ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE
Pyschologie van de levensloop
Geleidelijk ? Of in trapjes ? BEIDEN!
Trapjes : stadia theorie : elk stadium heeft nieuwe verworvenheden die er voordien nog niet waren … vb: er
komen altijd nieuwe dingen bij zoals bij baby’s, ze zeggen eerst “dada” en dit evolueert naar “papa”. Ook zal
een baby ineens zijn eerste stapjes gaan zetten
Geleidelijk : verandering gaat geleidelijk, eigenschappen verdwijnen of verschijnen niet, maar worden meer,
minder, preciezer, beter … vb: leren spreken, dit verbetered doorheen de jaren
Patroon verschilt naargelang ontwikkelingsdomein
Wat basics
• Ontwikkeling is levenslang : stopt niet in de volwassenheid !
• Ontwikkeling is multi dimensioneel (veel invloeden door elkaar, vooruitgang en achteruitgang, en
impact van het biologische, het cognitieve en het sociaal emotionele…)
• Gevoelige periodes voor bv taal of hechting. Dit betekent dat als in een vroege periode iets ontbreekt,
dit soms niet meer in te halen valt.
• Zelfsturing : mensen ervaren een zekere vrijheid, zijn niet louter een product van toevallige genen in
combinatie met toevallige omgevingsinvloeden. Men wordt zich geleidelijk aan bewust van zichzelf, en
van de keuzemogelijkheden
Methodisch onderzoek
Stap 1 : stellen van relevante vragen. Vb: helpen dieren het welbevinden van kinderen?
Stap 2 : formuleren van een hypothese = een toetsbare voorspelling: hypothese: “ik ga ervan uit dat”, maar dat
is nog niet zeker onderzoek nodig!
Stap 3 : een strategie ontwikkelen om goed onderzoek op te zetten = operationalisering. Begrippen kunnen
omzetten in meetbare concepten vb hoe meet ik “welbevinden” van kinderen met of zonder een huisdier
Soorten onderzoek (5)
• Experiment opzetten : vb groep kinderen met ADHD op suikervrij dieet, andere vergelijkbare groep
kinderen zonder dieet
• Correlationeel onderzoek : is er een verband tussen het ene en het ander? Gewelddadige games
spelen en agressief gedrag ? Zegt eventueel enkel dat het samen voorkomt, zegt niets over oorzaken
• Survey : grote groepen pubers vullen vragenlijsten in over seksuele ervaringen
• Observatie : kijken & verslag uitbrengen: vb taal van baby’s, video interacties met ouder …
•• Case study : 1 casus/kind/onderwerp die je gaat onderzoeken: wilde van Aveyron,
bepaalde psychiatrische aandoeningen …
, Meten van verandering
Longitudinaal onderzoek : gedrag en veranderingen daarin worden doorheen de tijd bij dezelfde groep
gemeten (bij dezelfde groep ga je zo lang als je kunt deze mensen volgen) vb taal volgen bij een groep kinderen
vanaf 0 tot 5 jaar
Dwarsdoorsnede onderzoek : participanten van verschillende leeftijden worden met elkaar vergeleken. Vb
blijft IQ constant of is er neergang vanaf een bepaalde leeftijd ? 5 –15 – 25 … 75 jaar. Probleem : verschillen zijn
soms afhankelijk van cohort verschillen
Cross-sequentieel onderzoek : combinatie van voorgaande vb. groep 5 - 10 - 15 jarigen testen op vlak van
morele ontwikkeling en deze drie groepen vervolgens om de x tijd opnieuw onderzoeken
Visies op de menselijke levensloop: levensloopmodellen
Rijpingsmodel (nature)
• Sterk biologisch georiënteerd : aangeboren kenmerken zijn dominant
• Eigénèse: aanwezige kern ontvouwt zich tot identiteit, interne rijpingsprocessen staan centraal
• Spontane veranderingen met kritische tijdstippen en overgangsfasen
• Eindpunt van het groeiproces: adolescentie
• Invloed van omgeving beperkt tot ontwikkelingsbodem
• Geen wezenlijk verschil in ontwikkeling man/vrouw tenzij biologisch
Vertegenwoordigers : Bowlby, Lorenz
Milieumodel
• De mens is een onbeschreven blad (tabula rasa)
• Exogene ontwikkeling: afhankelijk van extern milieu, veranderingen gestuurd door opvoeding, leren
• Eindpunt van het groeiproces: jongvolwassene
• Invloed van genetisch materiaal beperkt tot de start
• Wezenlijk verschil tussen man/vrouw omwille van externe invloeden
Vertegenwoordigers : behaviorisme (Skinner,Thorndike), cognitieve gedragspsychologen ( Bandura),
antropologen (Mead)
Interactionistisch model
• De mens is een actief zichzelf ontwikkelend wezen
