Celleer
D1: Cellen en hun omgeving ; H1: Van 1-cellige naar
meercellige organismen
1. Het eencellige organisme
- Celafmetingen:
- Celvorm:
° Vrije cellen & vaste cellen
° differentiatie
- Differentiatie:
° Maakt specialisatie mogelijk
° Eenzelfde genoom? (geheel v. erfelijke info i/e cel)
-Epigenetica (erfelijke verandering)
-Promotor is dimmer (reguleert werking v/h gen)
- Celcyclus:
° Herhalende afwisseling tss. celgroei en celdeling
° Hyperplasie: toename v/h # cellen
° Hypertrofie: toename v/h celvolume
° Tumorvorming: ongewenste groei
° Hypotrofie & atrofie: onvoldoende groei
, - Stamcellen
° Verschillende celpopulaties
1.Sporadisch delende
2.Stabiele
3.Vernieuwende
° Types: pancreascellen, beenmerg, zenuwcellen, hart-en spiercellen
- Apoptose en necrose
° Apoptose = geprogrammeerde celdood
->belangrijk vr. vorming v. organen & ledematen
° Necrose = celdood veroorzaakt van buitenaf
2. Van uitwendig naar inwendig milieu: Homeostase
= Dynamisch proces dat de samenstelling v/h interne milieu reguleert
- Verstoring v/d balans = gevaar vr. welzijn
->Factoren:
° Kerntemperatuur
° H2O -en elektrolytenhuishouding
° pH v. lichaamsvloeistoffen
° Bloedsuikergehalte
° Bloeddruk
- Regulatiestysteem
° Componenten: -Prikkel
-Receptor
-Besturingssysteem
-Effector
-Reactie
,- Verstoring v/d homeostase -> afwijkende waarden -> schade & ziekte
° Negatieve feedbacksystemen
->Afname v/h effect v/d oorspronkelijke stimulus
Bv. Regulatie bloedsuikergehalte
° Positieve feedbacksystemen
->Versterken v/h effect v/d oorspronkelijke stimulus
Bv. Wonde groeit toe
- Uitwisseling van stoffen:
° Celmembraan vormt doorgankelijke scheiding
° Vloeistofcompartimenten i/h lichaam (longen, maagdarm, nieren)
° Water als leefmilieu = abs. voorwaarde vr. het voortbestaan v. cellen
-Goed oplosmiddel
-Goed milieu vr. biochemische reacties
-Lage viscositeit (weerstand tgn. stroming)
-Grote warmtecapaciteit
-Goed warmtegeleidend
-Hoge verdampingswarmte
° Interstitiële vloeistof (intra + extracellulair vloeistof)
-Ionen: Na+, K+, Ca2+, Mg2+
° Samenstelling extracellulaire vloeistof
-Verkregen dr. een voortdurende uitwisseling met bloed (belang homeostase)
, H2: Interactie tss. cellen en hun omgeving
1. Structuur v/h plasmamembraan
- Lipiden
° Fosfolipiden
° Polair hydrofiel & apolair hydrofoob deel
- Eiwitten
° Mozaiekpatroon
° Integrale en perifere
° Functies : -Bouw
-Transport
-Receptor
-Enzym (katalytische fnctie-> kan chem. rea. versnellen)
- Glycocalyx
° Bescherming
° Transmembranaire transport
° Celadhesie
° Contactinhibitie
° Herkenningsmechanisme
D1: Cellen en hun omgeving ; H1: Van 1-cellige naar
meercellige organismen
1. Het eencellige organisme
- Celafmetingen:
- Celvorm:
° Vrije cellen & vaste cellen
° differentiatie
- Differentiatie:
° Maakt specialisatie mogelijk
° Eenzelfde genoom? (geheel v. erfelijke info i/e cel)
-Epigenetica (erfelijke verandering)
-Promotor is dimmer (reguleert werking v/h gen)
- Celcyclus:
° Herhalende afwisseling tss. celgroei en celdeling
° Hyperplasie: toename v/h # cellen
° Hypertrofie: toename v/h celvolume
° Tumorvorming: ongewenste groei
° Hypotrofie & atrofie: onvoldoende groei
, - Stamcellen
° Verschillende celpopulaties
1.Sporadisch delende
2.Stabiele
3.Vernieuwende
° Types: pancreascellen, beenmerg, zenuwcellen, hart-en spiercellen
- Apoptose en necrose
° Apoptose = geprogrammeerde celdood
->belangrijk vr. vorming v. organen & ledematen
° Necrose = celdood veroorzaakt van buitenaf
2. Van uitwendig naar inwendig milieu: Homeostase
= Dynamisch proces dat de samenstelling v/h interne milieu reguleert
- Verstoring v/d balans = gevaar vr. welzijn
->Factoren:
° Kerntemperatuur
° H2O -en elektrolytenhuishouding
° pH v. lichaamsvloeistoffen
° Bloedsuikergehalte
° Bloeddruk
- Regulatiestysteem
° Componenten: -Prikkel
-Receptor
-Besturingssysteem
-Effector
-Reactie
,- Verstoring v/d homeostase -> afwijkende waarden -> schade & ziekte
° Negatieve feedbacksystemen
->Afname v/h effect v/d oorspronkelijke stimulus
Bv. Regulatie bloedsuikergehalte
° Positieve feedbacksystemen
->Versterken v/h effect v/d oorspronkelijke stimulus
Bv. Wonde groeit toe
- Uitwisseling van stoffen:
° Celmembraan vormt doorgankelijke scheiding
° Vloeistofcompartimenten i/h lichaam (longen, maagdarm, nieren)
° Water als leefmilieu = abs. voorwaarde vr. het voortbestaan v. cellen
-Goed oplosmiddel
-Goed milieu vr. biochemische reacties
-Lage viscositeit (weerstand tgn. stroming)
-Grote warmtecapaciteit
-Goed warmtegeleidend
-Hoge verdampingswarmte
° Interstitiële vloeistof (intra + extracellulair vloeistof)
-Ionen: Na+, K+, Ca2+, Mg2+
° Samenstelling extracellulaire vloeistof
-Verkregen dr. een voortdurende uitwisseling met bloed (belang homeostase)
, H2: Interactie tss. cellen en hun omgeving
1. Structuur v/h plasmamembraan
- Lipiden
° Fosfolipiden
° Polair hydrofiel & apolair hydrofoob deel
- Eiwitten
° Mozaiekpatroon
° Integrale en perifere
° Functies : -Bouw
-Transport
-Receptor
-Enzym (katalytische fnctie-> kan chem. rea. versnellen)
- Glycocalyx
° Bescherming
° Transmembranaire transport
° Celadhesie
° Contactinhibitie
° Herkenningsmechanisme