Thema 2: investeringsanalyse
1) Waarom werken we met kasstromen bij een investeringsanalyse?
Bij een investeringsanalyse willen we nagaan of een investering financieel aantrekkelijk is en waarde
creëert voor de organisatie. Daarom kijken we enkel naar de effectieve geldbewegingen, namelijk
inkomsten en uitgaven.
Boekhoudkundige kosten en opbrengsten zijn minder geschikt, omdat zij niet altijd gepaard gaan met
een kasbeweging. Een afschrijving is bv. wel een kost, maar geen uitgave, aangezien de betaling reeds
gebeurde bij de aankoop van het actief. Als je boekhoudkundige kosten en opbrengsten zou gebruiken,
dan kan je verkeerd beeld krijgen van de werkelijke financiële aantrekkelijkheid van een investering.
2) Waarom is het belangrijk om bij een investeringsanalyse rekening te houden met het verschil
tussen kosten en opbrengsten en inkomsten en uitgaven?
Bij een investeringsanalyse is het belangrijk om onderscheid te maken tussen kosten en opbrengsten
VS inkomsten en uitgaven, omdat men wil nagaan hoeveel geld een investering daadwerkelijk zal
opbrengen of kosten en dus of ze financieel aantrekkelijk is en waarde creëert voor de organisatie.
Investeringsanalyse is dus gebaseerd op kasstromen. Als je boekhoudkundige kosten en opbrengsten
zou gebruiken in plaats van kasstromen, dan kan je een verkeerd beeld krijgen van de werkelijke
financiële aantrekkelijkheid van een investering.
Inkomsten en uitgaven zijn effectieve geldbewegingen, terwijl kosten en opbrengsten
boekhoudkundige begrippen zijn die niet noodzakelijk gepaard gaan met een kasbeweging. Een
afschrijving is bijvoorbeeld wel een kost, maar geen uitgave.
3) Wat is de tijdswaarde van geld?
= Dat een bepaald bedrag vandaag economisch meer waard is dan hetzelfde bedrag in de toekomst.
Zo zal men bijvoorbeeld € 10 miljoen vandaag ontvangen verkiezen boven € 10 miljoen euro binnen
vijf jaar ontvangen.
Dit is zo omdat men geld dat men ontvangt onmiddellijk kan gebruiken, kan beleggen en minder risico
loopt. Dus als je geld later ontvangt kan je geld pas later gebruiken, later beleggen en stijgt het risico
(want op die tijd kan bedrijf bv failliet gaan waardoor je je geld niet ontvangt).
➔ Hieruit volgt: probeer zo laat mogelijk te betalen en zo vroeg mogelijk te ontvangen.
1
, 4) Wat is een discontovoet?
De discontovoet is het vereiste of gewenste rendement dat een organisatie verwacht van een
investering.
De discontovoet wordt gebruikt om toekomstige kasstromen te verdisconteren naar hun huidige
waarde.
De discontovoet wordt ook wel de prijs van de tijd, rentevoet of intrestvoet genoemd. Ze geeft weer
hoeveel waarde men hecht aan het onmiddellijk beschikken over geld.
De hoogte van de discontovoet wordt onder andere bepaald door:
• de verwachte inflatie;
• het risico van de investering;
• het rendement van alternatieve beleggings- of investeringsmogelijkheden.
Hoe hoger de discontovoet, hoe lager de huidige waarde van een toekomstige kasstroom zal zijn.
5) Wat is de “huidige waarde” van geld?
De huidige waarde is: hoeveel is een bedrag dat je in de toekomst krijgt (dus toekomstige kasstroom)
vandaag waard? Dus: stel je ontvangt €1 miljoen euro binnen 10 jaar. De huidige waarde is hoeveel
die €1 miljoen euro vandaag waard is.
Ze hangt af van de discontovoet (= prijs van de tijd = rentevoet). Deze geeft weer hoeveel waarde men
hecht aan het onmiddellijk beschikken over geld. → Hoe hoger de discontovoet, hoe minder men
bereid is vandaag op een bedrag te wachten en hoe lager de huidige waarde van de toekomstige
kasstroom zal zijn.
De huidige waarde laat toe om bedragen die op verschillende tijdstippen ontvangen of betaald worden
met elkaar te vergelijken.
6) Wat is het verschil tussen tabel A en tabel B?
Tabel A wordt gebruikt om de HW te berekenen van één toekomstige kasstroom (vb. we ontvangen
€1 miljoen euro binnen 5 jaar).
Tabel B wordt gebruikt om de HW te berekenen van een jaarlijkse annuïteit, dus van een reeks
dezelfde kasstromen (vb. we ontvangen jaarlijks gedurende 5 jaar €50.000 euro).
2
, 7) Leg uit: rendement
= De gemiddelde jaarlijkse opbrengst van een investering (uitgedrukt als een % per jaar).
Hoe hoger het percentage, hoe aantrekkelijker het project, op voorwaarde dat het hoger is dan het
vereiste rendement van de organisatie.
Het rendement is gelijk aan de discontovoet die de huidige waarde van de kasstromen gelijk maakt
aan nul.
8) Hoe bereken je het rendement?
Trial-and-error methode → Men probeert verschillende discontovoeten uit en berekent telkens de
huidige waarde van de kasstromen. De discontovoet waarbij de huidige waarde gelijk wordt aan nul,
is het rendement van het project.
Factor methode in geval van éénmalige kasstroom (tabel A) of een jaarlijkse annuïteit (tabel B).
→ Men berekent eerst de factor en zoekt deze vervolgens op in de overeenkomstige tabel. De
bijhorende rentevoet is dan het rendement (kan ook tussen twee % liggen)
9) Wat is het verschil tussen een nominaal en een reëel rendement?
Het nominaal rendement houdt rekening met inflatie.
Het reëel rendement houdt geen rekening met inflatie.
De relatie tussen beide wordt gegeven door: (1 + 𝑖𝑛 ) = (1 + 𝑖𝑟 )(1 + 𝑖𝑓 )
10) Hoe bepaal je welke lening je neemt als je verschillende voorstellen hebt?
Dan vergelijkt men de jaarlijkse kost van de leningen → = de jaarlijkse actuariële rente van de lening.
Men kiest de lening met de laagste kost.
Voorbeeld
• Lening A: kost = 8% → voorkeur, want laagste kost
• Lening B: kost = 10%
11) Wat is een investering?
Een investering is het vastleggen van middelen in de verwachting dat deze in de toekomst voordelen
of kasstromen zullen opleveren. Het gaat dus om een uitgave vandaag met de bedoeling later
inkomsten, besparingen of andere voordelen te realiseren. Je kan investeren in gebouwen, terreinen,
machines, voorraden,…
3