Inhoudstafel
HOOFDSTUK I. De juridische regels rond de BOODSCHAP
A. Het beginsel van de vrijheid van meningsuiting
1. De Belgische Grondwet (GW) art. 19, art. 25 en art. 150
- Toepassingsvoorwaarden
- Rechtsgevolgen
2. Het Europees Verdrag van rechten van de mens (EVRM) art. 10
- Toepassingsvoorwaarden
- Rechtsgevolgen
• Het arrest van het Europees Hof van de Rechten van de Mens te Staatsburg van 24mei 1988 in
de zaak “Müller”
• Het arrest van het Hof van beroep van Gent van 20 juli 2025 in de zaak “Schild & Vriend”
B. De belangrijkste BEPERKINGEN op de vrijheid van meningsuiting
(1) In het algemeen belang
1. Ter bescherming van de openbare orde (= openbare veiligheid) art. 10 & 11 EVRM; art. 26 GW
- Toepassingsgebied
2. Ter bescherming van de goede zeden (in het algemeen)
- Toepassingsgebied
- Sancties
(In het bijzonder) BestraXing van openbare zedenschennis met minderjarigen & Filmkeuring
(classificatie van films: oude en nieuwe regelgeving)
- Toepassingsgebied
3. Ter voorkoming van strafbare feiten, bijv. o.b.v.
i. Antidiscriminatiewetten (antiracismewet, algemene antidiscriminatiewet, genderwet)
- Toepassingsgebied
- Toepassingsvoorwaarden
- Sancties
ii. Anti-antinegationismewet
- Toepassingsgebied
- Toepassingsvoorwaarden
III. Anti-seksismewet
+ Gastlezing (“Bestrijding van discriminatie; prof. Dr. em. Dirk Voorhoof)
(2) Ter bescherming van individuele belangen
1. Recht op eer en goede naam (art. 10 EVRM)
- Algemeen
i. Laster en eerroof (art. 443-444 SW)
ii. Kwaadwillige ruchtbaarmaking (art. 449 SW)
iii. Beledigingen:
- In het algemeen (art. 448 SW)
- In het bijzonder:
*Beledigingen aan de Koning? (Wet 06.04.1847)
*Belediging aan religie?
iv. Smaad (art. 275-276 SW)
+ Enkele bekende casussen in de rechtspraak betrekkende het recht op eer en goede naam
2. Recht op afbeelding
- Inleiding
- Rechtsbron
- Toepassingsgebied
- Principe
*Verbod
*Toestemming
*Aandachtspunt
*Knelpunt
*Duur
1
, - Uitzonderingen
*Absoluut publieke personen
*Relatief publieke personen
- Gerechtelijke verslaggeving
3. Recht op privacy
- In het algemeen: “the right to be let alone”
- In het bijzonder
i. Het recht om vergeten te worden
ii. De verwerking van persoonsgegevens
+ Gastlezing (Gerrit Van Den Driessche - de wetgeving rond de bescherming van
persoonsgegevens, de zogenaamde GDPR)
(3) Sectoriële regels
1. Politieke sector
2. Gerechtelijke sector
3. Reclamesector
+ Gastlezing (Paul Meayaert – Reclamerecht)
C. De SANCTIES in geval van misbruik van de vrijheid van meningsuiting
1. Strafrechtelijke sancties
- Legaliteitsbeginsel
- Klachtmisdrijven
a. Persmidsdrijven (Art. 150 GW)
b. Cascadebeginsel (Art. 25 GW)
2. Burgerrechtelijke sancties
a. Stakingsbevel
b. Schadevergoeding
c. Recht van antwoord (RvA); (1) Periodieke geschriften & (2) Audiovisuele media (recht op
mededeling)
HOOFDSTUK II: Juridische regels omtrent de media / instrument dat je gebruikt om boodschap door
te brengen tot je bestemming
• Het drukwerk
- Verplichte vermelding: verantwoordelijke uitgever (V.U.)
- Wettelijk depot
- Andere belangrijke aspecten (vaste boekenprijs, krantenbedeling, verdeling op openbare weg,
beroepsregels)
+ Gastlezing (Liesbet Hauben – omroep)
+ Gastlezing (Francis Souillaert – VRM)
HOOFDSTUK III: De juridische regels rond de “VERZENDER”
1. De auteur
- Inleiding (artistieke intellectuele eigendom/industriële intellectuele eigendom)
- Auteursrecht
WAT wordt er beschermd?
