Hoofdstuk 6: Bekkenbodemspieren en perineum
6.1 Bekkenbodemspieren
Buikholte is caudaal begrensd door de bekkenbodemspieren
- Deze spieren + bedekkende fasciae = diafragma pelvis en diafragma
urogentiale = twee spierlagen die elkaar gedeeltelijk overlappen
Pelvisdiafragma:
- Trechtervormig, ondersteunt de organen van het kleine bekken, en sluit
de onderste opening van het benig bekken af
- Binnenin zijn er openingen van de urethra , voor het rectum, en bij de
vrouw voor de vagina, de uitmonding van de baarmoeder
- Wordt opgebouwd door 2 spieren: M. levator ani + M. coccygeus
- Deze spieren lopen van de binnezijde van het bekken naar het midden,
de linker en rechter komen samen in een peesblad dat van de
symphysis naar het staartbeen loopt
- Soms wordt M. coccygeus als een deel van de M. levator ani
beschreven
Urogenitale diafragma:
- Ligt oppervlakkiger dan het pelvisdiafragma en vindt zich uitsluitend in
het ventrale deel van de bekkenbodem, tussen beide pubisbeenderen
- Deze spierlaag bevat de M. transversus perinei profundus + M.
sphincter urethrae + M. transversus perinei superficialis
- Binnenin zijn er openingen voor de urethra en de vagina bij de vrouw,
voor de urethra bij de man
- Het behoort tot het perineum
6.1.1 M.levator ani
Oorsprong: os pubis + spina ischiadica + arcus tendineus M. levator ani
Insertie: M. pubovaginalis + M. pubococcygveus + M. iliococcygeus
Insertie en verloop :
- Trechtervorm
- Vezels -> dorsocaudaal en mediaal naar de middelijn
- Anterieure randen -> opening vrij, die ventraal begrensd wordt door de
dorsale zijde van de symphysis pubis (vagina en urethra trekken hier
naar extern)
- De dorsale boorden van de M. levator ani liggen aan tegen de caudale
randen van de m. coccygeus
- In de M. levator ani vindt men drie groepen vezels:
1. Ventrale vezels: vertrekken vanaf de oorsprong en vormen een
lus om de vagina bij de vrouw en de urethra bij de man = M.
pubovaginalis (vrouw) en M. levator prosatae (man). Deze vezels
verenigen zich met de vezels van de andere zijde tot een
fibromusculaire verdikking = centrum perinei (vastgehecht aan
de huid van het perineum)
, 2. Tweede deel: vertrekt aan de ventrale zijde van de arcus
tendineus en vormt een lus om het rectum = M. puborectalis
3. Derde deel: oorsprong op de arcus tendienus, dorsaal van het
rectum en komen samen t.h.v. een tweede centrale
fibromsuculaire plaat = mediane raphe (versterkt door het
ligamentum anococcygeum (dorsaal vastgehecht aan os
coccygis en caudaal aan de huid van het perineum) = M.
iliococcygeus
Caudaal is de M. levator ani verbonden met de sphincter ani externus, de
gestreepte sfincter van de anus
Werking:
- Ondersteunt de bekkenbodem
- Onderhoudt en controleert mee de intra-abdominale druk
- Contraheert reflexmatig bij elke abdominale drukverhoging; speelt een
rol in de continentie, bij urinelozing en bij de defecatie
- Einde defecatie: heft bekkenbodem, het rectum en de prostaat
Innervatie: plexus pudendus
6.1 Bekkenbodemspieren
Buikholte is caudaal begrensd door de bekkenbodemspieren
- Deze spieren + bedekkende fasciae = diafragma pelvis en diafragma
urogentiale = twee spierlagen die elkaar gedeeltelijk overlappen
Pelvisdiafragma:
- Trechtervormig, ondersteunt de organen van het kleine bekken, en sluit
de onderste opening van het benig bekken af
- Binnenin zijn er openingen van de urethra , voor het rectum, en bij de
vrouw voor de vagina, de uitmonding van de baarmoeder
- Wordt opgebouwd door 2 spieren: M. levator ani + M. coccygeus
- Deze spieren lopen van de binnezijde van het bekken naar het midden,
de linker en rechter komen samen in een peesblad dat van de
symphysis naar het staartbeen loopt
- Soms wordt M. coccygeus als een deel van de M. levator ani
beschreven
Urogenitale diafragma:
- Ligt oppervlakkiger dan het pelvisdiafragma en vindt zich uitsluitend in
het ventrale deel van de bekkenbodem, tussen beide pubisbeenderen
- Deze spierlaag bevat de M. transversus perinei profundus + M.
sphincter urethrae + M. transversus perinei superficialis
- Binnenin zijn er openingen voor de urethra en de vagina bij de vrouw,
voor de urethra bij de man
- Het behoort tot het perineum
6.1.1 M.levator ani
Oorsprong: os pubis + spina ischiadica + arcus tendineus M. levator ani
Insertie: M. pubovaginalis + M. pubococcygveus + M. iliococcygeus
Insertie en verloop :
- Trechtervorm
- Vezels -> dorsocaudaal en mediaal naar de middelijn
- Anterieure randen -> opening vrij, die ventraal begrensd wordt door de
dorsale zijde van de symphysis pubis (vagina en urethra trekken hier
naar extern)
- De dorsale boorden van de M. levator ani liggen aan tegen de caudale
randen van de m. coccygeus
- In de M. levator ani vindt men drie groepen vezels:
1. Ventrale vezels: vertrekken vanaf de oorsprong en vormen een
lus om de vagina bij de vrouw en de urethra bij de man = M.
pubovaginalis (vrouw) en M. levator prosatae (man). Deze vezels
verenigen zich met de vezels van de andere zijde tot een
fibromusculaire verdikking = centrum perinei (vastgehecht aan
de huid van het perineum)
, 2. Tweede deel: vertrekt aan de ventrale zijde van de arcus
tendineus en vormt een lus om het rectum = M. puborectalis
3. Derde deel: oorsprong op de arcus tendienus, dorsaal van het
rectum en komen samen t.h.v. een tweede centrale
fibromsuculaire plaat = mediane raphe (versterkt door het
ligamentum anococcygeum (dorsaal vastgehecht aan os
coccygis en caudaal aan de huid van het perineum) = M.
iliococcygeus
Caudaal is de M. levator ani verbonden met de sphincter ani externus, de
gestreepte sfincter van de anus
Werking:
- Ondersteunt de bekkenbodem
- Onderhoudt en controleert mee de intra-abdominale druk
- Contraheert reflexmatig bij elke abdominale drukverhoging; speelt een
rol in de continentie, bij urinelozing en bij de defecatie
- Einde defecatie: heft bekkenbodem, het rectum en de prostaat
Innervatie: plexus pudendus