Speelkriebels:
1 Hoofdstuk 10: spelen en spel:
1.2 Vrij spel versus spel met regels = play versus game:
Vrij bewegingsspel: Spel met regels:
Spelidee: flexibel Duidelijke spelidee (speelkriebel)
Spelkader: flexibel Duidelijk spelkader
Spelregels: flexibel Vaste regels
Kleuters kunnen dit zelfstandig Jonge kleuters: begeleiding nodig
Begeleiden kan via de 3V’s Oudere kleuters: sommige oudere kleuters
kunnen eenvoudige spelvormen zelfstandig
spelen
=> flexibel, kan je niet hernemen => kan je steeds hernemen
Veel ruimte voor eigen inbreng => vaak deel van cultuur
Materiaal zorgt ervoor dat het vaak niet helemaal “vrij” is
“Vrij” (bewegings)spel: Spel met regels:
Rollen op rolbord Tikkertje
Fietsen Verstoppertje
Parcours bouwen Touwtjespringen
Hut bouwen 1-2-3-piano
Superheld spelen
Leerdoel: het onderscheid tussen ‘vrij spel’ en ‘spel met regels’ toegepast op
bewegingsspel
1
, 1.2.1 Van vrij bewegingsspel naar bewegingsspel met regels:
Vrij bewegingsspel
Speelse opdrachten:
Speelse opdrachten --> eenvoudige vormen van regelspel
Een speelkriebel (kernidee), zonder dat er verder regels aan toegevoegd
worden
Het is dus de voorloper v/e spel met regels
Bewegingsspel met regels
Van speelse = het kernidee v/e ‘genormeerd spel’ Bv: ‘verstop je zodat ik je niet kan zien’
= geen verdere regels of afspraken Bv: ‘Als de muziek stopt ga je in een
opdrachten: --> 1ste fase bij het aanleren v/e nieuw hoepel staan’
‘genormeerd spel’
Naar spel met regels Aan de speelse opdracht worden stap Bv: “Verstop je zodat ik je niet kan
voor stap regels toegevoegd, zodat we zien. Als ik
stilaan een echt spel spelen… je zie dan zeg ik je naam en kom je bij
Bij sommige spelen met regels: mij
winnaars/ staan en help je de andere kinderen
verliezers zoeken.
winnaar = voert kernidee goed uit Wie kan zich zo goed verbergen dat
verliezer = “ … minder goed…” we je niet
vinden ?”
Bv: “Als de muziek stopt, ga je zo vlug
mogelijk in een hoepel staan. Er zijn
echter 2
hoepels tekort, dus 2
kinderen zullen geen hoepel hebben.”
1.3 De 3 bouwstenen van bewegingsspel:
Het spelidee of de speelkriebel
Het spelkader
De spelregels
De eigenheid v/h spel --> inzicht hierin nodig om geschikt spel voor je kleuterklas te
selecteren (en aan te passen indien nodig)
Leerdoel: de bouwstenen van bewegingsspel: speelkriebel, spelkader en spelregels
2
1 Hoofdstuk 10: spelen en spel:
1.2 Vrij spel versus spel met regels = play versus game:
Vrij bewegingsspel: Spel met regels:
Spelidee: flexibel Duidelijke spelidee (speelkriebel)
Spelkader: flexibel Duidelijk spelkader
Spelregels: flexibel Vaste regels
Kleuters kunnen dit zelfstandig Jonge kleuters: begeleiding nodig
Begeleiden kan via de 3V’s Oudere kleuters: sommige oudere kleuters
kunnen eenvoudige spelvormen zelfstandig
spelen
=> flexibel, kan je niet hernemen => kan je steeds hernemen
Veel ruimte voor eigen inbreng => vaak deel van cultuur
Materiaal zorgt ervoor dat het vaak niet helemaal “vrij” is
“Vrij” (bewegings)spel: Spel met regels:
Rollen op rolbord Tikkertje
Fietsen Verstoppertje
Parcours bouwen Touwtjespringen
Hut bouwen 1-2-3-piano
Superheld spelen
Leerdoel: het onderscheid tussen ‘vrij spel’ en ‘spel met regels’ toegepast op
bewegingsspel
1
, 1.2.1 Van vrij bewegingsspel naar bewegingsspel met regels:
Vrij bewegingsspel
Speelse opdrachten:
Speelse opdrachten --> eenvoudige vormen van regelspel
Een speelkriebel (kernidee), zonder dat er verder regels aan toegevoegd
worden
Het is dus de voorloper v/e spel met regels
Bewegingsspel met regels
Van speelse = het kernidee v/e ‘genormeerd spel’ Bv: ‘verstop je zodat ik je niet kan zien’
= geen verdere regels of afspraken Bv: ‘Als de muziek stopt ga je in een
opdrachten: --> 1ste fase bij het aanleren v/e nieuw hoepel staan’
‘genormeerd spel’
Naar spel met regels Aan de speelse opdracht worden stap Bv: “Verstop je zodat ik je niet kan
voor stap regels toegevoegd, zodat we zien. Als ik
stilaan een echt spel spelen… je zie dan zeg ik je naam en kom je bij
Bij sommige spelen met regels: mij
winnaars/ staan en help je de andere kinderen
verliezers zoeken.
winnaar = voert kernidee goed uit Wie kan zich zo goed verbergen dat
verliezer = “ … minder goed…” we je niet
vinden ?”
Bv: “Als de muziek stopt, ga je zo vlug
mogelijk in een hoepel staan. Er zijn
echter 2
hoepels tekort, dus 2
kinderen zullen geen hoepel hebben.”
1.3 De 3 bouwstenen van bewegingsspel:
Het spelidee of de speelkriebel
Het spelkader
De spelregels
De eigenheid v/h spel --> inzicht hierin nodig om geschikt spel voor je kleuterklas te
selecteren (en aan te passen indien nodig)
Leerdoel: de bouwstenen van bewegingsspel: speelkriebel, spelkader en spelregels
2