Evaluatie? Mondeling (100%); binnenkomen – een vraag trekken – 15min voorbereidingstijd
Data: 1 juni / 2 juni
Leerstof? Artikels, verhalen die erbij verteld wordt, de slides (zijn niet het cursusmateriaal maar enkel
ondersteunend: vormen de kapstok voor de cursus)
! Het zijn de verhalen en de relaties met de verhalen wat in de literatuur/artikels staat dat van belang is.
ð De artikels best gebruiken om het verhaal achter de slides te begrijpen.
Soortvragen:
(1) Kennisvraag = letterlijke vragen over Bv:
‘Wat is cognitieve dissonantie?’
‘Wat is transactioneel leiderschap?’
(2) Inzichtsvraag, Bv:
‘Waarom belangrijk te kijken naar de maatschappelijke context waarin politieke psychologie ontstaat (de
historische wortels) om de discipline te begrijpen? Welke lessen kunnen we hieruit trekken?’
‘Je bent een minister je krijgt een zak geld wat zou je doen en waarom?’
‘Poetin stelt dat oorlogen worden gewonnen door leraren, wat bedoelt hij hiermee en op welk politiek
mechanisme steunt dit?’
Inhoudstafel:
1. Inleiding
2. Persoonlijkheid en gedrag
3. Politiek gedrag, opinies, attitudes en waarden
4. Rationaliteit & emotie in besluitvorming
5. Politieke ideologieën & belief-systems
6. Conflict binnen en tussen groepen
7. Screening van documentaire (D.0.03)
8. Groepsbesluitvorming en invloed
9. Macht en leiderschap
10. De morele fundering van ideologie & politieke socialisatie
11. Informatieverwerking
1
,2
,1. Inleiding
Begeleidende teksten:
- Freud, S. (orig. 1930). Civilization and its discontents. (Hoofdstuk 5)
- Eulau, H. (1993). The root is man.
(Stanley) Milligram-experiment 1961-1962 ; verschillende sterktes van elektrische schokken die mensen
kregen, kijken hoe ver ze gaan (begon bij 15 volt, kon tot 195 volt gaan; ongeveer 2/3 ging door tot de dood)
à Nagaan onder welke voorwaarden mensen gezag gaan gehoorzamen: het experiment gaat over hoe
mensen omgaan met macht, macht dat op de een of andere manier wordt aanvaard + hoe hun eigen
attitudes / motivaties zich daarin verhouden (het gedrag van die 2/3 is anders dan 1/3)
! Om dit te begrijpen hebben we een aantal belangrijke concepten nodig, de aanleidingen ernaar zijn er
nog altijd, Bv: oorlogen, buren die elkaar vermoorden, in bezette gebieden in Gaza mensen die heel
charmant kunnen zijn in uniform en anders in andere settings, mensen die verkracht worden, immigratie,
mensen pakken kinderen op, etc.
De vraag is: “Waarom gedragen mensen zich zo?” ; DOEL? Een basis proberen leggen waarmee we politiek
psychologisch kunnen werk kunnen lezen.
I. Inhoud van de lessen?
à Teksten kennen voor het examen: die originele teksten laten goed zien wat die mensen bezighield, hoe
ze keken naar de wereld, etc.
1.1. Wat is politieke psychologie
II. Wat?; “Wat is politieke psychologie en hoe definiëren we dat?”
*Politieke psychologie (B)
à Is de wetenschappelijke studie van mentale processen en het gedrag van individuen: psychologische
inzichten toepassen op politieke fenomenen:
- Wetenschappelijke studie van mentale processen (subjectieve aspecten van het individu en
groepen) & menselijk gedrag
- Wetenschappelijke studie van de politieke belevingen & politiek gedrag.
Klemtoon? = Gedrag – “Wat stuurt en motiveert gedrag?”
Dus: psychologen bestuderen niet alleen wat mensen doen (gedrag) maar proberen ook te begrijpen hoe
mensen dingen ervaren, waarnemen en verwerken.
Bv: Een onderzoek naar waarom iemand anstig wordt in sociale situaties of hoe mensen beslissingen
nemen.
