Hoofdstuk 8: De mens als studieobject:
Inleiding: experiment over syfilis:
Het Tuskegee-syfilisexperiment was een medisch onderzoek dat tussen 1932 en
1972 werd uitgevoerd in de Verenigde Staten. 600 arme Afro-Amerikaanse
mannen, van wie 399 syfilis hadden, werden misleid en kregen geen juiste
diagnose of behandeling, zelfs niet toen penicilline beschikbaar kwam. Het doel
was om het natuurlijke verloop van onbehandelde syfilis te bestuderen. Velen
stierven, besmetten hun partners of kregen kinderen met aangeboren syfilis. Het
experiment wordt gezien als een ernstig voorbeeld van medisch en raciaal
wangedrag en leidde later tot strengere ethische regels voor medisch onderzoek.
De vraag: Hoe is het denkbeeld gekomen? Hoe komen mensen ertoe om
zoiets te doen?
De mensen die het experiment hebben uitgevoerd zagen de kandidaten
niet als volwaardige mensen
Hoe kijkt de mens naar de andere mensen? Hoe kunnen we onszelf
begrijpen? Hoe is men tot de rassentheorie gekomen?
Hoe moet mens zichzelf verstaan?
Moderne samenleving: ligt niet langer vast wie mens is
God/natuur bepaalt niet wie we zijn
Dus: wie of wat is mens?
- Een machine? (La Mettrie: L’homme machine)
- Een die onder de dieren (Nietzsche: mens is ‘ziek dier’)
- Een heer en meester over de natuur (Descartes: de mens is ‘maître et
possesseur de la nature)
Opkomst van de moderne natuurstudie:
Taxonomie: ordening van soorten en klassen
men probeerde de dieren op te delen in verschillende soorten die in een
hiërarchische volgorde werden gestoken -> toen nog vanuit het idee dat
de mens boven de natuur staat
Arthur Lovejoy: Chain of being (natuur is langgerekte ketting van
bestaansvormen)
- Een organisme -> soort -> geslacht -> familie
Linneaus: Systema naturae: systematische ordening van dieren en
plantensoorten
Medisch vlak analoog – bv: Thomas Sydenham: Complete method of
curing almost all diseases (poging om ‘bijna alle ziekten’ te catalogiseren
Taxonomieën:
Gaan uit van vaste natuur zonder evolutie
Alle soorten staan op zichzelf
Doel: beschrijven hoe soorten geordend zijn
Zo ook ziekten: vaste begrippen, niet uitgaan van symptomen
Statisch beeld van natuur en mens
, Van statisch naar dynamisch wereldbeeld:
18e- 19e eeuw: menswetenschappen:
Mens als onderzoeksobject: mens bestuderen zoals de natuur: iets wat
beweegt en verandert
Opkomst nieuwe disciplines: demografie, sociologie, psychologie …
Thomas Malthus: An essay on the principle of population - hongersnood
Voornaamste inspiratiebron van Darwin
Begrip schaarste
Charles Darwin (1809-1882):
De wereld is voortdurend in beweging
Evolutietheorieën: On the orgin of species: The descent of man
1. Er is evolutie en geen schepping (creationisme)
2. Evolutie is grillig en niet gestuurd
3. Er zijn variaties
4. Waarom overleeft een variant en niet andere? - natuurlijke selectie
5. Strijd van elke soort om te overleven
Variatie-evolutie:
In elke generatie van levende wezens komen varianten (variatie) voor en
evolutie vindt
plaats vanuit het gegeven dat telkens slechts een klein aantal varianten
overleeft (selectie) en zich voortplant en zo eventueel geleidelijk aan een
nieuwe soort vormt
(evolutie).
