Hoofdstuk 4: Medicalisering en farmaceuticalisering:
Michiel Foucault:
Artsenfamilie
Bourgeoisie
Politiek/filosoof activist: hij zette zich in voor de maatschappij
Vroegtijdige overleden (AIDS)
Belangrijkste werken: histoire de la folie, naissance de la clinque (midden
18e eeuw), naissance sur la biopolitique …
Hij is geïnteresseerd in de verstrengeling van politiek met gezondheid en
de abnormale mens
Homoseksueel -> werd als een ziekte beschouwd (tot jaren 70)
Inspiratiebron = Nietzsche (hij zei god is dood, en wij hebben hem
vermoord (niet letterlijk), god = gaf betekenis/zin aan ons leven, Faucault
zegt niet alleen god is dood, maar de mens is dood – de normale mens is
dood, we spreken over de mens die steeds zelfbetekenissen moet geven)
Inleidend kader: samenleving en gezondheid:
Hoe is gezondheid een centraal thema binnen moderne samenleving
geworden?
Hoe is de samenleving in de geschiedenis geëvolueerd? – samenleving
krijgt een specifieke betekenis
Hoe is het begrip ‘macht’ geëvolueerd?
Hoe kijken we naar macht, gezondheid en controle?
Macht: verschuiving van soevereine naar disciplinerende macht: 16 e eeuw:
opvatting van macht -> soeverein (machthebber = keizer) -> macht
evalueert -> niet alleen 1 mens -> 1 of meerdere machthebbers die ook
de toestand van het volk gaan bekijken, niet alleen het territorium
Gezondheid: volksgezondheid
Controle: normaliteit en biopolitiek
Biopolitiek gaat over de manier hoe dat wij in ons dagelijks leven,
gecontroleerd worden
Macht:
Soevereine macht:
- Souverein = vorst
- Functies: beschermen van territorium en veiligheid garanderen
- 16de eeuw: ‘il principe van Niccolo Machiavelli: macht als dreigen met
de dood
Macchiavelli: heeft een provocerend werk geschreven: als je alleen aan de
macht bent, dan mag je alles doen
Vorst had alle macht en mocht burgers straffen en vermoorden als ze niet
akkoord waren met zijn bewind
Grote scepter waar iedereen bang voor was
, Je moet niet populair zijn als vorst volgens Macchiavelli
Disciplinerende macht:
- Vanaf 16e en 17e eeuw: macht is niet alleen bescherming door één
- Heerser
- Je bent een soort herder die zorgdraagt voor zijn schaapjes – het volk is
gelukkig, welvaardigd
- Besturen als veelvoud van praktijken
- ‘les arts du gouvernement” (Guillaume de La Perrière)
- Gouverner = verschillende vormen van besturen: macht op sociaal,
economisch en politiek vlak
- Vorst kijkt ook of het volk normaal genoeg is – een vorst die bepaalt
hoe wij ons moeten gedragen
“Besturen is de juiste beschikking over zaken, zodanig georganiseerd
dat
men die kan begeleiden naar hun gepaste einddoel” (De la Perrière,
definitie van
gouvernement) -> Het abnormale werd weggeduwd, de tweede vorm van
macht wordt gezien als gouverner = besturen
- Verschillende types van besturen: moraal, economie en politiek
Ontstaan moderne democratie: vorm van 2de macht
- ‘Pastorale macht’: welzijn van de burgers voorop (‘bien public’)
- Gouvernementalité (Foucault): macht om gedrag te begeleiden en te
besturen (gouvernement) en anderzijds de mentaliteit dat alles kan
worden bestuurd
- Pastorale macht = pastor = herder (bekommerd om de kudde als
geheel maar ook om elk individueel schaap (= wij)) – hij wil dat wij
allemaal normaal en gezond zijn
-
Gevolg van pastorale macht: interesse van politiek in het gedrag van
burgers:
- Hoe leven we?
- Waaraan sterven we?