! Politieke psychologie is een grensgebied tussen verschillende disciplines (interdisciplinair, relatief jong
vakgebied dat verschillende disciplines met elkaar combineert)
- Psychologie
- Politieke wetenschappen
- Sociologie
- Geschiedenis
3
,Bv: Stel je voor dat een politicus een campagne voert over immigratie. Politieke psychologie onderzoekt
dan vragen zoals:
*Hoe interpreteren burgers de boodschappen van de politicus?
*Welke emoties roept dit onderwerp op?
*Welke persoonlijke ervaringen beïnvloeden hun mening en gedrag bij verkiezingen?
Maar, mensen zijn al veel langer bezig met het bestuderen van verhalen hoe andere mensen denken: we
proberen elkaar te lezen (‘Wat is the mental image van iemand?’ = we proberen af te lezen hoe een ander
individu zich voelt om te gaan voorspellen hoe die persoon zich gaat gedragen)
- Psychologie à Eenvoudig gezegd kunnen we zeggen dat de psychologie terug gaat tot het
ontstaan van de mens zelf. De kennis over mentale processen en verklaringen van individueel
gedrag is iets dat we terugvinden in de primaire activiteiten van de mens als soort: we proberen
immers elkaar te begrijpen en elkaars motieven “af te lezen”.
- Politiek à Het nadenken over de manier waarop we onze samenleving vorm geven gaat terug tot
het ontstaan van samenlevingen zelf.
- Politieke psychologie gaat bijgevolg terug tot het ontstaan van geschiedschrijving waarin al
veronderstellingen werden gemaakt over hoe mensen denken, wat mensen aspireren, wat hun
innerlijke drijfveren zijn,...
Kernpunten van politieke psychologie
1) Gedrag staat centraal: De belangrijkste vraag is vaak: Wat stuurt en motiveert politiek gedrag?
2) Interdisciplinair karakter: Politieke psychologie gebruikt inzichten en methoden uit: Psychologie ;
Politieke wetenschappen ; Sociologie ; Geschiedenis
3) Wetenschappelijke methode: Het DOEL is objectief zicht krijgen op subjectieve ervaringen in een
politieke context.
4) Alledaagse relevantie: Mensen proberen dagelijks te “lezen” wat anderen denken of voelen om hun
gedrag te voorspellen, bijvoorbeeld tijdens onderhandelingen, verkiezingen of protesten.
Voorbeeld in het dagelijks leven: Als een groep vrienden een vereniging leidt, proberen ze te voorspellen
wie het eens of oneens zal zijn met een voorstel. Ze gebruiken intuïtief politieke psychologie: ze kijken naar
eerdere ervaringen, emoties en voorkeuren van de anderen om gedrag te voorspellen.
! De definitie niet per se kennen, veel interessanter zijn de historische wortels.
4
,1.2. De voorgeschiedenis binnen de sociale wetenschappen
III. Historische wortels?
“Waarom is de historische ontwikkeling belangrijk?” – Kijken naar de maatschappelijke context waarin
deze discipline is ontstaan.
1) Frankrijk 19de eeuw
Maatschappelijke context:
De politieke psychologie zoals we die vandaag kennen, vindt zijn OORSPRONG in Frankrijk in de 19de
eeuw. Dit was een periode van permanente politieke instabiliteit:
- 1789-1799: Franse Revolutie, instelling van de Eerste Republiek, einde van het Ancien Régime.
- 1802-1804: Keizerrijk onder Napoleon Bonaparte.
- 1814-1815: Restauratie van het koningshuis na Waterloo.
- 1830-1831: Monarchie van Juli.
- 1848-1851: Tweede Republiek.
- 1852-1870: Tweede Keizerrijk onder Louis Napoleon Bonaparte.
- 1870-1871: Frans-Duitse oorlog en de Commune van Parijs, start van de Derde Republiek.
Dus, Franse revolutie, Gevolg? Eerste republiek, staatsgreep, instelling keizerrijk (empire door Napoleon),
daarna de monarchie die aan de macht komt, koningshuis komt ten val met als gevolg de tweede
republiek, opnieuw staatsgrepen met ten slotte een oorlog met Duitsland.
