De cyclus van gedragsobservatie
- Een goede gedragsstudie bevat:
Objectief: gedrag wordt beschreven in observeerbare termen en niet in
vage interpretaties
Reproduceerbaar: anderen kunnen de studie op vergelijkbare wijze
opnieuw uitvoeren
Doelgericht: observaties zijn afgestemd op correcte onderzoeksvraag
1. Vraag formuleren: welk probleem of verschijnsel wil je onderzoeken
2. Hypothesen formuleren: welke verklaringen zijn er
3. Voorspellingen afleiden: wat verwacht je dan concreet te zien in de data
4. Gedragsvariabelen kiezen: welke gedragingen of maten zijn er nodig om je
voorspellingen te toetsen
5. Registratiemethoden kiezen: wie, wat en hoe ga je observeren
6. Voorbereidende observaties uitvoeren: verkenning, bijsturing en
haalbaarheid testen
7. Data verzameling: observaties uitvoeren volgens protocol
8. Data-analyse: patronen beschrijven en hypothese toetsen
Van onderzoeksvraag naar hypothesen en voorspellingen
- Onderzoeksvraag
Stuurt het volledige proces
Duidelijk, afgebakend en onderzoekbaar
Welke dieren, welke context het gedrag onderzocht en welk aspect van
gedrag centraal staat
- Hypothese formuleren
Voorlopig, toetsbare verklaring voor een verschijnsel
Waarom 2 zaken samenhangen en waarom dat zou kunnen zijn
Zinvol om meerdere te hebben, zelf tegengestelde
- Voorspellingen afleiden
Vertaalt hypothese naar concrete, meetbare verwachtingen
Duidelijk welke data je nodig hebt
Helpen onderscheid te maken tussen concurrerende hypothesen
Hoe concreter en specifieker = hoe kleiner de kans op uiteenlopende
resultaten
, Gedragsvariabelen kiezen en voorbereidende observaties
- Gedragsvariabelen selecteren: gedragingen die rechtstreeks nodig zijn om
je onderzoeksvraag te beantwoorden
Relevant: variabelen sluiten aan bij hypothese en voorspellingen
Afgebakend: elke variabele kan duidelijk herkend en geregistreerd
worden
Haalbaar: variabelen kunnen correct gescoord worden door observator
binnen voorziene tijd
- Voorbereidende = preliminaire observaties
Verkennende observaties die plaatsvinden voor de eigenlijk
dataverzameling
Meerdere functies afh. Van fase waarin ze worden ingezet
Onderzoeker vertrouwd maken met diersoort en gedrag dat in
gekozen context voorkomt
Helpen met onderzoeksvraag en gedragsdefinities bij te sturen
Ingezet om praktische haalbaarheid van observatieprotocool
testen
Belangrijk als soort specifieke gedrag nog onvoldoende bekend is + bij
goed bestudeerde diersoorten kunnen context en huisvesting
gedragingen beïnvloeden
Alle zichtbare gedragingen worden genoteerd + of die gedragingen
voldoende duidelijk van elkaar te onderscheiden zijn, of ze vaak genoeg
voorkomen om te kunnen meten met gekozen regristratiemethode en
of de observatieomstaigheden geschikt zijn
Het ethogram
- Inventaris van gedragingen met duidelijke definities
- Instrument waarmee je bepaalt wat als afzonderlijk gedrag wordt herkend
en hoe dat gedrag benoemd wordt
- Species ethogram: volledige gedragsrepertoire van een diersoort lijst
met alle gekende gedragingen van de betrokken diersoort
- Experimenteel ethogram: enkel gedragingen die voor jouw
onderzoeksvraag relevant zijn
Mutueel exclusief
Observator noteert slechts 1 gedrag op elk observatiemoment
Keuze voor welk gedrag is gebaseerd op vooraf gestelde regels
meest relevante of meest informatieve gedrag in functie voor
onderzoeksvraag
Gedragingen duidelijk en ondubbelzinnig definities mogen niet
overlappen en moeten observator helpen om gedragingen van
elkaar te onderscheiden
Exhaustief
Elk gedrag dat dier vertoont tijdens observatie kan worden
geregistreerd met behulp van ethogram
Anders onvolledige en moeilijk interpreteerbare gegevens
daarom restcategorie aanwezig