Adaptatie: het is niet de sterke organisme dat overleeft, maar wel diegene
die het best aangepast is aan de natuurlijke omgeving (survival of the
fittest) – kan genetisch doorgegeven worden aan de nakomelingen
Struggle for existence:
Bestaan: strijf om schaarse bronnen
Meest fit: overleven en voortplanten (geschikt zijn voor de strijd om het
bestaan)
Inleiding: experiment over syfilis:
Het Tuskegee-syfilisexperiment was een medisch onderzoek dat tussen 1932 en
1972 werd uitgevoerd in de Verenigde Staten. 600 arme Afro-Amerikaanse
mannen, van wie 399 syfilis hadden, werden misleid en kregen geen juiste
diagnose of behandeling, zelfs niet toen penicilline beschikbaar kwam. Het doel
was om het natuurlijke verloop van onbehandelde syfilis te bestuderen. Velen
stierven, besmetten hun partners of kregen kinderen met aangeboren syfilis. Het
experiment wordt gezien als een ernstig voorbeeld van medisch en raciaal
wangedrag en leidde later tot strengere ethische regels voor medisch onderzoek.
De vraag: Hoe is het denkbeeld gekomen? Hoe komen mensen ertoe om
zoiets te doen?
De mensen die het experiment hebben uitgevoerd zagen de kandidaten
niet als volwaardige mensen
Hoe kijkt de mens naar de andere mensen? Hoe kunnen we onszelf
begrijpen? Hoe is men tot de rassentheorie gekomen?
Hoe moet mens zichzelf verstaan?
Moderne samenleving: ligt niet langer vast wie mens is
God/natuur bepaalt niet wie we zijn
Dus: wie of wat is mens?
- Een machine? (La Mettrie: L’homme machine)
- Een die onder de dieren (Nietzsche: mens is ‘ziek dier’)
- Een heer en meester over de natuur (Descartes: de mens is ‘maître et
possesseur de la nature)
Opkomst van de moderne natuurstudie:
Taxonomie: ordening van soorten en klassen
men probeerde de dieren op te delen in verschillende soorten die in een
hiërarchische volgorde werden gestoken -> toen nog vanuit het idee dat
de mens boven de natuur staat
Arthur Lovejoy: Chain of being (natuur is langgerekte ketting van
bestaansvormen)
- Een organisme -> soort -> geslacht -> familie
Linneaus: Systema naturae: systematische ordening van dieren en
plantensoorten
Medisch vlak analoog – bv: Thomas Sydenham: Complete method of
curing almost all diseases (poging om ‘bijna alle ziekten’ te catalogiseren
Taxonomieën:
Gaan uit van vaste natuur zonder evolutie
Alle soorten staan op zichzelf
Doel: beschrijven hoe soorten geordend zijn
Zo ook ziekten: vaste begrippen, niet uitgaan van symptomen
Statisch beeld van natuur en mens
, Van statisch naar dynamisch wereldbeeld:
18e- 19e eeuw: menswetenschappen:
Mens als onderzoeksobject: mens bestuderen zoals de natuur: iets wat
beweegt en verandert
Opkomst nieuwe disciplines: demografie, sociologie, psychologie …
Thomas Malthus: An essay on the principle of population - hongersnood
Voornaamste inspiratiebron van Darwin
Begrip schaarste
Charles Darwin (1809-1882):
De wereld is voortdurend in beweging
Evolutietheorieën: On the orgin of species: The descent of man
1. Er is evolutie en geen schepping (creationisme)
2. Evolutie is grillig en niet gestuurd
3. Er zijn variaties
4. Waarom overleeft een variant en niet andere? - natuurlijke selectie
5. Strijd van elke soort om te overleven
Variatie-evolutie:
In elke generatie van levende wezens komen varianten (variatie) voor en
evolutie vindt
plaats vanuit het gegeven dat telkens slechts een klein aantal varianten
overleeft (selectie) en zich voortplant en zo eventueel geleidelijk aan een
nieuwe soort vormt
(evolutie).
Adaptatie: het is niet de sterke organisme dat overleeft, maar wel diegene
die het best aangepast is aan de natuurlijke omgeving (survival of the
fittest) – kan genetisch doorgegeven worden aan de nakomelingen
Struggle for existence:
Bestaan: strijf om schaarse bronnen
Meest fit: overleven en voortplanten (geschikt zijn voor de strijd om het
bestaan)