vrijdag 13 februari 2026 9:31
Epithelen
FUNCTIES • Beschermen van het onderliggende weefsel
○ Bedekken lichaamsoppervlak (opperhuid)
○ Lijnen lichaamsholten en kanalen af: lumen wordt afgelijnd door epitheel
= bedekkende epithelen
DOOR meerdere cellagen en/ of hoornlaag (bescherming) + intercellulaire verbindingen
(ondoordringbaarheid)
• Regulatie van de opname en afgifte van stoffen vb. specifiek epitheel van de dunne darm
• Vormt klieren: stoffen aanmaken
= klierepitheel, dus kliercellen zijn een vorm van epithelen
Gespecialiseerde epitheliale weefsel (functie en ligging)
vb. Zintuigen, long: diffusie tussen lucht en bloed, dus dun epitheel van slechts 1 laag
Epithelen bestaan uit 1 of meerdere lagen epitheelcellen (GEEN eencelligen)
= nauw aansluitende laag van dicht opeengepakte cellen
→ Weinig ruimte tussen cellen = weinig extracellulaire matrix (wel kan water er doorheen)
○ LM: aaneengesloten cellen
○ EM: kleine spleten (20- 50nm) tussen cellen gevuld met interstitiële vloeistof
Interstitiële vloeistof: diffusie voor afvoeren afvalstoffen en voedingsstoffen opnemen
WANT in epitheelweefsel geen bloedvaten, wel in bindweefsel
→ Epitheel is afhankelijk van diffusie van zuurstof en voedingsstoffen uit onderliggende weefsels
+ diffusie via haarvaatjes
+ doorheen basaalmembraan= verbinding tussen epitheel en bindweefsel
Epitheel= avasculair en bijna volledige cellullair (weinig of geen intercellulaire matrix) aggregaat van cellen die
gespecialiseerd zijn in absorberende, secretorische, beschermende of sensorische activiteiten
Chemische of fysische beschadigingen
Celdelingen of proliferatie (mitose, hoe meer mitose, hoe hoger de mitotische index = verhouding
delende/ niet- delende cellen)
Celproliferatie in darmcrypte van een muis
Delende cellen zitten ver weg van de beschadigde cellen: in stamcelniches of basale lagen
Vb. in de luchtpijp: tegen het basaalmembraan liggen basale vervangcellen die kunnen differentiëren
+ onder bepaalde omstandigheden kan een epitheeltype zich omvormen tot een ander type
= metaplasie
Vb. door extra wrijving wordt respiratorisch epitheel omgezet naar verhoornd plaveiselepitheel
EPITHEELCEL (allemaal te kennen!)
Verschillende kanten: aan het oppervlak, aan bindweefsel en 2 laterale kanten naast cellen
1. Cytoskelet: keratine
→ Cytoskelet van cellen= versteviging van de cel, vorm
Histologie Pagina 1
, → Cytoskelet van cellen= versteviging van de cel, vorm
○ Keratine- eiwitten worden door alle epitheelcellen geproduceerd
○ Specifiek type (50-tal in totaal) in specifieke epitheelcel
→ Epitheeltype herkennen adhv keratine-type
○ Keratine-eiwitten vormen intermediaire filamenten die zorgen voor de stevigheid van de cel
○ Filamenten zijn belangrijk voor keratinisering en verhoorning
Intermediaire filamenten kunnen verenigen tot fibrillen van verschillende diameter
Tumor: ongeremde celgroei door genetische afwijkingen in de cellen
→ Nodig te weten van welke cel deze afkomstig is vb. spiercellen,…
2. Epitheelcellen zijn gepolariseerd:
Apicale, basale (van basaalmembraan) en laterale domeinen zijn functioneel verschillend !
Deel van de cel die in contact komt met het lumen van een orgaan of met de buitenwereld
→ Apicale kant
→ Microvilli (oppervlaktevergroting)
Eigenschappen laterale en basale kant gelijkaardig: 'basolaterale kant'
Op plaats van zonula occludens (tight junctions): apicale domein gescheiden van basolateraal domein
1) Celpolariteit: de apicale kant
→ Eiwitten voor uitwisseling van water, elektrolieten en moleculen met omgeving
Oppervlaktespecialisaties (steeds ondersteund door elementen vh cytoskelet):
→ Microvilli (dunne darm)
○ 1µm langer: niet te zien als een afzonderlijke structuur met de LM
○ Allemaal even groot
○ Langgerekte structuur
○ Diameter van 80nm
○ Oppervlaktevergroting van het apicale celmembraan: makkelijk en meer stoffen opnemen door
vergroting contactoppervlakte
Actinefilamenten: ter steun van de langgerekte structuren
+ aan de uiteindes: eiwitten die de actinefilamenten in bundels verankeren
+ actinefilamenten reiken tot ccytoplasma vd cel
+ worden verankerd in netwerk van corticale filamenten (=terminaal web) in zonula adherens
→ glycocalyx (ook oppervlaktespecialisatie)
koolhydraatketens van membraaneiwitten en -lipiden die uitsteken en een laagje vormen rond microvilli
○ PAS-kleuring: adhv glycocalyx de microvilli zichtbaar maken (membraan wordt roze gekleurd)
○ Staafjeszoom= hele laag microvilli die niet afzonderlijk te onderscheiden zijn
(= specifieke term voor LM)
Vb. in darm meest uitgesproken glycocaalyx: vertering eiwitten
Histologie Pagina 2