- Hoe voorkomen we ziektes
- Machthebbers zijn niet enkel bezig met de manier hoe we gezond
kunnen zijn maar ook hoe we er voor kunnen zorgen dat we niet ziek
zijn
Welvaartstaat en biopolitiek:
Kennis komt overeen met macht
Hoe meer kennis je hebt over je volk, hoe machtiger je bent -> je kan je
land beter besturen
1. Overheid verzamelt medische gegevens over bevolking -> CF.
opkomst statistiek, inzicht in gedrag van burgers, bepalen van
kenmerkende variabelen van het volk/populaties
Statistiek = is afgeleid van statistiek, in de 19 e eeuw was statistiek een
verzamelnaam voor alle data dat verzameld werd door de overheid om
ziekte te voorkomen. Alles werd berekend, men zag het als taak van de
machthebbers om hun volk te controleren, machthebbers hadden kennis
nodig
, 2. Overheid grijpt in in levensomstandigheden – CF. hulpbronnen,
arbeid, huisvesting, voeding
Gezondheidspolitiek:
Archeologische methode:
- Nagaan hoe we handelen vanuit ons spreken over iets (vb. ziekte
versus stoornis)
- ‘graven’ naar oorzaken: hoe komt het dat samenleving ineens zo
geïnteresseerd is in ziekte en gezondheid?
- Taak filosofie: blootleggen van samenhang tussen medische en
maatschappelijke evoluties
Manier waarop wij spreken over gezondheid, bepaalt hoe wij bezig zijn met
gezondheid
Taal, keuzen maken en handelen hangt heel goed samen
Taal = macht, als we woorden gebruiken gaat we ook iets doen met de
realiteit ,wat? Onderscheid maken tussen normale en abnormale mensen
Abnormale mensen: spontaan iets mee doen (volgens foucault) -> we
sluiten ze op
Volksgezondheid en gezondheidspolitiek:
Opkomst van het begrip volksgezondheid en begrip normaliteit
Vanaf 18de eeuw: gezondheid wordt een norm waar elk lid van de
samenleving aan moet voldoen
‘normaal’ versus ‘abnormaal’ gedrag
Het begrip volks-gezondheid:
Gezondheid als taak van overheid:
- Economisch (goederen)
- Sociaal (toezicht op gedrag om veiligheid te garanderen)
Michiel Foucault:
Artsenfamilie
Bourgeoisie
Politiek/filosoof activist: hij zette zich in voor de maatschappij
Vroegtijdige overleden (AIDS)
Belangrijkste werken: histoire de la folie, naissance de la clinque (midden
18e eeuw), naissance sur la biopolitique …
Hij is geïnteresseerd in de verstrengeling van politiek met gezondheid en
de abnormale mens
Homoseksueel -> werd als een ziekte beschouwd (tot jaren 70)
Inspiratiebron = Nietzsche (hij zei god is dood, en wij hebben hem
vermoord (niet letterlijk), god = gaf betekenis/zin aan ons leven, Faucault
zegt niet alleen god is dood, maar de mens is dood – de normale mens is
dood, we spreken over de mens die steeds zelfbetekenissen moet geven)
Inleidend kader: samenleving en gezondheid:
Hoe is gezondheid een centraal thema binnen moderne samenleving
geworden?
Hoe is de samenleving in de geschiedenis geëvolueerd? – samenleving
krijgt een specifieke betekenis
Hoe is het begrip ‘macht’ geëvolueerd?
Hoe kijken we naar macht, gezondheid en controle?
