ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE
1. KENNISMAKING EN HISTORIEK
1) KENNISMAKING
Ontwikkelingspsychologie = wet studie van patronen van groei,
verandering (vooruit en achteruit) en stabiliteit
Van conceptie tot ouderdom
Verschillende ontwikkelingsdomeinen:
- Fysiek: hersengroei, motorische…
- Cognitief: perceptuele, taal…
- Sociaal – emotioneel: relaties…
Ook biologisch (science)
Ontwikkelingsfasen:
NUANCERING!
I. Prenataal
II. Babytijd Sociale constructies
III. Peuter -en kleutertijd gebaseerd op onderzoek in
IV. Schooltijd WEIRD-samenleving klein
V. Adolescentie stuk v/d wereldbevolking
VI. Opkomende volwassenheid Individuele verschillen
VII. Ouderdom
2) HISTORIEK
Philippe Aries: ontdekking van het kind (17e eeuw):
- Cultuurhistorische studie over kind en kindertijd adhv afbeeldingen
en dagboeken
- Onderscheid kind- volwassene kwantitatief én kwalitatief
- Breuk met middeleeuwen en nieuwe tijd (kind = mini-volwassenen)
Later genuanceerd: geen radicale breuk, maar geleidelijke
verkinderlijking
Nieuwe visie op het kind nieuwe vragen over ontwikkeling van
kinderen met overgangen
Nood aan bijzondere behandeling ontstaan van ≠ visies over
opvoeding en vorming (vooral bij verlichtingsfilosofen)
Verlichtingsfilosofen:
John Locke
- Grondlegger empirisme = zintuigelijke ervaring
- Mens wordt geboren als onbeschreven blad zonder kennis (=
tabula rasa)
, familienamen in vet kennen, data niet kennen, maar ong kunnen situeren
- Kinderen kunnen tot alles gevormd worden
- Verschillen tss mensen door omgevingen en ervaringen (passief)
sterkst in de vroege kinderjaren want geest is meest
kneedbaar
- Doel opvoeding = zelfcontrole verwerven belang van training
en gewoontevorming
- Voorloper behavioristische theorieën
Jean- Jacques Rousseau:
- Nativisme = ontwikkeling, potentieel en talenten ligt al vast bij de
geboorte, waarbij omgeving niet mag storen
Als kinderen verzorgd worden bereiken ze vanzelf hun
potentieel
Als ze frustraties ervaren bij ontwikkeling van aangeboren
goedheid zal de uitkomst negatief zijn
- Kinderen hebben eigen manier van voelen en denken, omdat ze
opgroeien volgens een plan v/d natuur in fasen ≠ capaciteiten
en modaliteiten ontwikkelen bij iedereen op dezelfde manier
- Rol opvoeding is min en moet aangepast worden aan de fase
waarin het kind zit
- Voorloper rijpingstheorieën
3) START WETENSCHAPPELIJKE ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE
Criteria (eind 19e eeuw):
1. Inspirerende/ interessante theoretische ideeën: evolutionair denken en
recapitulatietheorie
Charles Darwin:
- 1859: ‘origin of species’
- Evolutietheorie als verklaring voor ontstaan van soorten
waaronder mens
- Survival of the fittest = enkel goede kenmerken blijven
voortbestaan
- Observatie dat prenatale ontwikkeling bij veel soorten
gelijkaardig verloopt
Ernst Haeckel:
- Verspreidde en populariseerde ideeën van Darwin
- Recapitulatietheorie = ontwikkeling van individuen binnen een
soort (ontogenese) is een versnelde recapitulatie van hoe de
soort zich zelf ontwikkeld heeft (fylogenese)
- Illustraties en tekeningen van embryo’s
,familienamen in vet kennen, data niet kennen, maar ong kunnen situeren
Tekeningen en recapitulatietheorie kloppen niet volledig, maar
heeft wel belang:
Stimuleerde gebruik van systematische observatiemethoden
vr ontwikkeling v/d mens (bio)
Legitimeerde onderzoek doen naar ontwikkeling van
kinderen
Inspiratiebron voor andere grondleggers
2. Empirische mentaliteit:
Ontstaan van babybiografieën = aantekeningen maken over
vorderingen in gedrag van eigen kinderen begin van systematische
observatie, maar nog anekdotisch
William Thierry Preyer
- Gevalsstudie over ontwikkeling van zijn eigen zoon i/d 1e 3 jaar
- Babybiografieën naar een hogere wet. standaard (consistent,
analyses, experimenteel en geordend)
- Mijlpaal in moderne empirische ontw. psycho.