• Progressie staat centraal: van klein naar groot, van eenvoudig naar complex
• Interactie tussen mensen en mens/omgeving
• Ontwikkeling in golven, schommelingen, fasen en overgangen
, • Belang van evenwicht, adaptatie, flexibel gedrag
• Volledige levenscyclus van voor geboorte tot na de dood
• Ontwikkelingsbehoeften gelijk voor man en vrouw
Vertegenwoordigers : Erikson, Kohlberg, ecologisch ontwikkelingspsychologen waaronder Bronfenbrenner
(invloed van micro-meso-macro niveau in de omgeving)
Culturele model
• De mens is een product van de tijdsgeest
• Elke historische periode kent een « grond-weten »
• Met de samenleving verandert de persoonlijkheid van de mens :de menselijke levensloop is een
cultureel-historische constructie
• Mensen hebben geen gelijke ontwikkelingskansen
• Ontwikkeling van man/vrouw afhankelijk van cultuur/tijdsgeest
Vertegenwoordigers : Socio-culturele ontwikkelingspsychologen Vygotsky
Deficitmodel
• De mens wordt onvermijdelijk in het leven geworpen
• Intrapsychische krachten staan centraal
• Ontwikkeling is doormaken van gedetermineerde crises - trauma's zijn onvermijdelijk
• Leven is overleven via ontwikkeling van een realiteitsprincipe
• Levenscyclus is vastgelegd na adolescentiefase
• Intrapsychische krachten man/vrouw fundamenteel verschillend
Vertegenwoordigers : psycho-analytici zoals Freud, Jung, Bettelheim e.a.
Veerkrachtmodel
De mens is uitgerust met basisinstrumenten om zich te handhaven. Deze groeien de hele levenscyclus.
1. Gedragenheid en hechtingsmogelijkheden
2. Zingeving, vreugde en opwinding, humor
3. Sociale vaardigheden: communicatie, zelfredzaamheid
4. Zelfwaarde, zelfvertrouwen, zelfbepaling
5. Macht en beheersbaarheid van het leven gelijke basisinstrumenten voor man en vrouw
Vertegenwoordigers : empowermentdenken, positieve psychologie
BABYTIJD
, Vooraf…
Reeds lang in verwachting : voor de conceptie …
Soms moeizaam : problemen met fertiliteit= vruchtbaarheid
Zwangerschap : fascinerend ontwikkelingsproces – zie cursus biologie en neurobiologie
Pasgeboren
Apgar score : vijf functies worden meteen na de geboorte en vijf minuten nadien gemeten
• Appearance (huidskleur)
• Pulse (hartslag)
• Grimace (reflexen)
• Activity (spierspanning)
• Respiration (ademhaling)
Lage score : Mogelijks problemen al voor de geboorte, of veroorzaakt door de geboorte zelf (zuurstoftekort)
Nestblijver of nestvlieder?
• Begrippen van Portmann : de mens wordt een jaar te vroeg geboren, in vergelijking met dieren. De
baby is totaal afhankelijk van hulp. Nestblijvers komen hulpeloos ter wereld, nestvlieders hebben
maar 1 jong per dracht en zijn van bij de geboorte al redelijk goed ontwikkeld vb. een veulen kan zich
meteen voortbewegen. De baby heeft kenmerken van beide.
• Hierdoor krijgt het eerste levensjaar een bijzondere betekenis. Kind heeft nog heel veel hulp nodig. Er
is nog een psychosociale baarmoeder nodig zodat het kind leert rechtop lopen, taal en zelfbewustzijn
kan ontwikkelen. Na het eerste levensjaar is er de psychologische geboorte
Impact van prematuriteit voor de ouder
• Fragiele en kwetsbare baby – angst of het kind overleeft met soms zelfs een blokkade naar hechting.
• Verantwoordelijkheid wordt overgenomen door de medische wereld. Er is geen roze wolk en genieten
van de baby, maar gevoel van verlies van controle
• Premature geboorte is vaak een trauma, de wijze waarop (dringende bevalling met gevaar …) bepaalt
veel nadien. Vaak gevoelens van desoriëntatie, angst. Soms affectless shock (versteend reageren)
gevoelloze shock
• Meer risico op postnatale depressie of posttraumatische stress stoornissen – veel schuldgevoelens
(niet zorgzaam genoeg, straf voor negatieve gedachten). Uitspraken van moeders : ik weet dat dit mijn
kind is maar ik voel mij geen moeder …
• Naar huis mogen is opnieuw stress : zal het lukken (kind was bv lange tijd aan de monitor, ziekenhuis is
een veilige omgeving)
Lichamelijke groei
• Grote veranderingen in lichaamsverhoudingen : groot hoofd (van 1/3 naar 1/8 als volwassene)
Pyschologie van de levensloop
Geleidelijk ? Of in trapjes ? BEIDEN!