Macht: verschuiving van soevereine naar disciplinerende macht: 16 e eeuw:
opvatting van macht -> soeverein (machthebber = keizer) -> macht
evalueert -> niet alleen 1 mens -> 1 of meerdere machthebbers die ook
de toestand van het volk gaan bekijken, niet alleen het territorium
Gezondheid: volksgezondheid
Controle: normaliteit en biopolitiek
Biopolitiek gaat over de manier hoe dat wij in ons dagelijks leven,
gecontroleerd worden
Macht:
Soevereine macht:
- Souverein = vorst
- Functies: beschermen van territorium en veiligheid garanderen
- 16de eeuw: ‘il principe van Niccolo Machiavelli: macht als dreigen met
de dood
Macchiavelli: heeft een provocerend werk geschreven: als je alleen aan de
macht bent, dan mag je alles doen
Vorst had alle macht en mocht burgers straffen en vermoorden als ze niet
akkoord waren met zijn bewind
Grote scepter waar iedereen bang voor was
, Je moet niet populair zijn als vorst volgens Macchiavelli
Disciplinerende macht:
- Vanaf 16e en 17e eeuw: macht is niet alleen bescherming door één
- Heerser
- Je bent een soort herder die zorgdraagt voor zijn schaapjes – het volk is
gelukkig, welvaardigd
- Besturen als veelvoud van praktijken
- ‘les arts du gouvernement” (Guillaume de La Perrière)
- Gouverner = verschillende vormen van besturen: macht op sociaal,
economisch en politiek vlak
- Vorst kijkt ook of het volk normaal genoeg is – een vorst die bepaalt
hoe wij ons moeten gedragen
“Besturen is de juiste beschikking over zaken, zodanig georganiseerd
dat
men die kan begeleiden naar hun gepaste einddoel” (De la Perrière,
definitie van
gouvernement) -> Het abnormale werd weggeduwd, de tweede vorm van
macht wordt gezien als gouverner = besturen
- Verschillende types van besturen: moraal, economie en politiek
Ontstaan moderne democratie: vorm van 2de macht
- ‘Pastorale macht’: welzijn van de burgers voorop (‘bien public’)
- Gouvernementalité (Foucault): macht om gedrag te begeleiden en te
besturen (gouvernement) en anderzijds de mentaliteit dat alles kan
worden bestuurd
- Pastorale macht = pastor = herder (bekommerd om de kudde als
geheel maar ook om elk individueel schaap (= wij)) – hij wil dat wij
allemaal normaal en gezond zijn
-
Gevolg van pastorale macht: interesse van politiek in het gedrag van
burgers:
- Hoe leven we?
- Waaraan sterven we?
- Hoe voorkomen we ziektes
- Machthebbers zijn niet enkel bezig met de manier hoe we gezond
kunnen zijn maar ook hoe we er voor kunnen zorgen dat we niet ziek
zijn
Welvaartstaat en biopolitiek:
Kennis komt overeen met macht
Hoe meer kennis je hebt over je volk, hoe machtiger je bent -> je kan je
land beter besturen
1. Overheid verzamelt medische gegevens over bevolking -> CF.
opkomst statistiek, inzicht in gedrag van burgers, bepalen van
kenmerkende variabelen van het volk/populaties
Statistiek = is afgeleid van statistiek, in de 19 e eeuw was statistiek een
verzamelnaam voor alle data dat verzameld werd door de overheid om
ziekte te voorkomen. Alles werd berekend, men zag het als taak van de
machthebbers om hun volk te controleren, machthebbers hadden kennis
nodig
, 2. Overheid grijpt in in levensomstandigheden – CF. hulpbronnen,
arbeid, huisvesting, voeding
Gezondheidspolitiek:
Archeologische methode:
- Nagaan hoe we handelen vanuit ons spreken over iets (vb. ziekte
versus stoornis)
- ‘graven’ naar oorzaken: hoe komt het dat samenleving ineens zo
geïnteresseerd is in ziekte en gezondheid?
- Taak filosofie: blootleggen van samenhang tussen medische en
maatschappelijke evoluties
Manier waarop wij spreken over gezondheid, bepaalt hoe wij bezig zijn met
gezondheid
Taal, keuzen maken en handelen hangt heel goed samen
Taal = macht, als we woorden gebruiken gaat we ook iets doen met de
realiteit ,wat? Onderscheid maken tussen normale en abnormale mensen
Abnormale mensen: spontaan iets mee doen (volgens foucault) -> we
sluiten ze op
Volksgezondheid en gezondheidspolitiek:
Opkomst van het begrip volksgezondheid en begrip normaliteit
Vanaf 18de eeuw: gezondheid wordt een norm waar elk lid van de
samenleving aan moet voldoen
‘normaal’ versus ‘abnormaal’ gedrag
Het begrip volks-gezondheid:
Gezondheid als taak van overheid:
- Economisch (goederen)
- Sociaal (toezicht op gedrag om veiligheid te garanderen)