3. Ontwikkeling van geëigende onderzoeksmethoden
Granville stanley Hall:
- 1e gebruik van vragenlijsten (primitief)
- Stichter child study Movement: wet. ond. over ontwikkeling van
kinderen om onderwijs te verbetern
- Gaf aanleiding tot Child study Instituties met eraan gekoppelde
kleuterscholen
1900: reformpedagogiek
= pleidooi voor meer kindgerichte aanpak, Nieuwe School ipv luister
school met leerkracht centraal
Arnold Gesell:
- Llng van Hall
- ‘Father of child development’: bestudeerde heel veel kinderen via
observaties en ouderinterviews
- Normatieve benadering: kijken wat normaal is en wat afwijkt
- Belang voor wetenschappelijke nauwgezetheid
- Gesell Observation Dome: setting voor niet intrusieve (storende)
observaties
- Gesell Observation Schedules
Alfred Binet
, familienamen in vet kennen, data niet kennen, maar ong kunnen situeren
- 1e intelligentietest om te bepalen wie aangepast onderwijs nodig
heeft (leerplicht)
- Stimuleerde interesse in individuele verschillen in intwikkeling
Lewis Terman:
- Paste Binets test aan voor Amerika en breidde die verder uit
- Aanhanger van eugenetica = intelligentietest als middel om te
bepalen wie zich best wel en beter niet voortplant
- Oprichter Genetic Studies of the Genius / Terman Study of the
Gifted: langstlopende longitudinale studie
Gemeenschappelijk doel: groei, verandering en stabiliteit tijdens
kindertijd bestuderen
Ontwikkelde zich verder met nieuwe paradigma’s en meer
statistische methoden
Theorievormen kreeg nieuwe impulsen met meer klemtoon op
opvoeding en ervaringen (pedagogiek en behaviorisme)
Meer aandacht voor context: genetische psychologie
ontwikkelingspsychologie
Tot helft 20e eeuw vooral kindertijd, daarna meer interesse in andere
fasen door andere disciplines:
Sociologie: adolescentie
Geneeskunde: veroudering
Volwassenheid: gerontologie
Deeldisciplines aanvankelijk los van elkaar (kinder –
adolescentiepsychologie), pas recent levensloopperspectief:
Paul Baltes: ontwikkeling is
Levenslang: elke fase is belangrijk
Multidimensioneel: op verschillende domeinen
Multidirectioneel: vooruit en achteruit
Plastisch: aanpassingsvermogen
Beïnvloed door meerdere met elkaar intereagerende krachten
2. THEORETISCHE PERSPECTIEVEN
5 belangrijke 20ste -eeuwse theoretische perspectieven:
1) Genetische psychologie
Eind 19e eeuw (start wet. psycho): verhoogde aandacht voor studie van
ontwikkeling met focus op al aanwezige ‘endogene’ factoren
Omgeving en cultuur was bijrol
Geïnspireerd door nativisme (Rousseau) en evolutionaire theorieën
(Darwin & Haeckel)
, familienamen in vet kennen, data niet kennen, maar ong kunnen situeren
Ontwikkeling volgens vaste reeks stadia met eigen structuur en
kwalitatief patroon van functioneren en interactie tss individu en
omgeving
Hall:
- Grondlegger ontwikkelingspsycho
- Ontogenese als herhaling v/d fylogenese
- Ontwikkelingsfasen = fasen i/d ontwikkeling v/d soort
I. 0-4j: dierlijke voorouders (BV: kruipen)
II. 4-8j: wilden/ jagers
III. 8-12j: prebeschaving, vroege landbouw (
IV. 12-16j: overgang naar moderne beschaving (adolescentie als
periode van storm en stress)
- Ontwikkeling volgens een traject door evolutie van de soort: op
eigen tempo van nature ontvouwen omgeving kan storende
factor zijn
- Rassenhierarchie: bepaalde volkeren in andere delen zijn minder
ontwikkeld
Gesell:
- Llng van Hall
- Nadruk ook op biologische rijping
- Sterkere focus op empirische bevindingen
- Ontwikkeling: doorlopen van reeks stadia gestuurd door de
natuur, maar ingebed in interpersoonlijke relaties
Eriksen:
- Psychoanalyses (verder op Freud)
- Genetisch perspectief, maar oversteeg het: meer
aandacht voor context en sociale instellingen
- Psychosociale ontwikkelingstheorieën: 8 stadia volgens
vast patroon met in elk een op te lossen crisis
- Pionier in levensloopperspectief (voor Baltes)
2) Behaviorisme (begin 20e eeuw) = ontwikkeling is leren en gebeurt via
leerprocessen
Gaat in tegen assumpties v/d genetische psycho
Exogene factoren centraal
Ontwikkeling = passief leren
Klassieke en operante conditionering (Skinner en Pavlov)
, familienamen in vet kennen, data niet kennen, maar ong kunnen situeren
Aanleg wordt gekneed door omgeving
Verloopt continu, gradueel
Geen kwalitatieve verschillen
John B. Watson:
- Evolutionaire ideeën = pseudowetenschap
- Exogene benadering: wetenschap moet enkel kijken naar
waarneembaar gedrag en externe stimuli
- Mens heeft bij geboorte enkel basisreflexen, de rest is resultaat
van ervaring
- Opvoeding extreem belangrijk (persoonlijk)
- Grondlegger van leerprincipes op ontwikkelingsprocessen
- Little Albert experiment: geconditioneerd angst ontwikkelen voor
een
witte rat door die te koppelen aan een hard, angstaanjagend
geluid.
Bandura:
- Leren door gedrag te observeren en imiteren = sociaal leren/
modeling je moet het zelf niet ondervinden om ervan te lezen
- Niet zuiver behavioristisch (eigen gedrag), maar ook cognitief
(anderen imiteren)
- Succesvol imiteren volgens 4 componenten:
I. Aandacht
II. Onthouden
III. Motorisch reproduceren
IV. Motivatie
Bobo doll experiment:
Kind kijkt naar video met pop en volwassenen
CONDITIES:
1. Volwassene toont agressief gedrag tegen pop
2. Volwassenen is niet agressie
3. Geen
Kinderen mochten dan spelen met de pop
RESULTATEN:
1. Speelden agressiever met de pop dan in 2 en 3 (sterker effect bij =
geslacht)
3) Cognitieve informatieverwerkingstheorie