Trapjes : stadia theorie : elk stadium heeft nieuwe verworvenheden die er voordien nog niet waren … vb: er
komen altijd nieuwe dingen bij zoals bij baby’s, ze zeggen eerst “dada” en dit evolueert naar “papa”. Ook zal
een baby ineens zijn eerste stapjes gaan zetten
Geleidelijk : verandering gaat geleidelijk, eigenschappen verdwijnen of verschijnen niet, maar worden meer,
minder, preciezer, beter … vb: leren spreken, dit verbetered doorheen de jaren
Patroon verschilt naargelang ontwikkelingsdomein
Wat basics
• Ontwikkeling is levenslang : stopt niet in de volwassenheid !
• Ontwikkeling is multi dimensioneel (veel invloeden door elkaar, vooruitgang en achteruitgang, en
impact van het biologische, het cognitieve en het sociaal emotionele…)
• Gevoelige periodes voor bv taal of hechting. Dit betekent dat als in een vroege periode iets ontbreekt,
dit soms niet meer in te halen valt.
• Zelfsturing : mensen ervaren een zekere vrijheid, zijn niet louter een product van toevallige genen in
combinatie met toevallige omgevingsinvloeden. Men wordt zich geleidelijk aan bewust van zichzelf, en
van de keuzemogelijkheden
Methodisch onderzoek
Stap 1 : stellen van relevante vragen. Vb: helpen dieren het welbevinden van kinderen?
Stap 2 : formuleren van een hypothese = een toetsbare voorspelling: hypothese: “ik ga ervan uit dat”, maar dat
is nog niet zeker onderzoek nodig!
Stap 3 : een strategie ontwikkelen om goed onderzoek op te zetten = operationalisering. Begrippen kunnen
omzetten in meetbare concepten vb hoe meet ik “welbevinden” van kinderen met of zonder een huisdier
Soorten onderzoek (5)
• Experiment opzetten : vb groep kinderen met ADHD op suikervrij dieet, andere vergelijkbare groep
kinderen zonder dieet
• Correlationeel onderzoek : is er een verband tussen het ene en het ander? Gewelddadige games
spelen en agressief gedrag ? Zegt eventueel enkel dat het samen voorkomt, zegt niets over oorzaken
• Survey : grote groepen pubers vullen vragenlijsten in over seksuele ervaringen
• Observatie : kijken & verslag uitbrengen: vb taal van baby’s, video interacties met ouder …
•• Case study : 1 casus/kind/onderwerp die je gaat onderzoeken: wilde van Aveyron,
bepaalde psychiatrische aandoeningen …
, Meten van verandering
Longitudinaal onderzoek : gedrag en veranderingen daarin worden doorheen de tijd bij dezelfde groep
gemeten (bij dezelfde groep ga je zo lang als je kunt deze mensen volgen) vb taal volgen bij een groep kinderen
vanaf 0 tot 5 jaar
Dwarsdoorsnede onderzoek : participanten van verschillende leeftijden worden met elkaar vergeleken. Vb
blijft IQ constant of is er neergang vanaf een bepaalde leeftijd ? 5 –15 – 25 … 75 jaar. Probleem : verschillen zijn
soms afhankelijk van cohort verschillen
Cross-sequentieel onderzoek : combinatie van voorgaande vb. groep 5 - 10 - 15 jarigen testen op vlak van
morele ontwikkeling en deze drie groepen vervolgens om de x tijd opnieuw onderzoeken
Visies op de menselijke levensloop: levensloopmodellen
Rijpingsmodel (nature)
• Sterk biologisch georiënteerd : aangeboren kenmerken zijn dominant
• Eigénèse: aanwezige kern ontvouwt zich tot identiteit, interne rijpingsprocessen staan centraal
• Spontane veranderingen met kritische tijdstippen en overgangsfasen
• Eindpunt van het groeiproces: adolescentie
• Invloed van omgeving beperkt tot ontwikkelingsbodem
• Geen wezenlijk verschil in ontwikkeling man/vrouw tenzij biologisch
Vertegenwoordigers : Bowlby, Lorenz
Milieumodel
• De mens is een onbeschreven blad (tabula rasa)
• Exogene ontwikkeling: afhankelijk van extern milieu, veranderingen gestuurd door opvoeding, leren
• Eindpunt van het groeiproces: jongvolwassene
• Invloed van genetisch materiaal beperkt tot de start
• Wezenlijk verschil tussen man/vrouw omwille van externe invloeden
Vertegenwoordigers : behaviorisme (Skinner,Thorndike), cognitieve gedragspsychologen ( Bandura),
antropologen (Mead)
Interactionistisch model
• De mens is een actief zichzelf ontwikkelend wezen