HOE ver gaat die bescherming?
WIE heeft die rechten?
- Naburige rechten
- Toepassing op internet
- Toetsing aan art. 10 EVRM
2. De journalist (zelfregulering) - Gastlezing
2
,Inleiding
Naast de normale les ook enkele gastsprekers, wat ze vertellen wordt genoteerd en is leerstof voor het
examen.
Studiemateriaal? GEEN handboek, WEL slides van hoorcolleges en gastlezingen.
(+ mogelijk achtergrondmateriaal, dat is meer informatief om het te bekijken om extra info te hebben, stel
dat het verplicht zou zijn zal de prof dit meedelen)
- Nota’s nemen tijdens de lessen met de hand.
- Eigen samenvattingen maken.
Informatie op Canvas? Aankondigingen + Modules
! Er staat meer op de slides dan wat tijdens het college vermeld wordt (inhoud belangrijker dan hoe ‘mooi’
het eruit ziet).
+ Tijdens het college kunnen eigen klemtonen gelegd worden waardoor dus niet alles vanop de slides
automatisch verteld zal worden.
(details? Zijn dan minder van belang)
DOEL? Per thema de grote lijnen kennen, begrijpen, kunnen toepassen
(Neen geen teksten, artikelen vanbuiten kennen, het gaat om de inhoud – de inhoud dus wel kennen; je
kan wel gaan kijken hoe het in de wet staat maar wat dus belangrijk is is de inhoud en niet de
nummers/artikels vanbuiten gaan leren)
EXAMEN? Schriftelijk
- (!!!) Wetteksten meenemen naar het examen; hierop mag je kleuren, onderlijnen, post-its
aanbrengen, etc.
Maar, niet op/in schrijven (meer richtlijnen hierover tijdens het laatste hoorcollege)
3
,Plan (inleiding):
Wat is recht?
Wat is mediarecht?
Structuur van de cursus
Rechtsbronnen
4
, • Wat is “recht”?
Inleiding tot het recht - *Recht (B)
à Recht is een geheel van gedragsregels die dwingend zijn, met als doel samenleving mogelijk te maken.
- Gedragsregels? (a) Regels die zeggen van je MOET dat doen, (b) je mag dat NIET DOEN / iets te
verbieden of (c) regels die zeggen als je dat wilt doen MOET je het ZO doen / iets toe laten, onder
voorwaarden.
Bv: Je mag geen moord plegen, als je een kindje krijgen moet je dat aangeven aan de gemeente,
als je van kot veranderd moet je de regels naleven over de opzegging.
Dus, geheel van gedragsregels om iets te doen, iets te verbieden, iets toe te laten onder voorwaarden.
- Dwingende regels? Het is niet vrijblijvend, je moet het doen (je mag het niet doen, als je het wilt
doen moet je het zo doen)
! Het is verbonden aan de uitoefening van “gezag”
Bv: Als je iets niet betaalt kan er een deurwaarder komen die het gezag heeft om zaken in beslag
te nemen.
Dus, vanaf je iets niet naleeft zal de staat tussenkomen om iets af te dwingen bij jou + als je dat
nog niet doet kunnen er gezag personen naar jou toekomen.
! RM (rechterlijke macht) dwingt af wat de WM (wetgevende macht) heeft beslist.
ð Het is dwingend vanuit het recht.
*Uitvoerbaar vonnis (de rechter legt iets op dat je moet uitvoeren)
*Schadevergoeding (je burgerlijke partij stellen, dit bedrag is voor privépersoon, dit bedrag is niet
maal zoveel, maar het is gewoon het bedrag)
Bv: 2500 euro schadevergoeding is zo boem baf (het is geld dat je aan een andere persoon moet
betalen: het gaat rechtstreeks naar die persoon)
*Dwangsom (geldbedrag dat je moet betalen als je een verplichting niet nakomt)
*Geldboete (bepaald bedrag in het vonnis dat vermenigvuldigd wordt met een bepaalde factor –
opdeciemen; dit bedrag gaat naar de staat)
Bv: 200 euro wordt dan nog eens vermenigvuldigd met een bepaald opdeciem.
