fraumeni syndroom TP53
syndromaal
o autosomaal dominant
, PTEN hamartoma tumor syndroom
neurofibromatose type 1
Birt-Hogg-Dubé syndroom
Peutz-Jeghers syndroom
Tubereuze sclerose
o Autosomaal recessief
ataxia telangiectasia
fanconi anemie
Kenmerken
Jongere leeftijd bij diagnose
Meerdere primaire kankers
Bilateraal/multifocaal
Zelfde kanker in familie
Autosomaal dominante overerving
o maar: niet altijd
de novo mutatie
verminderde penetrantie (niet alle dragers zullen het uiten)
o variabele expressie
vb: borst- vs ovariumkanker in BRCA mutatie: bij ene familielid
borstkanker, bij andere familielid ovariumkanker
Hoger risico voor bepaalde typees/combinaties van kanker
Oorzaak
monogene oorzaak
o germline mutatie in 1 gen
o orgaanspecifiek
o soms deel van herkenbaar syndroom
multifactoriële oorzaak
o complexe interactie tussen verschillende genen = polygeen
o EN omgevingsfactoren, levensstijl
Wanneer eraan denken?
≥2 verwanten (1ste of 2de graads) met zelfde kanker
Verschillende dichte verwanten met verwante kankers
o vb: borst- en ovariumkanker
o vb: dikkedarm- en baarmoederslijmvlieskanker
2 familieleden met zelfdezeldzame kanker
vroege leeftijd bij diagnose
bilaterale tumoren
synchrone (op zelfde moment) of opeenvolgende tumoren bij 1 persoon
meerdere primaire tumoren in een ander
orgaanstelsel bij 1 persoon
Penetrantie
= % dragers die kanker ontwikkelen
Leeftijdsafhankelijk
Hoog vs matig vs laag risico
Grafiek