,Inhoudsopgave
Inzicht 1 Het werkgeheugen heeft een beperkte capaciteit ............................................................. 3
Inzicht 2 De expert denkt anders dan de beginner ........................................................................... 4
Inzicht 3 Generieke vaardigheden aanleren .................................................................................... 5
Inzicht 4 Leren of presenteren........................................................................................................ 6
Bouwsteen 1 Activeer relevante voorkennis ................................................................................... 7
Bouwsteen 2,3,4 Geef duidelijke instructie, i.c.m. gebruik van voorbeelden en combineren woord en
beeld ............................................................................................................................................ 8
Bouwsteen 5 Laat leerstof actief verwerken ................................................................................. 11
Bouwsteen 6 Achterhaal of de hele klas het begrepen heeft .......................................................... 13
Bouwsteen 7 Ondersteun bij moeilijke opdrachten ....................................................................... 15
Bouwsteen 8 Spreid oefening in de tijd ......................................................................................... 17
Bouwsteen 9 Zorg voor afwisseling in oefentypes ......................................................................... 20
Bouwsteen 10 Gebruik toetsing als leerstrategie .......................................................................... 21
Bouwsteen 11 Geef feedback die aan het denken zet .................................................................... 23
Bouwsteen 12 Laat je leerling effectief leren ................................................................................ 24
Formatief handelen: globale planning/lesplanning ....................................................................... 26
Formatief handelen: kwaliteitsbesef ............................................................................................ 26
Passend en inclusief onderwijs.................................................................................................... 27
Pedagogiek ................................................................................................................................. 28
Klassenmanagement .................................................................................................................. 29
Motivatie .................................................................................................................................... 32
Leermentaliteit ........................................................................................................................... 35
Didactisch pedagogisch handelen ............................................................................................... 36
Kwaliteitscriteria leren en lesgeven ............................................................................................. 37
2
,Inzicht 1 Het werkgeheugen heeft een beperkte capaciteit
Het geheugen heeft drie onderdelen:
- Sensorisch of zintuigelijk geheugen: ervaringen uit de omgeving. Kan kort worden
vastgehouden. De meest relevan9e informa9e wordt verwerkt in het werkgeheugen, dus niet
alles. A<ankelijk van moment.
- Werkgeheugen: denken en bewustzijn. We kunnen niet aan veel dingen tegelijk denken. 2-6
nieuwe elementen kunnen we verwerken. Beperkte hoeveelheden naar lange termijn.
- Lange termijn geheugen: opslagtank. Onbeperkte capaciteit en duur. Verzameling van
kennisschema’s. Hoe groter reservoir, hoe meer informa9e in lange termijn geheugen, hoe
meer herkenbaar, hoe beter we er nieuwe informa9e aan kunnen koppelen.
Maximale capaciteit van werkgeheugen = mentale bandbreedte. Als deze wordt overschreden dan
stopt het leren. Volgens de cognitieve belastingtheorie (John Sweller) kan de mentale bandbreedte
opgevuld worden met 2 soorten belasting:
- Intrinsieke belas;ng: complexiteit van het te leren onderwerp zelf. Hoe meer nieuwe
elementen, hoe complexer.
- Extrinsieke belas;ng: niet de inhoud van de stof, maar de instruc9e. Minder effec9eve
didac9ek, zoals afleidende achtergrondgeluiden bijv.
Als de cognitieve belasting te hoog wordt, belemmert dit het leren en de vertaling naar nieuwe
situaties.
Leren bevorderen = extrinsieke belasting minimaliseren. Cognitieve capaciteit kan worden
geoptimaliseerd.
De capaciteit van het werkgeheugen niet overbelasten, maar wel optimaal gebruik van maken.
Handelen leerkracht:
- Voortbouwen op aanwezige voorkennis
- Het aanbieden van nieuwe leerstof in gestructureerde beheersbare delen
- Het leren van voorbeelden
- Het combineren van woord en beeld
- Het ondersteunen bij moeilijke opdrachten
- Minimaliseren van afleidende achtergrondgeluiden, plaatjes etc.
- Helpt leerlingen informa9e effec9ef te verwerken en te onthouden. Vermijdt overbelas9ng in
werkgeheugen. Zorgt dat kennis beter toepasbaar is in nieuwe situa9es.
3
,Inzicht 2 De expert denkt anders dan de beginner
Instructie is interactie tussen iemand die iets al weet (expert) en iemand die iets nog niet weet
(beginner).
Leren lijkt natuurlijk te gaan = biologisch of evolutionair primair leren.
Via onderwijs culturele elementen door geven uit onze maatschappij, zoals wiskunde, kunst,
natuurkunde voor de volgende generatie. Dit is biologisch of evolutionair secondair leren.
De expert heeft rijke cognitieve schema’s (voorkennis) om nieuwe leerstof meteen aan te koppelen.
Een beginner kan het vaak niet aan bestaande kennis koppelen, waardoor de opslag moeilijker is.
Wat je weet bepaalt wat je ziet.
Verschil informatie en kennis en vaardigheid:
Informatie staat in een boek. Kennis is al verwerkte informatie. Vaardigheid is vlekkeloos toegepaste
kennis.
Soorten kennis:
- Declara;eve kennis: weten wat. Kennis van feiten en concepten. Zoals namen, formules,
kenmerken.