Kortom: Dwingende regels zijn verplicht, de staat kan ingrijpen via het gezag van rechtbanken of
deurwaarders, en er zijn verschillende manieren om naleving af te dwingen.
- Doel? Samenleving mogelijk maken
! De reden van het bestaat van het recht is om op die manier het leven tussen verschillende individuen
mogelijk te maken.
Bv: ó Stel dat je alleen leeft, doe je wat je wilt / je doet je goesting. Als je op een kot leeft met 4 andere
personen en iedereen doet zijn zin gaat er op een bepaald moment spanningen opkomen. Dus: “Hoe de
samenleving samenhouden?” = regels opstellen met de bedoeling dat we allemaal ongeveer beetje weten
waaraan we ons moeten houden om op die manier het samenleving mogelijk te maken.
Alleen leven = je doet wat je wilt VS. leven met anderen = regels nodig om spanningen te vermijden.
5
, Dus, DOEL? Samenleving mogelijk maken, vandaar:
- Wisselwerking met ‘moraal’ in de samenleving à Grote maatschappelijke discussie worden eerst
besproken (beleid/moraal) voordat ze in wetten worden vastgelegd.
(Grote belangrijke discussies worden eerst op het beleidsniveau bedacht en daarna pas kijken naar het
recht)
! Men gaat altijd dus een discussie voeren alvorens je zomaar iets gaat beslissen: het discussieverhaal
komt voor recht. Je moet zeker zijn van wat je implementeert want je moet er zeker van zijn omdat je het er
niet zomaar opnieuw aanpassingen in gaat doorvoeren.
Daarom van groot belang om zoveel mogelijk kennis te hebben om een doordachte keuze te kunnen
maken.
Bv: Ook kijken naar andere landen, op een bepaald punt kunnen ze verder staan, dan is het belangrijk dat
je daarnaar luistert of juist omgekeerd dat je anderen voorttrekt of uit fouten leert.
- Soms nogal wat tijdsverloop tussen ‘moraal’ en ‘recht’ à Wetten volgen vaak pas nadat de
samenleving er klaar voor is.
ð We moeten wachten voor iets gerijpt is in de hoofden vooraleer iets kan gebeuren, Bv: het is niet
omdat je klaar bent voor euthanasie dat de bevolking dat ook is.
(door die lange discussiefase gaat er super veel tijd over)
- Regels zijn ‘relatief’ in tijd en ruimte à Recht is niet absoluut: het veranderd in tijd en plaats.
! Recht is NIET absoluut dat ten alle tijde onveranderlijk is = het is relatief wat wilt zeggen dat het vandaag
zo kan zijn, maar morgen anders vs. het kan bij ons zo zijn, maar op een ander ook anders.
“Le contract sociale” – Je geeft iemand het mandaat (soort van vertrouwen) om in jou naam goed te
beslissen zoals in de politiek.
• Wat is mediarecht?
Persrecht – Omroeprecht – MEDIARECHT (informatierecht)
Eerst persrecht – dan omroeprecht en DAARNA pas *Mediarecht (B)
Waarom mediarecht?
ð Het legt de nadruk op het medium/kanaal dat gebruikt wordt om informatie over te brengen
(daarom wordt het soms ook informatierecht genoemd): kijkt dus breder naar alle soorten media.
Kenmerken van mediarecht:
• Het is geen klassiek, afgebakend rechtsgebied: Het is geen term in het recht dat duidelijk is afgebakend
(ó rechtsgebieden Bv: burgerlijke recht, strafrecht, familierecht, etc. zijn wel allemaal sterk afgebakend
en hebben allemaal hun eigen rechtsboeken).
• Mediarecht is:
- Groot, complex en technischer geworden door nieuwe technologieën en kanalen.
- Niet in één wetboek terug te vinden; regels komen uit verschillende wetten en richtlijnen.
!! Er bestaat GEEN oXicieel “mediawetboek” (enke private initiatieven), zoals:
Dus, mediarecht? = geen afgebakend rechtsgebied, wordt alsmaar: groter, complexer en technischer.
6