• Progressie staat centraal: van klein naar groot, van eenvoudig naar complex
• Interactie tussen mensen en mens/omgeving
• Ontwikkeling in golven, schommelingen, fasen en overgangen
, • Belang van evenwicht, adaptatie, flexibel gedrag
• Volledige levenscyclus van voor geboorte tot na de dood
• Ontwikkelingsbehoeften gelijk voor man en vrouw
Vertegenwoordigers : Erikson, Kohlberg, ecologisch ontwikkelingspsychologen waaronder Bronfenbrenner
(invloed van micro-meso-macro niveau in de omgeving)
Culturele model
• De mens is een product van de tijdsgeest
• Elke historische periode kent een « grond-weten »
• Met de samenleving verandert de persoonlijkheid van de mens :de menselijke levensloop is een
cultureel-historische constructie
• Mensen hebben geen gelijke ontwikkelingskansen
• Ontwikkeling van man/vrouw afhankelijk van cultuur/tijdsgeest
Vertegenwoordigers : Socio-culturele ontwikkelingspsychologen Vygotsky
Deficitmodel
• De mens wordt onvermijdelijk in het leven geworpen
• Intrapsychische krachten staan centraal
• Ontwikkeling is doormaken van gedetermineerde crises - trauma's zijn onvermijdelijk
• Leven is overleven via ontwikkeling van een realiteitsprincipe
• Levenscyclus is vastgelegd na adolescentiefase
• Intrapsychische krachten man/vrouw fundamenteel verschillend
Vertegenwoordigers : psycho-analytici zoals Freud, Jung, Bettelheim e.a.
Veerkrachtmodel
De mens is uitgerust met basisinstrumenten om zich te handhaven. Deze groeien de hele levenscyclus.
1. Gedragenheid en hechtingsmogelijkheden
2. Zingeving, vreugde en opwinding, humor
3. Sociale vaardigheden: communicatie, zelfredzaamheid
4. Zelfwaarde, zelfvertrouwen, zelfbepaling
5. Macht en beheersbaarheid van het leven gelijke basisinstrumenten voor man en vrouw
Vertegenwoordigers : empowermentdenken, positieve psychologie
BABYTIJD
, Vooraf…
Reeds lang in verwachting : voor de conceptie …
Soms moeizaam : problemen met fertiliteit= vruchtbaarheid
Zwangerschap : fascinerend ontwikkelingsproces – zie cursus biologie en neurobiologie
Pasgeboren
Apgar score : vijf functies worden meteen na de geboorte en vijf minuten nadien gemeten
• Appearance (huidskleur)
• Pulse (hartslag)
• Grimace (reflexen)
• Activity (spierspanning)
• Respiration (ademhaling)
Lage score : Mogelijks problemen al voor de geboorte, of veroorzaakt door de geboorte zelf (zuurstoftekort)
Nestblijver of nestvlieder?
• Begrippen van Portmann : de mens wordt een jaar te vroeg geboren, in vergelijking met dieren. De
baby is totaal afhankelijk van hulp. Nestblijvers komen hulpeloos ter wereld, nestvlieders hebben
maar 1 jong per dracht en zijn van bij de geboorte al redelijk goed ontwikkeld vb. een veulen kan zich
meteen voortbewegen. De baby heeft kenmerken van beide.
• Hierdoor krijgt het eerste levensjaar een bijzondere betekenis. Kind heeft nog heel veel hulp nodig. Er
is nog een psychosociale baarmoeder nodig zodat het kind leert rechtop lopen, taal en zelfbewustzijn
kan ontwikkelen. Na het eerste levensjaar is er de psychologische geboorte
Impact van prematuriteit voor de ouder
• Fragiele en kwetsbare baby – angst of het kind overleeft met soms zelfs een blokkade naar hechting.
• Verantwoordelijkheid wordt overgenomen door de medische wereld. Er is geen roze wolk en genieten
van de baby, maar gevoel van verlies van controle
• Premature geboorte is vaak een trauma, de wijze waarop (dringende bevalling met gevaar …) bepaalt
veel nadien. Vaak gevoelens van desoriëntatie, angst. Soms affectless shock (versteend reageren)
gevoelloze shock
• Meer risico op postnatale depressie of posttraumatische stress stoornissen – veel schuldgevoelens
(niet zorgzaam genoeg, straf voor negatieve gedachten). Uitspraken van moeders : ik weet dat dit mijn
kind is maar ik voel mij geen moeder …
• Naar huis mogen is opnieuw stress : zal het lukken (kind was bv lange tijd aan de monitor, ziekenhuis is
een veilige omgeving)
Lichamelijke groei
• Grote veranderingen in lichaamsverhoudingen : groot hoofd (van 1/3 naar 1/8 als volwassene)