- Procedurele kennis: weten hoe en wanneer je procedures, methoden, theorieën moet
toepassen. Zoals vergelijkingen oplossen.
- Metacogni;eve kennis: het is kennis over hoe we zelf denken en hoe we leren.
Leraar moet beschikken over:
- Vakkennis: exper9se
- Vakdidac;sche kennis: is de kennis over de wijze waarop het vak of onderwerp moet worden
onderwezen.
- Pedagogisch-didac;sche kennis: kennis van effec9eve onderwijsmethoden en soorten
didac9ek. Weten wanneer bepaalde werkvorm moet inzeYen.
Stof op juiste manier in te schatten en over brengen.
Handelen leerkracht:
- Voorkennis ac9veren: door testje, wisbordjes of vraag
- Stap voor stap nieuwe stof aanbieden
- Nieuwe leerstof koppelen aan bestaande kennis. Wat weten ze al over dit onderwerp?
- Zorgen dat leerlingen niet alleen feiten leren, maar ook blijven herhalen en kunnen
toepassen in prak9sche situa9es.
- Afstemmen van instruc9e op niveau leerlingen: differen9a9e
- Bewustzijn van leerprocessen leerlingen. Waar staat iedereen?
4
,Inzicht 3 Generieke vaardigheden aanleren
Naast kennis, zijn vaardigheden aanleren ook belangrijk. Zoals kritisch denken, probleem oplossen,
communiceren en samenwerken. Dit zijn generieke vaardigheden. Belangrijk om kinderen voor te
bereiden als zelfstandige, kritische, verantwoordelijke mensen in de samenleving.
4 generieke vaardigheden:
- Kri9sch denken
- Leesstrategieën
- Studeervaardigheden
- Probleemoplossende vaardigheden
Het is niet als je A hebt geleerd, dat daar B automatisch uit volgt. Zoals een leerling die leert
programmeren, leert niet automatisch beter probleemoplossend denken.
Er is een groot verschil tussen het doel en het middel om dat doel te bereiken.
Het is lastig om vaardigheden over te brengen naar een andere context waar je geen kennis hebt van
die andere context.
Goede instructie en modelleren (voorbeeld) en metacognitie (Nadenken over je eigen denken)
maakt het overbrengen van vaardigheden mogelijk.
Diepgaande kennis en begrip is de grondstof waarmee je vaardigheden toepast en ontwikkelt.
Zonder basiskennis is het moeilijk om belangrijke vaardigheden te stimuleren.
Handelen leerkracht:
- Onderscheid maken tussen kennisdoelen en vaardigheidsdoelen.
- Voorbeeld geven en modeleren. Stap voor stap je denkproces laten zien.
- Oefenen in verschillende contexten. Ac9viteiten waarin leerlingen vaardigheden kunnen
toepassen in verschillende situa9es.
- Reflec9e en evalua9e van aanpak en vaardigheden
- Leerlingen s9muleren om na te denken over hun eigen leren. Hoe heb je dit opgelost? Keuzes
verantwoorden. Metacogni9eve strategieën integreren.
- Feedback gericht op vaardigheden. Procesgericht niet alleen resultaatgericht. Benoemen wat
goed ging, maar ook waar verbeteringen mogelijk zijn.
- Ac9ef vaardigheden modeleren, oefenen en reflec9e s9muleren.
5
, Inzicht 4 Leren of presenteren
Onderscheid tussen leren (lange termijn) en presteren (korte termijn). Wanneer leerlingen leren
vergelijkingen oplossen, willen we ook dat ze dat effectief kunnen (prestatie). We willen dat
leerlingen deze stof over een paar weken nog steeds beheersen (leren).
Snel of onmiddellijk presteren in de les leidt niet altijd tot leren op lange termijn.
Prestaties tijdens de les blijken dus geen perfecte indicator om te zien hoe effectief leerlingen echt
leren. Foutloos oefenen is geen garantie voor succes op lange termijn.
Volgens Bjork is het goed om werkvormen te gebruiken waarbij het leren bewust moeilijker wordt
gemaakt, en dus wordt vertraagd. Dit zijn wenselijke moeilijkheden. Zoals het spreiden van
oefenmomenten, in plaats van alle oefeningen te maken op 1 moment. Dat is harder na denken om
zich iets te herinneren, waardoor het op de lange termijn beter zal onthouden worden.
Wenselijke moeilijkheden zijn wenselijk omdat ze het herinneringsproces stimuleren. Maar als de
leerlingen niet de nodige voorkennis of vaardigheden heeft om succesvol te reageren op de
moeilijkheden, dan worden de moeilijkheden onwenselijk en wordt de cognitieve belasting
overschreden.
Voorbeelden van wenselijke moeilijkheden:
- Verspreid oefenen, drie keer een halfuurtje gespreid over de dagen
- Afwisselen van soorten oefeningen
- Testen ipv passievere herlezen, zoals oefentoetsen of quizjes
- Plannen van herhaalopdrachten in latere lessen
- Regelma9g blijven. Oefenen voor het leren op lange termijn en niet te vergeten
Handelen leerkracht:
- Niet alleen richYen op directe presta9es, maar het ontwerpen van een leerproces waarbij
kennis en vaardigheden worden opgeslagen in het lange termijn geheugen.
- Dit kan worden gedaan door wenselijke moeilijkheden aan te bieden: verspreid oefenen,
afwisselen oefeningen, testen, quizjes.
6