JEUGD(BESCHERMINGS)RECHT
I. KINDERRECHTEN
II. Evaluatie
II.1 Schriftelijk examen
II.2 Open vragen
II.3 Half-open boek: readers (3, universitas) + wetboeken
1) KINDBEELDEN
1.1 INLEIDING
Welke foto geeft best weer wie/wat een kind is?
o Vaak impliciet maatschappelijk beeld en in het recht, wie zit er dan
achter?
o Juridisch gezien: in het kinderrechtenverdrag gaat het over min 18-
jarigen
o Foto's: kinderen als jong kwetsbaar slachtoffer voorgesteld,
problematisch gedrag van jongeren (drugsgebruik)
1.2 KINDBEELD ALS SOCIALE CONSTRUCTIE
Geven weer wat een kind is, maar geven niet alle facetten weer
Betekenisverlening wordt gedaan door volwassenen, het zijn volwassenen die ons voorschrijven
hoe een kind eruitziet
=> evolutief
Kindbeeld en positietoewijzing geconstrueerd
o Sociale Constructie
Tegenbeweging uit sociologie: een kindbeeld is iets wat we maatschappelijk
construeren, een maatschappelijke constructie, kinderen zijn niet zo, we denken
ze zo (als kwetsbaar en naïef) hoe we ze zien
Cfr. Vrouw: niet in staat zelf beslissingen te nemen, emotioneel gevoelig
o Betekenisverlening door volwassenen dominant: één kindbeeld als werkelijkheid
gedefinieerd (objectivering)
1 beeld is hoe kinderen zijn = essentialisme kinderen zijn zo
Huidig kindbeeld dat we vaak gebruiken: vooronderstellingen over kinderen:
o Kinderen gaan door aantal ontwikkelingsstadia
0 jaar je kan niets lineair, progressief proces 18 jaar vanaf dan volwassenen
o Dualiteit: In gevaar – als gevaar (Van Obbergen) (cfr. Valentine 1996: Children as 'Angels
and Devils')
1
, We gaan kinderen als in gevaar voorstellen: kwetsbaar, dat moet worden
beschermd tegen vanalles
bv: Fr een sociaal media verbod voor jongeren tot 15j
sommige kinderen ook als een gevaar voor ons als de samenleving (vaak
adolescenten, jeugdstrafrecht)
in gevaar’ = kind beschermen <-> als gevaar = beschermen tegen kind (bv. jeugddelinquentierecht) ->
eenzelfde kind kan zowel in gevaar als ‘als gevaar’ zijn (bv. 14 jaar en zwanger: in gevaar, mt beschermd
worden, bv. 14jaar en moord: als gevaar)
ontwikkelingspsychologie
o Kinderen kwalitatief verschillend van volwassenen
Ze delen het idee dat kinderen zijn fundamenteel anders en fundamenteel
anders dan volwassenen (ander soort mens)
we zien kinderen steeds minder als iets dat beschermd moet worden, steeds meer autonomie/
zelfstandigheid erkennen
->kwantitatief verschillend, want jonger + kwalitatief verschillend, want kunnen minder dan volwassenen
Pedagogisch concept
o kind = onvolwassene, die gestimuleerd en geholpen moet worden tot volwassenheid
= nog niet- positie: nog-niet zijn, afhankelijkheid, 'bezit van' commons ('degenen die
aan het worden zijn') ipv beings ('degenen die er al zijn')
Conclusie: In functie van beeld dat je hebt van kind, dat je ook rechten gaat toekennen. Het bepaalt
hoe we rechten definiëren en hoe ze vorm hebben gekregen. Bv. als je kind gaat zien als kwetsbaar
ga je inzetten op beschermingsrecht <> als je het gaat zien als zelfstandig dan ga je inzetten op
participatierechten
1.3 KINDBEELD(EN) KINDERRECHTENBEWEGING
Problematisering (eens) dominante kindbeeld door kinderrechtenbeweging
o Het idee van een onvolwassenen is in vraag gesteld door de kinderrechtenbeweging,
vanuit idee van gelijkwaardigheid van alle menselijke wezens, ongeacht leeftijd
->Dominante kindbeelden zijn problematisch, als we hen altijd zien als bezit ouders, kunnen we
nooit denken in ‘kinderrecht-termen’
Uitgangspunt: gelijkwaardigheid alle mensen, ongeacht leeftijd
o Kinderen kunnen zichzelf zijn ≠ gelijke behandeling als volwassenen
Zelfbeschikkingsrecht/autonomie: hebben rechten (inclusief participatierechten)
Aantal elementen van zelfbeschikkingsrecht moeten worden erkend
Agency
= Het vermogen om zelf te handelen, keuzes te maken en invloed uit te oefenen.
De kinderrechtenbenadering erkent dat: ze eigen stem hebben, niet louter passief zijn… ->
Dat betekent niet dat ze alles zelfstandig kunnen of mogen beslissen, maar wel dat hun
mening serieus genomen moet worden.
2
, o * Wat met bescherming? = wat met vraag over nood aan bijkomende bescherming?
