Hoofdstuk 4: De cel gestuurd vanuit de kern: de eiwitsynthese
1. De structuur van een gen
Genen liggen in/op de chromosomen
Chromosomen: eiwitten + DNA
DNA moleculen: bouwstenen = nucleotiden
l> bouw nucleotiden: desoxyribose + fosfaatgroep + N-base
4 soorten nucleotiden: adenine, guanince, cytosine en thymine
- A en G -> dubbele ringstructuur
- C en T -> enkele ringstructuur
Structuurmodel van Watson en Crick:
DNA-molecule -> duplexstructuur (vgl. touwladder)
De N-base zijn verbonden met elkaar door middel van H-bruggen
Rangschikking N-basen: drie ringstructuren (dus: A en T, C en G)
DNA bevat erf inf. die in kopieën kan doorgegeven worden
Informatie: verschuild in de volgorde van de 4 nucleotiden
Probleem genetische replicatie: hoe nieuwe nucleotiden in precies
dezelfde volgorde worden ingebouwd
Verbreken H-bruggen -> 2 losse strengen -> genoeg informatie voor
complement in te bouwen
Eindresultaat: twee complete dubbele strengen = het orginele model
2. De hypothese van één gen/één enzym
Nauw verband tussen genen en enzymen
Conclusie onderzoek: elk enzym staat onder controle van één enkel gen ->
betrekking op 1 gen alleen/één polypeptide!!!
Sommige eiwitten: 2 of meer verschillende polypetideketens -> elk keten
wordt afzonderlijk bepaald door een eigen gen
3. De synthese van eiwitten
Eiwitten = lange polymeren (ketens van aminozuren) + 20 verschillende
aminozuren met een bepaalde volgorde
Hoe wordt de informatie uit de kern naar de ribosomen overgebracht?
- Transcriptie van DNA naar mRNA
- Eiwitsynthese op ribosomen
- Translatie met tRNA
3.1 transcriptie van DNA en RNA
, RNA komt zowel in de kern als in het cytoplasma voor
RNA wordt in de kern opgebouwd en gaat vervolgens naar het cytoplasma
-> RNA = chemische boodschapper (DNA (celkern) naar ribosomen
(celplasma)
RNA heeft qua structuur 3 verschillen met DNA:
1. RNA bevat als suiker ribose en niet desoxyribose
2. RNA bevat als N-base uracil in plaats van thymine
3. RNA bestaat bijna altijd uit één en niet uit twee strengen
Gemeenschappelijk: de ene kan gemakkelijk als matrijs dienen voor de
ander
Transcriptie: proces waarbij DNA-taal wordt omgezet in RNA
- 2 strengen van een DNA-moleculen kunnen uiteengaan
- Tegen één streng kan RNA opgebouwd worden met behulp van het
enzym RNA-polymerase
- Adenine wordt gekoppeld met uracil
- Thymine wordt gekoppeld met adenine
- Guanine word gekoppeld met cytosine
- Cytosine wordt gekoppeld met guanine
- Na transcriptie: nieuwe mRNA (messenger) verplaatst naar het
cytoplasma
Elke mRNA-molecule wordt opgebouwd als een kopie van een gen uit het
chromosoom
1. De structuur van een gen
Genen liggen in/op de chromosomen
Chromosomen: eiwitten + DNA
DNA moleculen: bouwstenen = nucleotiden
l> bouw nucleotiden: desoxyribose + fosfaatgroep + N-base
4 soorten nucleotiden: adenine, guanince, cytosine en thymine
- A en G -> dubbele ringstructuur
- C en T -> enkele ringstructuur
Structuurmodel van Watson en Crick:
DNA-molecule -> duplexstructuur (vgl. touwladder)
De N-base zijn verbonden met elkaar door middel van H-bruggen
Rangschikking N-basen: drie ringstructuren (dus: A en T, C en G)
DNA bevat erf inf. die in kopieën kan doorgegeven worden
Informatie: verschuild in de volgorde van de 4 nucleotiden
Probleem genetische replicatie: hoe nieuwe nucleotiden in precies
dezelfde volgorde worden ingebouwd
Verbreken H-bruggen -> 2 losse strengen -> genoeg informatie voor
complement in te bouwen
Eindresultaat: twee complete dubbele strengen = het orginele model
2. De hypothese van één gen/één enzym
Nauw verband tussen genen en enzymen
Conclusie onderzoek: elk enzym staat onder controle van één enkel gen ->
betrekking op 1 gen alleen/één polypeptide!!!
Sommige eiwitten: 2 of meer verschillende polypetideketens -> elk keten
wordt afzonderlijk bepaald door een eigen gen
3. De synthese van eiwitten
Eiwitten = lange polymeren (ketens van aminozuren) + 20 verschillende
aminozuren met een bepaalde volgorde
Hoe wordt de informatie uit de kern naar de ribosomen overgebracht?
- Transcriptie van DNA naar mRNA
- Eiwitsynthese op ribosomen
- Translatie met tRNA
3.1 transcriptie van DNA en RNA
, RNA komt zowel in de kern als in het cytoplasma voor
RNA wordt in de kern opgebouwd en gaat vervolgens naar het cytoplasma
-> RNA = chemische boodschapper (DNA (celkern) naar ribosomen
(celplasma)
RNA heeft qua structuur 3 verschillen met DNA:
1. RNA bevat als suiker ribose en niet desoxyribose
2. RNA bevat als N-base uracil in plaats van thymine
3. RNA bestaat bijna altijd uit één en niet uit twee strengen
Gemeenschappelijk: de ene kan gemakkelijk als matrijs dienen voor de
ander
Transcriptie: proces waarbij DNA-taal wordt omgezet in RNA
- 2 strengen van een DNA-moleculen kunnen uiteengaan
- Tegen één streng kan RNA opgebouwd worden met behulp van het
enzym RNA-polymerase
- Adenine wordt gekoppeld met uracil
- Thymine wordt gekoppeld met adenine
- Guanine word gekoppeld met cytosine
- Cytosine wordt gekoppeld met guanine
- Na transcriptie: nieuwe mRNA (messenger) verplaatst naar het
cytoplasma
Elke mRNA-molecule wordt opgebouwd als een kopie van een gen uit het
chromosoom