!!! De Franse staat was heel fragiel en zelfs de derde republiek droeg reeds de kiemen voor de verdere
instabiliteit met zich mee.
Gevolg? Het land werd gekenmerkt door permanente chaos en regimewissels.
ð Dit is de context waarin mensen zich vragen beginnen stellen:
“Waarom krijgt elke generatie te maken met die chaos en instabiliteit, “Waarom blijft Frankrijk
uit evenwicht?” “Waarom heeft Frankrijk geen stabiel nationaal karakter zoals Duitsland of
Engeland?” etc.
! Religie bood hier geen antwoorden. De zoektocht verschoof naar het begrijpen van (1) MENSELIJK
GEDRAG en (2) MENTALE PROCESSEN als oorzaak van politieke instabiliteit.
Dus, dit soort vragen werd niet beantwoord door religies maar wel door te kijken naar hoe mensen zich
gedragen om op die manier na te gaan waar de wortels liggen van de manier waarop mensen zich zo
gedragen.
Een aantal moderne sociologen wilden met behulp van de moderne wetenschappen de situatie begrijpen
waarin ze toen zaten:
(a) H. Taine
(b) G. Le Bon
5
, (a) H. Taine (conservatief denker dus meer focus op behouden van, tegen het verlichtingsdenken,
ongelooflijk vooringenomen)
! Grondlegger van de Franse politieke psychologie
Profiel? Komt uit een Belgisch gezin, interesse in geschiedenis, taal, letterkunde, etc. aanhanger van het
positivisme (levensvragen beantwoorden door wetenschappelijke methoden te gebruiken: zich afkeren
van intuïtie en verklaringen die door geloof worden aangereikt)
- Positivisme: Fenomenen kunnen alleen via wetenschappelijke observatie en experimenten
worden begrepen.
Dus, hij keerde zich af tegen intuïtief geloof, metafysica (onderzoekt het ‘zijn’), etc.
- Scientisme: Wetenschappelijke methode als basis om de wereld rondom ons te kennen. Het zet
zich expliciet af tegen traditie, gewoonten, etc.
Dus, hij gelooft in de empirische wetenschap (daarmee de wereld kunnen verklaren)
Interesse? In wat mensen allemaal drijft.
DOEL? Determinanten van menselijk gedrag onderzoeken door empirische methodes toe te passen.
Onderscheid van drie basiselementen die Taine centraal stelt:
1. MILIEU – Omgeving en klimaat (oftewel de georgrafie)
2. RAS – Fysieke en erfelijke kenmerken van mensen (fysieke stat van de mens)
3. LE MOMENT – Historische situatie of tijdscontext
(ruwweg kunnen we dit vertalen naar omgeving, erfelijkheid en situatie)
! Hij zegt dat we deze drie basiselementen altijd moeten vasthouden.
Gevolg? Op deze manier gaan we zien dat het niet te linken is aan één persoon of een toevalligheid maar
dat er veel meer achter zit.
Bv: De chaotische Franse Revolutie kan niet toegeschreven worden aan één persoon, maar aan een
combinatie van milieu (politieke en sociale omstandigheden), erfelijkheid (menselijke eigenschappen) en
het moment (historische crisis).
Hij stelde dat de bronnen van historisch onderzoek konden worden onderworpen aan 4 verschillende
fases
van onderzoek:
- de analyse : opzoeken van historische feiten in documenten
- het classeren : historische feiten worden ingedeelde in categorieën
- het definiëren : de categorieën worden samengevat door een eenvoudige formule (vb. kapitalisme
= series van economische feiten)
- het in verband brengen met elkaar : logische relaties worden gelegd tussen deze categorieën
(series van feiten) om ten slotte een geschiedenis te produceren.
Vanaf 1870 vond hij dat er een sfeer heerste in Frankrijk, een sfeer die je volgens hem moet kunnen
ontdekken.
Franse revolutie heeft ervoor gezorgd dat het gebied werd ingedeeld in raster (dit hield geen rekening meer
met de natuurlijke grenzen zoals rivieren etc.)
! Hij vond de rationaliteit / verlichting te ver gaan.
Vaststelling? Een sfeer van het kwade
6