(preferentiële rechten) cf. difference dilemma
Tegenargument: Als je kinderen gaat construeren als gelijkwaardig aan
volwassenen, waarom dan aparte rechten nodig voor kinderen naast de
mensenrechten voor 'volwassenen'
Difference dillema: ofwel heel sterk gelijkwaardigheid beklemtonen
(geen verschil maken) ofwel eigenheid beklemtonen (nood aan
bijkomende bescherming) lijkt een soort padstellingsdillemma waar je
niet echt uitgeraakt
Consensus: kinderen drager van rechten, geen consensus over bekwaamheid tot zelfstandige
uitoefening
o Dat kinderen rechtssubjecten zijn, dragers van rechten, lijkt verworven (=
rechtsbekwaamheid). Maar binnen kinderrechtenliteratuur nog geen consensus of ze
ook in staat zijn zelf hun rechten uit te oefenen punt van debat (=
handelingsbekwaamheid)
Contra categoriale aanpak van leeftijd
3 soorten rechten
- Gelijke rechten zoals volwassenen (bv recht op foltering)
- Versterkte rechten (bv recht op overleven, leven en ontwikkeling)
- Specifieke rechten (bv recht om niet gescheiden te worden van de ouders)
1.4 STROMINGEN ID KINDERRECHTENBEWEGING INZAKE HANDELINGSBEKWAAMHEID
1) Reformistische stroming
onbekwaamheid, maar onderschatting bekwaamheid
->kind is handelingsonbekwaam, maar we onderschatten de bekwaamheid van kinderen -> willen
grens meerderjarigheid verlagen en geleidelijke rechtsverkrijging
o Onbekwaamheidsargument in principe geldig, maar onderschatting bekwaamheid van
kinderen
In principe zijn kinderen handelingsonbekwaam
o Verlagen meerderjarigheid – geleidelijke rechtsverkrijging, evolving capacities (cf. art. 5
CRC)
In aantal gevallen onderschatten we wel wat kinderen kunnen
Optie 1: hetzij verlagen van meerderjarigheid in bepaalde
levensdomeinen,
Optie 2: hetzij naar andere systemen van geleidelijke rechtsverkrijging
(als je ouder wordt meer rechten krijgen)
2) Radicale stroming
Onbekwaamheid is ongeldig obv ethische gronden -> is volledige gelijkwaardigheid van alle mensen,
kinderen zijn volledig
o Betwiste geldigheid onbekwaamheidsargument op ethische gronden: gelijkwaardigheid
van alle mensen
Kinderen zijn gelijkwaardig aan alle andere mensen ze kunnen die ook zelf en
zelfstandig uitoefenen
3
, o Volledige handelingsbekwaamheid
Tamelijk verregaand standpunt, want wat betekent dit voor 1-jarige?
3) Pragmatische stroming
handelingsbekwaamheid, tenzij aangetoond dat kind onbekwaam is voor bepaalde rechten
->erkennen dat kinderen rechten hebben & recht op zelfstandigheid vd rechten
o Erkennen rechten en recht op zelfstandige uitoefening, tenzij voor specifieke rechten
incompetentie kan worden bewezen, en maatschappelijke consensus
Uitgangspunt: handelingsbekwaamheid
o Verleggen bewijslastlast
Het zou kunnen dat we voor aantal rechten kunnen aantonen dat ze het niet zijn
en dat er maatschappelijke consensus over bestaat = handelingsonbekwaamheid
Waar zitten we nu in België? 1) Reformistische stroming: bv. mate van seksuele autonomie (16
of 14?), bv. openen bankrekening (kan positief zijn voor kinderen), tendensen in jeugdrecht om
op jonger dan 18 verantwoordelijk te worden gehouden en gesanctioneerd voor wat je gedaan
hebt (kan ook negatief zijn voor kinderen)
3) Pragmatische stroming bv. minimumleeftijd om te kunnen huwen als je uitgaat van 1)
reformistische stroming 18 jaar, uit 3) pragmatische stroming: slechte tendensen uit
kinderrechten zodat we moeten aannemen dat we toch leeftijd op 18 zouden moeten houden
je komt vaak bij deze stromingen op hetzelfde uit, maar principieel is uitgangspunt wel anders
Arrest GwH (over 17jarigen die stemmen voor Europees Parlement)
- Verzoeker is van mening dat 16-17 jarigen niet volwassen zijn om te stemmen, nog geen
volwaardige stemmers
- B3.2: onverantwoorde gelijke behandeling
Antwoord Hof: beoordelingsbevoegdheid van wetgever (= appreciatiemarge), en het is niet
kennelijk onredelijk om 16-17 jarigen een stemrecht te geven
- B7.1: jongeren zijn in staat om hun politieke mening te vormen
- Er mag geen onderscheid zijn, dus gelijk maken
o Meerderjarigen hebben stemplicht
o Minderjarigen hebben stemRECHT
o Dit verschil is dus onverantwoord
2) NORMATIEF KADER
2.1 UNIVERSEEL
2.1.1 KORTE HISTORIEK
Verklaring Genève (1924):
Kinderrechten ontstaan in verklaring van Geneve (1924, net na WOII), toenmalige volkenbond: verklaring
plichten vr volwassenen ih licht van materiele behoeften kind -> dus spreekt niet van kinder’rechten’,
eerder kinder’behoeften’ (bv. kind dat honger heeft mt gevoed worden -> geen recht op voeding, wel
plicht te voeden bij honger)
4