Cytologie en Histologie
Aan de intercellulaire ruimte: celjuncties, junctionele complexen:
Zonula occludens
Functie: zorgt voor hechtingen in de cel en zorgt voor genoeg
mobiliteit/flexibiliteit in de cel
Vb: darmen als je ouder wordt
Gordelvormig rond cel
Sluit intercellulaire speelt af tegen een lumen (bv: darmlumen)
Puntvormige contacten tussen de buitenbladen van celmembranen
Vertonen een zeer grote plasticiteit -> globulaire proteïnen
Afh. van functie -> hechting steviger of losser
Zonula adhaerens
Zit lager in de cel dan zonula occludens
Er zitten complexere eiwitten tussen de twee celmembranen en ze zijn
gekoppeld aan het cytoskelet
De groene structuren (zie pwp) zijn aan elkaar gehaakt (haakeiwitten)
Functie: zorgen voor tractie tussen twee componenten
Macula adhearens (desmosoom)
Bevat 2 globulaire proteïnen aan de binnenzijde van de cel , eiwitten
tussen de twee celmembranen (glycoproteïnen
De globularie proteïnen hechten aan het cytoskelet (= verzameling van
microtubili)
Sterke hechtingen
Vergelijken met knopen die op kledingstukken zijn genaaid
Hemidesmosomen
= halve desmosomen
Komen voor: basale zijde waar epitheelcellen op onderliggend bindweefsel
rusten
Functie: knopvormige connectoren tussen het cytoskelet -> verspreiden
van mechanische kracht over het hele weefsel (passieve wijze)
Nexus (gap junction)
Bestaat uit twee hemikanalen (connexines) -> koppelen aan elkaar
Elk connexine is opgebouwd uit 6 connexine-eiwitten die samen een ring
vormen met een centrale porie
Functie: intercellulaire communicatie
Vb: hartfalen -> doordat hemiconnexonen vinden elkaar niet -> stapeling
van moleculaire verbindingen in de cel -> ontlading -> ritmestoornissen -
> cel kan niet sterk genoeg contraheren -> verminderende functie in het
hart
Transport door de celmembraan
1. Diffusie
2. Transporteiwitten
Aan de intercellulaire ruimte: celjuncties, junctionele complexen:
Zonula occludens
Functie: zorgt voor hechtingen in de cel en zorgt voor genoeg
mobiliteit/flexibiliteit in de cel
Vb: darmen als je ouder wordt
Gordelvormig rond cel
Sluit intercellulaire speelt af tegen een lumen (bv: darmlumen)
Puntvormige contacten tussen de buitenbladen van celmembranen
Vertonen een zeer grote plasticiteit -> globulaire proteïnen
Afh. van functie -> hechting steviger of losser
Zonula adhaerens
Zit lager in de cel dan zonula occludens
Er zitten complexere eiwitten tussen de twee celmembranen en ze zijn
gekoppeld aan het cytoskelet
De groene structuren (zie pwp) zijn aan elkaar gehaakt (haakeiwitten)
Functie: zorgen voor tractie tussen twee componenten
Macula adhearens (desmosoom)
Bevat 2 globulaire proteïnen aan de binnenzijde van de cel , eiwitten
tussen de twee celmembranen (glycoproteïnen
De globularie proteïnen hechten aan het cytoskelet (= verzameling van
microtubili)
Sterke hechtingen
Vergelijken met knopen die op kledingstukken zijn genaaid
Hemidesmosomen
= halve desmosomen
Komen voor: basale zijde waar epitheelcellen op onderliggend bindweefsel
rusten
Functie: knopvormige connectoren tussen het cytoskelet -> verspreiden
van mechanische kracht over het hele weefsel (passieve wijze)
Nexus (gap junction)
Bestaat uit twee hemikanalen (connexines) -> koppelen aan elkaar
Elk connexine is opgebouwd uit 6 connexine-eiwitten die samen een ring
vormen met een centrale porie
Functie: intercellulaire communicatie
Vb: hartfalen -> doordat hemiconnexonen vinden elkaar niet -> stapeling
van moleculaire verbindingen in de cel -> ontlading -> ritmestoornissen -
> cel kan niet sterk genoeg contraheren -> verminderende functie in het
hart
Transport door de celmembraan
1. Diffusie
2. Transporteiwitten