Hoofdstuk 2: Bindweefsel
1. Inleiding
Mechanische functie: steun
Belangrijkste bestanddeel = extracellulaire ruimte, die bestaat uit:
- Vezels
- Grondsubstantie
- Weefselvloeistof
2. Vezels
Twee hoofdtypen: collagene vezels (+ reticulaire vezels (speciale vorm van
collagene vezels) en elastische vezels
Collageen en elastine: ongelijke eigenschappen, domineren van één van
beide -> bepalend voor karakter
2.1 Collageen
30% van het droge gewicht = collageen
Op grond van chemische samenstelling: collageentype I, II, III, IV, V
Belangrijkste aminozuren:
- 33,5% glycine
- 12% proline
- 10% hydroxypoline
- Lysine
Eiwiteenheid: tropocollageen
- 3 polypeptide-subeenheden (tripelhelix)
Twee typen: a1 (I-II-III: zeer lange fibrillen - IV-V: amorf-korrelige lag) en a 2
2.1.1 Collagene vezels
Meest voorkomend
Niet elastisch
Grote trekvastheid
Lange, onvertakte fibrillen (20-200nm)
Vaak golvend of gekronkeld verloop
Soms grotere bundels
2.1.2 Reticulaire vezels
Dunne vezels (soms netwerk)
Bijzondere vorm van collagene vezels
Associatie van collageen type III met glycoproteïne en proteoglycanen
Zorgt voor steun aan de cellen van het beenmerg en lymfoïde organen
Bij embryogenese, ontstekingen en wondgezing -> tijdelijke vezels
gevormd (reticulaire vezels) -> reguliere collagene vezels
, 2.2 Elastine
Geeft mee aan trekkracht
Elastine -> gevensterde membranen (bloedvaten)
Secretie: pro-elastine (globulair eiwit) -> polymerisatie
Az: proline-glycine (vgl. Met collageen) meer valine en alanine
Desmosine (alleen elastine)
Elastische vezels:
Dunnen -strakkender verlopend dan collageen
Vormen netwerk
Geen dwarse bandtekening als collageen
Aanwezigheid elastische vezels -> wand van bloedvaten : draag bij aan
doelmatigheid van het systeem voor de bloedcirculatie
Veel bindweefsel -> elastisch netwerk -> tussen trekvaste collagene vezels ->
toch vervormbaar:
- Collagene vezels pas na weefselexpansie strak
- Collagene vezels niet door echte vertakkingen samenhangen ->
verschuiven – belangrijk voor het terugbrengen van oorspronkelijke
vorm
Elastische vezels bestaan uit:
Amorfe centrale massa (elastine)
Omgeven door een schede van 10nm dikke tubulaire micro-fibrillen
Vorming elastische vezels: tubulaire fibrillen ontstaan -> vormen matrix (elastine
verzameling) -> elastine neemt gebied in (afgebakend door tubulaire
microfibrillen)
1. Inleiding
Mechanische functie: steun
Belangrijkste bestanddeel = extracellulaire ruimte, die bestaat uit:
- Vezels
- Grondsubstantie
- Weefselvloeistof
2. Vezels
Twee hoofdtypen: collagene vezels (+ reticulaire vezels (speciale vorm van
collagene vezels) en elastische vezels
Collageen en elastine: ongelijke eigenschappen, domineren van één van
beide -> bepalend voor karakter
2.1 Collageen
30% van het droge gewicht = collageen
Op grond van chemische samenstelling: collageentype I, II, III, IV, V
Belangrijkste aminozuren:
- 33,5% glycine
- 12% proline
- 10% hydroxypoline
- Lysine
Eiwiteenheid: tropocollageen
- 3 polypeptide-subeenheden (tripelhelix)
Twee typen: a1 (I-II-III: zeer lange fibrillen - IV-V: amorf-korrelige lag) en a 2
2.1.1 Collagene vezels
Meest voorkomend
Niet elastisch
Grote trekvastheid
Lange, onvertakte fibrillen (20-200nm)
Vaak golvend of gekronkeld verloop
Soms grotere bundels
2.1.2 Reticulaire vezels
Dunne vezels (soms netwerk)
Bijzondere vorm van collagene vezels
Associatie van collageen type III met glycoproteïne en proteoglycanen
Zorgt voor steun aan de cellen van het beenmerg en lymfoïde organen
Bij embryogenese, ontstekingen en wondgezing -> tijdelijke vezels
gevormd (reticulaire vezels) -> reguliere collagene vezels
, 2.2 Elastine
Geeft mee aan trekkracht
Elastine -> gevensterde membranen (bloedvaten)
Secretie: pro-elastine (globulair eiwit) -> polymerisatie
Az: proline-glycine (vgl. Met collageen) meer valine en alanine
Desmosine (alleen elastine)
Elastische vezels:
Dunnen -strakkender verlopend dan collageen
Vormen netwerk
Geen dwarse bandtekening als collageen
Aanwezigheid elastische vezels -> wand van bloedvaten : draag bij aan
doelmatigheid van het systeem voor de bloedcirculatie
Veel bindweefsel -> elastisch netwerk -> tussen trekvaste collagene vezels ->
toch vervormbaar:
- Collagene vezels pas na weefselexpansie strak
- Collagene vezels niet door echte vertakkingen samenhangen ->
verschuiven – belangrijk voor het terugbrengen van oorspronkelijke
vorm
Elastische vezels bestaan uit:
Amorfe centrale massa (elastine)
Omgeven door een schede van 10nm dikke tubulaire micro-fibrillen
Vorming elastische vezels: tubulaire fibrillen ontstaan -> vormen matrix (elastine
verzameling) -> elastine neemt gebied in (afgebakend door tubulaire
microfibrillen)